Het Westen mag Miloševic niet langer zijn gang laten gaan

De `voortvarendheid' die veertien lidstaten van de EU aan de dag hebben gelegd jegens Oostenrijk, steekt wel heel schril af bij het aarzelende optreden jegens Miloševic, meent Jeffrey Gedmin. Het wordt tijd voor een duidelijk signaal richting Belgrado.

Een jaar geleden intervenieerde de NAVO in Kosovo zonder de gelegenheid te benutten om af te rekenen met de Servische dictator Slobodan Miloševic, wiens regime al tien jaar de bron van alle terreur in Zuidoost-Europa is.

Hoge functionarissen bij het Pentagon vrezen dit voorjaar een uitbarsting van geweld in Kosovo. Onder druk van de economische sancties tegen Belgrado wordt de Montenegrijnse regering van Milo Djukanovic allengs zwakker. De westerse sancties tegen Servië hebben noch de oppositie geholpen noch de greep van Miloševic bloedige schrikbewind verzwakt.

Hoe nu verder? Wat gaat er gebeuren? Wij wachten af. Miloševic doet de eerste stap. En de VS en hun bondgenoten worden opnieuw het slachtoffer van zijn politiek. Eén van zijn nieuwste trucs is de bevoorrading en opruiing van militante Serviërs in Kosovo, die voortdurend onrust stoken. Miloševic handlangers hebben het noorden van de provincie in feite al geannexeerd. Wat zal de Servische dictator zich verkneukelen in de wetenschap dat NAVO-militairen straks in gevecht moeten met Kosovaarse guerrillastrijders die met aanslagen in Servië dreigen. De schermutslingen in Kosovo zijn ernstig, maar als het erop aankomt klein bier. Als Miloševic besluit de democratisch verkozen regering van Montenegro ten val te brengen, volgt opnieuw een bloedbad. De NAVO zal opnieuw handenwringend dubben over de vraag of en hoe ze militair moet optreden. Doet het u ergens aan denken?

Kameraad Slobo's handen moeten dezer dagen jeuken: de hoge NAVO-generaal Wesley Clark verlaat weldra zijn post. Ook de termijn van Klaus Reinhardt, de Duitse bevelhebber van de 37.000 man NAVO-troepen in Kosovo, loopt ten einde. Amerika begint zijn kop in het zand te steken, zoals steeds in verkiezingstijd. En dat alles terwijl de Europese Unie het navelstaren tot een kunstvorm verheft.

Herinnert u zich de EU-campagne tegen dreumes Oostenrijk, dat de zonde beging de democratisch gekozen, populistische Vrijheidspartij de kans te gegeven om mee te doen aan de regeringscoalitie? Vorige week haalden de Portugezen, die thans het voorzitterschap van de EU bekleden, fel uit: premier Antonio Guterres meed Wenen tijdens een rondreis door Europa. De Oostenrijkse kanselier, Wolfgang Schüssel, reageerde met een bliksembezoek aan Brussel. EU-functionarissen stemden toe in een ontmoeting met Schüssel, maar boorden hem de gebruikelijke fotosessie door de neus. De strijd woedt voort. Schüssel zal de EU-boycot deze week tijdens een topconferentie in Lissabon aan de kaak stellen. Terwijl Zuidoost-Europa in vlammen dreigt op te gaan, sleutelt de EU aan interne hervormingen.

Wat de VS als reactie hierop vooral niet moeten doen is inpakken en wegwezen, zoals steeds meer stemmen roepen. Het geaarzel in Europa sterkt Amerika in zijn neiging zich gedeeltelijk of zelfs geheel terug te trekken. Het is een betreurenswaardige, gevaarlijke spiraal. Het Westen zit te springen om leiderschap en het Westen moet eindelijk eens een strategie kiezen. Het is hoog tijd een aantal vragen te stellen die al lang geleden gesteld hadden moeten zijn: wat zijn de voorwaarden voor regionale stabiliteit? Hoe zal een Balkan zonder Miloševic eruit moeten zien? Wie niet weet welke kant hij uitgaat, komt maar zelden op zijn bestemming terecht.

Van belang is bijvoorbeeld een juist beleid voor de handhaving van de openbare orde; maar in Kosovo zal het gevreesde O-woord eens moeten vallen: onafhankelijkheid. De huidige onduidelijkheid over de status van Kosovo leidt tot verwarring bij alle betrokkenen, biedt Belgrado en zijn bondgenoten nieuwe kansen en reikt radicale Kosovaren een excuus voor gewelddadig optreden aan. De VS gaan het onderwerp uit de weg omdat de Europeanen vrezen dat onafhankelijkheid een domino-effect teweeg zal brengen. Het zou, zeggen onze bondgenoten, leiden tot nieuw geweld en nieuwe instabiliteit, de desintegratie van Macedonië en de vorming van een Groot-Albanië. Onzin. Van zo'n automatisme is geen sprake. Veel zinniger is een idee dat is geopperd door William Taft, voormalig VS-ambassadeur bij de NAVO.

Taft heeft een stappenplan ontvouwd om te bewilligen in wat 99 procent van de Kosovaren toch nooit zullen opgeven: een staat vrij van Servische overheersing. Het plan-Taft vergt tijd en stelt de voortgang afhankelijk van het gedrag van de Kosovaarse leiders. De gedachte achter het plan is eenvoudig: als de Kosovaren samen met het Westen werken aan de opbouw van een democatisch Kosovo, dan krijgt Kosovo zelfbeschikkingsrecht. Concrete tussenstappen behelzen de belofte van democratisch zelfbestuur, genoegdoening voor de slachtoffers van de Servische terreur en normen en prikkels voor het gedrag van de Kosovaren. VN-bestuurder Bernard Kouchner heeft er al op gezinspeeld dat de beslissing over de definitieve status van Kosovo niet te lang meer moet worden uitgesteld. Welnu, dit is het juiste ogenblik. De onzekerheid belemmert nog steeds de privatisering en het aantrekken van buitenlandse investeringen, met als gevolg instabiliteit in Kosovo zelf en elders.

Ook is het de hoogste tijd Miloševic te laten weten dat zijn dagen geteld zijn. Van Bratislava tot Boekarest steken particuliere hulporganisaties en vroegere dissidenten de hoofden bijeen om banden aan te gaan met de Servische oppositiegroeperingen. Zij hebben ervaring in de opbouw van democratische bewegingen. Dit streven verdient alle financiële steun die wij kunnen verschaffen. Hetzelfde geldt voor de vrije media in Servië die het hoofd nog boven water hebben weten te houden. Maar de VS en hun bondgenoten moeten zich ook bereid tonen de ineffectieve sancties te heroverwegen. Opheffing van sancties zou dan wel afhankelijk moeten worden gesteld van het gedrag van de oppositie. Als sancties worden opgeheven, laten dan de tegenstanders van Miloševic de eer daarvan opeisen en de westerse handel en steun als wapen tegen het regime gebruiken. Het is hoog tijd dat in Montenegro een grens wordt getrokken. Al maanden waarschuwt de regering-Djukanovic het Westen voor de dingen die komen gaan. Het Westen moet niet langer aarzelen maar een duidelijk signaal aan Belgrado afgeven.

Jeffrey Gedmin is verbonden aan het American Enterprise Institute en directeur van het New Altantic Initiative.