Minister blijft weg bij opening mega-opgraving

Uiterlijk houden de medewerkers van het Vlaams-Nederlands Instituut in Kairo en de daar verzamelde Nederlandse en Engelse archeologen zich groot. ,,Spijtig maar we wisten al een tijd dat het een dubbeltje op z'n kant was'', zegt opgraver van het eerste uur Jaap van Dijk, die als filoloog verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Heel jammer, vindt ook instituutsdirecteur Han den Heijer, die ook hoopvol is dat de minister vastbesloten schijnt te zijn zelf te komen, al heeft hij helaas nog geen datum genoemd. Een meer zijdelings betrokkene is, off the record, openhartiger: ,,Vlerkerig. Te gênant voor woorden.''

Vanwaar deze opwinding in en rond het doorgaans zo kalme Vlaams-Nederlands Instituut? Daarvoor moet worden teruggegaan naar 1986, toen een team van Nederlandse en Engelse archeologen op het Saqqara-plateau net buiten Kairo stuitte op het graf van Maya.

Maya was de oppermachtige `opzichter' van het schathuis, een soort minister van Financiën en Economie ten tijde van Toetanchamon en diens opvolgers. Zo'n vooraanstaand man had voor zijn eigen graf beschikking over de koninklijke beeldhouwers en de beste handwerkslieden, wat een enorme tempel opleverde met in Van Dijks woorden `magnifieke reliëfs'. Een zeer voorname vondst dus.

Vijftien jaar lang werkten Engelse en Nederlandse teams van archeologen, technici en experts, bijgestaan door Egyptische opzichters en werklieden, aan de restauratie van het graf. Miljoenen guldens gingen er in zitten en nu was het af, de culminatie van alles bij elkaar 27 jaar graven.

Deze monnikenarbeid nu zou gisteren worden bekroond met een officiële opening van het graf door Faroek Hosni, de Minister van Cultuur en Oudheden van Egypte. Een aantal wetenschappers was speciaal voor de opening naar Kairo gekomen, en ook de directeur van het Oudheidkundig Museum in Leiden, een van de belangrijkste geldschieters, was present.

Maar nog geen etmaal voor de opening weigerde Hosni te zeggen of hij werkelijk zou komen of dat hij toch de voorkeur gaf aan een cultureel festival in Luxor. En nee, iemand anders sturen mocht niet, bezwoer Ali Gaballa, de directeur van de Oudheidkundige Dienst. Zo gaat dat niet in Egypte.

En toen kwam 22 uur voor het Uur U het telefoontje. De minister komt niet en iemand anders mag het ook absoluut niet doen. Geen reden, laat staan excuus. U hoort wel van ons wanneer het wel kan, zou er letterlijk zijn gezegd.

Waarop ze bij het Vlaams-Nederlands Instituut de hele gastenlijst weer konden gaan afbellen, terwijl iedereen zes weken eerder al was uitgenodigd.

De al geplande lezing van Jaap van Dijk werd in allerijl maar ge-upgraded tot feestelijke opening. Van Dijk blijft er kalm onder. Als wetenschapper heeft hij natuurlijk allang zijn grootse moment beleefd, toen hij vijftien jaar geleden op 23 meter diepte door een door plunderaars gegraven gang kroop en daar bij het licht van een enkel peertje – dat bijna meteen ook nog eens kapot ging – zijn ontdekking deed.

Waarnemers die minister Hosni al langer volgen, tonen evenmin verbazing over diens nieuwste `streek'. Sinds een paar jaar zijn de toegangsprijzen van Faraonische bezienswaardigheden voor buitenlanders verdrievoudigd. De opbrengsten gaan bovendien niet naar restauratie en onderhoud van de oudheden, maar worden door Hosni doorgesluisd naar kunstfestivals.

Minister Hosni haat opgravingen, iedereen weet dat, heet het in Kairo. En het Vlaams-Nederlands Instituut weet dit nu dus ook.