Haast u!

Haast u: alleen dit weekeinde zijn de cd's van Abba, Andrea Bocelli, Marco Borsato, BZN, The Cranberries, Sheryl Crow, De Dijk, Boudewijn de Groot, Keith Jarrett, Metallica, Lionel Richie, André Rieu, Sting, U2, Zucchero en ruim honderd andere artiesten uit het populaire genre nog 17,5 procent goedkoper dan normaal. Volgende week worden weer de reguliere, hoge prijzen in rekening gebracht. Langer zal de plotselinge actie van de platenmaatschappij Universal (de vroegere Philips-dochter Phonogram) helaas niet duren. Het is een stuntje, maar er gaat een waarachtige kwestie achter schuil.

Al sinds jaar en dag stoort de platenindustrie zich aan het feit dat op cd's het hoge BTW-tarief van 17,5 procent wordt berekend, terwijl andere culturele uitingen kunnen profiteren van het lage tarief van 6 procent. Bij een concert van U2 geldt 6 procent BTW, en op een cd van dezelfde groep 17,5 procent. Op een tekstbundel van Drs. P wordt 6 procent berekend, en op een cd van dezelfde dichter-zanger 17,5 procent. Een kasteelromannetje valt onder het lage tarief voor cultuur, terwijl voor een Beethoven-symfonie het hoge BTW-tarief geldt. Alleen de video-industrie heeft met hetzelfde euvel te kampen. Wie een film in de bioscoop gaat zien, betaalt op zijn toegangskaartje het lage tarief. Wie echter een videoband huurt of koopt, betaalt het hoge tarief. Dan is diezelfde film opeens geen cultuur meer.

Deze voorbeelden kunnen moeiteloos met tientallen andere worden aangevuld. En allemaal zijn ze even zot. Uit een rubricering van het jaar nul – het boek als heilig cultuurproduct, de plaat als plat vermaak – is een situatie gegroeid die op geen enkele manier meer valt te verdedigen. Maar de wetgeving is taai.

Al sinds de jaren tachtig wordt vanuit de audiovisuele industrie een lobby gevoerd om deze ongelijkheid op te heffen. Eerst in Den Haag, en allengs ook in Brussel. De situatie in de andere EU-landen is immers niet anders: overal geldt dezelfde BTW-richtlijn met hetzelfde aanhangsel van cultuuruitingen die voor het lage tarief in aanmerking mogen komen. Op die lijst ontbreken cd's en videobanden. En tot dusver is het niemand gelukt een politieke beweging op gang te brengen om dat mankement te verhelpen. Alleen in Frankrijk is, naar verluidt, iets op dat vlak gaande. Als de Fransen, in de tweede helft van dit jaar, het voorzitterschap van de EU op zich nemen, zou de zaak opnieuw op de politieke agenda kunnen komen. Makkelijk zal het in elk geval niet zijn, want de richtlijn en de lijst van uitzonderingen kunnen slechts met algemene stemmen worden aangepast.

De actie van Universal, naar eigen zeggen bedoeld `als ludiek protest richting de koppige regering', heeft de andere platenmaatschappijen verrast. Liever zou men gezamenlijk zijn opgetrokken. Zo'n tijdelijk stuntje van één bedrijf lijkt al gauw op een snelle actie ten eigen bate. Bovendien is de korting van 17,5 procent vrijwel uitsluitend op de populaire sector gericht, en nauwelijks op het klassieke genre. Maar ze hebben hoe dan ook gelijk. Er klopt iets niet.