Mount Everest

De vraag of Bart Vos op 8 oktober 1984 op de top van de Mount Everest heeft gestaan doet gedateerd aan, want is al eens bediscussieerd in het tijdschrift Himalaya (maart 1991) n.a.v. de door René de Bos geopperde mogelijkheid dat zijn beklimming op 7 oktober 1990 misschien toch de Nederlandse primeur zou kunnen zijn geweest. In die discussie werd afgerekend met enkele punten waar Mariska Mourik nu wéér mee komt aan zetten (het teddy- of koalabeertje op de top – niet door Vos gezien; andermans touwen bij de Hillary-step – die Vos kon benutten). Enkele andere punten bleven vaag (of de zuidtop van de top af te zien is, zoals Vos zegt) dan wel twijfelachtig (een met zuurstof in de hoge stand van 4 li/min moeizaam klimmende Bart Vos, die ineens zonder zuurstof vanaf de zuidtop in een uurtje naar de top gaat).

Mourik komt echter ook met een nieuw punt dat verbazing wekt (Boeken 10.3.00). Na ruim 15 jaar zegt zij dat Vos op de zuidcol terugkwam vrij kort nadat zij daar was teruggekeerd! Wat de één schemering noemt, kan voor de ander al donker zijn, maar tijden lijken mij tamelijk objectief. In het door Jan Notten in 1984 samengestelde expeditieverslag staat dat Vos om 19.30 uur op de zuidcol terugkeerde. Dat was, naar zijn zeggen, drie uur na de top. Een afdaling in zo'n tijdsbestek schijnt te kunnen. Mourik is ongeveer vijf uur eerder op een hoogte van 8600 m. omgekeerd. Blijkens het verslag liep zij goed, had zij voldoende zuurstof in de fles en moet zij dus in beduidend minder dan vijf uur hebben kunnen afdalen. Je kunt je in vijf minuten of een half uurtje vergissen maar toch niet in enkele uren? Maar mogelijk klopt dat `officiële' tijdstip van 19.30 uur helemaal niet. Dat had Mourik dan toch al in 1984 kunnen – of moeten – zeggen.