Moeders in Congo baren `heksen'

Congolezen zoeken naar een verklaring voor hun aanhoudende ellende. Steeds vaker beschuldigen ze hun eigen kinderen van hekserij.

Ze had het kunnen weten. Ze had de tekens niet mogen negeren. Dan had haar man misschien nog geleefd. Dan was ze haar huis niet uitgesmeten. Dan had ze misschien nu geen honger gehad.

Louise Babandoa, 27, vouwt haar lange vingers die knakken. Ze kan onmogelijk stil blijven zitten. Onophoudelijk schuifelt ze heen en weer op de gescheurde, bruine sofa, het enige meubelstuk in deze kleine eenkamerwoning. Een pan, twee borden en een mok staan verscholen in het halfduister. Buiten brandt onbarmhartig de zon.

Ze somt op wat er in haar huishouden het laatste jaar allemaal misging. Eerst viel de televisie in stukken. Niemand die hem aangeraakt kon hebben. Daarna kwam haar moeder onder een auto. Haar been komt nooit meer goed. En dan was er ook opeens die plaag van ongedierte, terwijl de buren nergens last van hadden. Steeds gejaagder gaat ze praten. Haar ogen worden groter. Naast haar zwijgen haar dochters – Kima, 8 en Lisa, 6 – met nietsziende blik.

Maar pas toen haar man overleed, besefte ze wat er aan de hand was. ,,Eindelijk, eindelijk'', schreeuwt ze gepijnigd, omdat ze zichzelf niet vergeeft dat ze jaren blind heeft kunnen zijn. Een dokter zei dat haar man waarschijnlijk aan aids was overleden. Zij wist wel beter. Waarom hebben haar zonen nooit gehuild als baby? Waarom fonkelden hun ogen in het donker? ,,Mijn kinderen zijn heksen. Ik heb duivels gebaard.''

De Leuvense antropoloog Filip de Boeck heeft onderzoek gedaan naar het verschijnsel kindheksen, naar `enfants dits sorciers' zoals ze heten in Congo. Hij schat het aantal kinderen dat van hekserij wordt beschuldigd, alleen al in de hoofdstad op vijftien- tot twintigduizend. De Britse organisatie Save the Children houdt het op tweeduizend.

Eens zijn ze het wel over het lot van de kinderen. Ze worden gedood door hun familie. Of ze weten tijdig te ontvluchten. Dan gaan ze op in het lompenproletariaat van straatkinderen die geen huis hebben en voor wie niemand zorgt. Sommigen – van 11, 12, 13 jaar – sluiten zich aan bij het leger. Een land in oorlog kan elke militair gebruiken. Anderen proberen te overleven met kruimeldiefstal en prostitutie. Van gezondheidszorg blijven ze verstoken. Scholing krijgen ze nooit.

Carly is opgevangen door de Belgische pater Frank in de wijk Kasa-Vubu. Een meisje van negen in een veel te grote overgooier. Blote voeten onder benen vol korsten. Als ze haar verhaal doet, kijkt ze naar de grond.

Haar vader heeft geprobeerd haar te verdrinken. In de rivier de Congo die door Joseph Conrad honderd jaar geleden al als ,,een reusachtige slang'' werd omschreven. Een smerige heks was ze die alleen maar onheil bracht over haar familie. Dus moest ze worden gevoerd aan de slang.

Ze wist te ontkomen. Dagenlang hield ze zich schuil omdat ze niet wilde dat iemand haar zou zien met die geboeide handen die haar het zwemmen moesten beletten. Iedereen zou weten dat ze een ontsnapte heks was die haar gerechte straf had ontlopen. Misschien zou ze alsnog ter dood zijn gebracht.

Volgens de antropoloog De Boeck vloeien de beschuldigingen van hekserij voort uit de chaos die het land in zijn greep heeft. Het land heeft meer dan dertig jaar gezucht onder het tirannieke bewind van veldmaarschalk Mobutu. Daarna werd Congo in 1997 door een bevrijdingsoorlog getroffen. Een jaar later ontbrandde er een nieuwe oorlog waarbij ten minste vijf van de buurlanden zijn betrokken. Al die tijd is het met de economie alleen maar bergafwaarts gegaan.

Léon Lusimana, hulpverlener bij een straatkinderenproject in de volkswijk Matonge, zegt dat het incasseringsvermogen en de spankracht van de Congolezen legendarisch zijn. Maar volgens hem is de bodem van wat ze nog kunnen verdragen in zicht gekomen. Steeds vaker verliezen ze de dagelijkse strijd om te overleven. Gemiddeld hebben Congolezen nog geen gulden per dag te verteren. En ze snakken naar een verklaring voor die eindeloze keten van misère. Zo komen ze op hekserij.

Veel van de zogeheten `helingskerken' in Kinshasa spelen gretig in op het groeiende bijgeloof. Zij beweren dat ze ondubbelzinnig kunnen vaststellen of een kind is bezeten. Zij bieden de kinderen ook de kans om hun schuld te belijden. En ze beloven dat ze de kwade geesten kunnen verjagen. Zoals de profeet Onokoko. Hij zorgt dat kinderen de duivel letterlijk uitkotsen. Hij laat drie voorwerpen zien die door behekste jongeren zijn opgehoest tijdens uitdrijvingssessies. Symbolen van de duivel: een schelp, een stuk zeep, de verroeste kroon van een cola-fles. Maar volgens hulpverlener Lusimana heeft de profeet die spullen eerst aan de kinderen te slikken gegeven. Hij beschuldigt de helingskerken van ordinaire kindermishandeling.

Soms geloven ook de kinderen dat ze zijn behekst. Op het vliegveld Zaventem bij Brussel werd een video gevonden van drie kinderen uit Congo die bekenden dat ze hun moeder met hekserij hadden gedood. Zij vertelden gedetailleerd hoe ze haar in stukken hadden gesneden en daarna geconsumeerd.