Nieuwe start Nederlandse boer

Een groeiend aantal Nederlandse boeren wijkt uit naar Canada, waar ruimte te over is, prijzen redelijk zijn, vergunningen eenvoudig worden vergeven en knellende regels ontbreken. ,,Een boer wordt hier geaccepteerd'', zegt Piet Op den Kelder. ,,In Nederland werd ik gezien als een crimineel.''

In een blauwe overall en met een wollen muts op stapt Dirk Sterkenburgh zijn besneeuwde erf op vanuit zijn koeienstal. Buiten vriest het, maar binnen staat het vee beschut door een plastic gordijn langs de hele lengte van de open-frontstal. ,,De winter valt best mee'', zegt Sterkenburgh, een Nederlandse boer die ruim een jaar geleden naar Canada emigreerde. Sinds hij in oostelijk Ontario zit, ,,heeft het hier nog niet meer dan 28 graden gevroren.''

,,De koeien kunnen er goed tegen'', vervolgt Sterkenburgh opgewekt, terwijl hij zijn melkveehouderij laat zien – een gloednieuwe stal, twee hoge blauwe graansilo's, een nieuwe schuur met trekker en hooibalen, een oudere schuur met landbouwwerktuigen, en een bescheiden woning die uitkijkt op de landweg. Hij heeft 80 hectare grond. Tot in de verre omtrek is het witte landschap bespikkeld met boerenbedrijven en karakteristieke silo's met ronde toppen.

,,In Nederland had ik nooit kunnen hebben wat ik hier heb'', verklaart Sterkenburgh, een beginnende zelfstandige boer, die ongeveer vijftig koeien melkt. ,,Alles is daar zo duur. De grondprijzen, dat zijn gewoon geen prijzen meer.'' Een speurtocht naar een betaalbaar bedrijf voerde hem naar Denemarken, Oost-Duitsland en uiteindelijk Canada. ,,Er is een hoop rommel te koop'', weet hij, maar hij had geluk: de vorige eigenaar van deze boerderij, eveneens een Nederlander, had pas voor een kapitaal aan voorzieningen neergezet.

,,Eigenlijk was deze boerderij te duur, maar we hebben toch een bod uitgebracht, want je weet nooit hoe een koe een haas vangt'', aldus Sterkenburgh, die met zijn vrouw en twee kleine kinderen vertrok. ,,Wie niet waagt, wie niet wint.'' Hij is blij dat hij de kans gepakt heeft, want, zo zegt hij, zijn gezin heeft nu een mooi bedrijf in een goed land.

Sterkenburgh is niet de enige Nederlandse melkveehouder die de laatste tijd zijn geluk is komen beproeven in Canada. Uit een enquête onder NVM agrarische makelaars en het internationale samenwerkingsverband Interfarms bleek onlangs dat jaarlijks 200 tot 275 boerengezinnen uit Nederland vertrekken. Canada is de favoriete bestemming; bijna de helft van de boerenemigranten, 100 tot 120 gezinnen, begint daar een nieuw bedrijf. Het land is geliefd wegens de ruime beschikbaarheid van goedkopere grond. Bovendien ontbreekt het er aan de stringente regelgeving die agrariërs in Nederland zo zat zijn, met name wat betreft mest.

,,In Nederland ben je als boer een crimineel'', zegt Piet Op den Kelder over de manier waarop hij als vervuiler werd gezien. Op den Kelder, een melkveehouder uit Groningen, emigreerde afgelopen zomer met zijn vrouw en twee zoons naar Salford, in zuidelijk Ontario. Hij melkt zeventig koeien, vergeleken met 45 in Nederland, en voelt zich nu meer op zijn gemak. ,,Een boer wordt hier geaccepteerd'', zegt hij. ,,Je bent hier nog heel wat.''

Op den Kelder ging van een boerderij van 32 hectare met een loopstal naar een van 95 hectare met een vastzitstal. Hij nam een draaiende melkveehouderij over van een andere boer van Nederlandse oorsprong, en verbouwt nu zijn eigen voer. Zo heeft hij ,,met dezelfde portemonnee'' kunnen uitbreiden van een kleine 400.000 naar 700.000 liter per jaar. ,,Het rendement is hoger hier, want de vaste kosten zijn lager'', zegt hij. ,,We hebben nu een goede boterham.''

Voor Op den Kelder was met name de mogelijkheid om uit te breiden van belang, omdat zijn zoons van 22 en 18 ook boer willen worden. In Nederland kon hij geen kant op, verklaart hij. ,,We hebben gekeken of we er land en melkquotum bij konden kopen, maar dat kon gewoon niet. Alles is even duur. Ik denk dat in Nederland alleen de hele grote bedrijven straks overblijven. Een middelmaatbedrijfje zoals wij hadden gaat er op den duur aan.''

De familie Op den Kelder zit in een Nederlandse hoek van Ontario. Nederlandse immigranten van sinds de oorlog tot nu zijn er sterk vertegenwoordigd in de melkveehouderij, maar ook in kippen- en varkensbedrijven. ,,De Nederlanders hebben hier verschrikkelijk veel invloed op het melkgebeuren'', zegt Pedro Slits, een jonge Nederlandse boer die een jaar geleden naar Canada ging en zich in dezelfde streek vestigde. ,,De bedrijven die zich goed ontwikkeld hebben, daar zit allemaal Nederlands bloed in.''

Daar zit ook een keerzijde aan, zo is de eensgezinde ervaring van zowel Sterkenburgh, Op den Kelder als Slits: in Canada is niet iedereen altijd zo punctueel als de Nederlandse boeren gewend zijn. Als je bij een Nederlander iets voor woensdag bestelt, dan is het er woensdag ook, zeggen ze. Canadezen zijn lakser, meent Slits. ,,Die zeggen: o ja, dat zijn we vergeten, of we komen een andere keer wel.''

Slits is opgetogen over de groeimogelijkheden die hij in Canada heeft gevonden. Hij kocht een akkerbouwbedrijf in Brunner van ruim honderd hectare en heeft een nieuwe ligboxenstal gebouwd. In november is hij begonnen met melken. In Groningen melkte hij 65 koeien; nu 85. Trots verklaart hij ,,richting honderd'' te gaan, voor een totaal van een miljoen liter melk per jaar.

De Canadese overheid ziet dergelijke investeringen graag komen; de Nederlandse boer die genoeg geld en een goed bedrijfsplan meebrengt, kan een permanente verblijfsvergunning krijgen en bouwen wat hij wil. ,,Een vergunning aanvragen stelt hier niet zoveel voor'', zegt Slits. ,,Dat is in Nederland vandaag de dag natuurlijk heel anders. Daar word je door de overheid eigenlijk een beetje weggepest.''