Nietzsche 1

In het Cultureel Supplement van vorige week (17-3) haalt Rob Zuidam Nietzsches `Turiner Brief vom Mai 1888' uit Der Fall Wagner aan waarin Nietzsche jubelend schrijft over Carmen. In een brief aan Carl Fuchs van 27 december 1888 schrijft Nietzsche echter: ,,Das was ich über Bizet sage, dürfen Sie nicht ernst nehmen; so wie ich bin, kommt Bizet tausendmal für mich nicht in betracht. Aber als ironische Antithese gegen Wagner wirkt es sehr stark;...'' En wat verderop in dezelfde brief: ,,Den Tristan umgehn Sie ja nicht; er ist das kapitale Werk und von einer Faszination, die nicht nur in der Musik, sondern in allen Künsten ohnegleichen is.''

De uitbundig betoonde bewondering voor Bizets Carmen lijkt mij daarom in de eerste plaats vooral bedoeld als een kritiek op Wagner. De informatie uit deze brief aan Carl Fuchs kan behulpzaam zijn bij het verduidelijken van het motto dat Nietzsche aan de Turiner Brief meegaf: ridendo dicere severum (door te lachen iets ernstig zeggen). Bizets Carmen functioneert in Nietzsches betoog als een vorm van ironie, waarmee de humorloosheid en de loodzware ernst van Wagners Ring en Parcival op de korrel genomen worden. Ik stel mij voor dat Nietzsche in een onironisch betoog Bizet niet eens genoemd zou hebben.