Laatste keer

Je wilt iets voor je plezier gaan doen, en je hebt je voorgenomen dat een half uur vol te houden. Het is bijvoorbeeld een gure wintermorgen. Je wilt in een warm café aan het raam zitten om naar de straat en de mensen te kijken. Je gaat naar binnen, de plaats met dit uitzicht is vrij. Je wilt gaan zitten. Daar komt de ober. Hij houdt je tegen.

,,Een bijzonder goede morgen meneer! Deze stoel waarop u straks gaat zitten, ja, dat is een prachtige stoel! Die is gemaakt door Wouter Knapnoot, in 1911. Hij was achttien. Een geniale stoelenmaker. Hij had het van geen vreemde. Zijn moeder deed het voor haar plezier, die maakte bijzetstoeltjes. Toen dit meubel voltooid was, verdrongen de mensen zich om er gebruik van te maken. Maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit en deze stoel raakte in vergetelheid. Tientallen jaren heeft er niemand op gezeten. Onbegrijpelijk eigenlijk.''

,,Interessant. En ja, onbegrijpelijk! Mag ik nu gaan zitten?''

,,Ho! Ik wil u nog even wijzen op de achterste poten, die onmerkbaar maar toch korter zijn dan de voorste, zodat u prettig leunt. Dat is een eigenschap van alle Knapnootstoelen. Alleen de kenners weten dat. Onze andere ober is ook kenner. Ik zal hem er even bijroepen. Eén GOEDEmorgen Jan! Meneer wil graag op de Knapnootstoel zitten.''

,,Dat kan ik me heel goed voorstellen. Dat zou iedereen wel willen. Maar hoho! Voor u dat doet moet u eerst eens even kijken naar de zitholte. Er zijn maar héél-èrg-weinig stoelenmakers die deze uh-eh zeg maar vitale dissonant bereiken.''

De obers krijgen een interessant meningsverschil. Af en toe probeer je te gaan zitten maar als één man houden ze je tegen. Je gelooft het wel. Toch ga je nog één keer naar dat café. Je wilt op een andere stoel gaan zitten, maar ,,Ho!'' roept de ober, ,,deze is van de begaafde Karel Peenum 1861-1950. Blijft u rustig staan. Geboren in Dokkum! Daar ga ik u eerst eens alles over vertellen.''

Zo ongeveer wordt degene die Radio 4 aanzet om mooie muziek te horen, al te vaak behandeld door de ober die dan presentator heet.

Fenomenologisch gezien zijn er opvallende overeenkomsten tussen het zitten voor je plezier en het naar mooie muziek luisteren. Het gemeenschappelijke kernmerk is de genietende passiviteit. Het doel is een uit-de-wereld-raken om ongestoord ontvankelijk te zijn. Zo ongeveer zou een ouderwetse fenomenoloog het uitdrukken. Wie het voor zichzelf reconstrueert, zal gewaar worden dat de geest zich al in postuur heeft gezet, nog vóór het eigenlijke genieten is begonnen. Dit in postuur zetten is de laatste activiteit die aan de passieve periode vooraf gaat. Tot deze activiteit hoort de mobilisatie van het betrokken lichaamsdeel. Wat bij het zitten je achterwerk doet, is bij het luisteren je oren toebedeeld. Beide zijn middel, lichamelijk medium bij het bereiken van een geestelijke toestand.

Het is zover; men zit zoals men zich dat heeft voorgesteld; of men heeft de oren gespitst. Nu breekt de volgende fase aan. Beide toestanden van zulk passief zijn hebben een bepaalde uitwerking op de hersenen. De geest bevrijdt zich uit de knelling van de wereld en waait waar hij wil. De muziek kan een stemming veroorzaken of accentueren, of sluimerende denkbeelden wakker maken. Hetzelfde geldt voor het ongestoord zitten. Na een paar seconden al heeft de geest zich in zijn tijdelijke vrijheid genesteld – als alles meezit.

Maar dan komt de ober. De Schumann-exegeet in de studio laat de muziek wegsterven en vertelt dat Robert met Clara Wieck was getrouwd en dat ze negen kinderen hebben gekregen.

Dames en heren in Hilversum: dat is om gek van te worden.

Ik geloof graag dat ze daar trouwhartig hun best doen om mooie programma's te maken. Ik wil niemand beledigen en ik wens iedereen promotie toe. Maar er gaapt een kloof. Het wil er in Hilversum niet in dat wie zich erop heeft verheugd naar muziek te luisteren, het met een minimum aan gesproken woord kan stellen. Soms gaat het goed, uren lang. Dan opeens weer word je omringd door oeverloos gekwebbel. Er valt niets aan toe te voegen. Ik weet nu dat ik niet de enige ben die dit niet leuk vind. Vandaar, ook om de lezers voor hun bijval te bedanken, dit stukje – het laatste over het onderwerp.