Geven en nemen

HET GEMEENTEBESTUUR van Rotterdam heeft een originele ontknoping bedacht voor het onderzoek naar het declaratiegedrag van oud-burgemeester Peper en een aantal (oud-)wethouders. De aangevochten bedragen worden niet teruggevorderd maar teruggevraagd. De gemeente loopt niet naar de rechter, zoals de wet voorziet, maar doet een plechtig moreel-politiek appèl op de betrokkenen de zaak recht te zetten. Zoiets is alleen mogelijk in het land van het poldermodel.

Gezien de evidente verschillen in beleving van de diverse partijen kan de gevraagde rechtzetting niet anders dan een kwestie van geven en nemen zijn, zeg maar een schikking. Als minister van Binnenlandse Zaken heeft Peper zich ambtshalve ingezet tegen de toenemende `juridisering' in dit land. Maar hij is niet voor niets afgetreden. Hij wil juist voor de rechter terugvechten.

Het appèl van de gemeente Rotterdam maakt het allemaal knap ingewikkeld. Dat ís de kwestie van de declaraties ook. De gemeenteraad heeft zelf boter op het hoofd na al die jaren van formele decharges. De beslissing de zaak zelf uit te zoeken in plaats van, zoals de provincie Zuid-Holland in de Ceteco-affaire, een commissie van buitenstaanders in te schakelen, heeft dit aspect eerder geaccentueerd dan afgezwakt. Een rechtszaak belooft niet eenvoudig te worden. Maar wat zijn de alternatieve sancties tegen bestuurders die inmiddels bijna allemaal zijn vertrokken?

MAAR OOK PEPER heeft het zijne bijgedragen tot accentuering van de tegenstellingen. Hij beklaagt zich dat hij is behandeld alsof het ging om criminele zaken, maar heeft het onderzoek zelf mede op scherp gesteld door zich te verweren alsof hij inderdaad een verdachte was. Een verdachte wordt voor onschuldig gehouden tot het tegendeel afdoende bewezen is. Maar nu de gemeente afziet van gerechtelijke stappen, dreigt de oud-burgemeester lelijk te blijven bungelen.

In één ding heeft de gemeente volledig gelijk. Er is een verschil tussen juridisch gelijk en bestuurlijk gezag. Wie herinnert zich niet de befaamde verdediging van de Amerikaanse president Nixon tijdens het Watergate-schandaal: ,,I am not a crook?'' Alsof er niet méér van de hoogste publieke gezagsdrager wordt verwacht dan dat hij niet tot `boef' wordt bestempeld.

Dat geldt ook in de Nederlandse gemeentepolitiek. Alle waardering voor wethouder Simons, die ook nog eens is uitgeschakeld door ziekte, neemt niet weg dat het onacceptabel is dat hij zegt nooit te hebben geweten dat hij zijn gebruik van een gemeentelijke creditcard moest verantwoorden met bonnetjes. Het gaat niet om de bonnetjes, en niet om de bedragen, maar om de verantwoording. Zo'n blinde vlek is of naïef of arrogant. Beide zijn voldoende om een bestuurder van dit niveau te doen opstappen, al lijkt Simons door de Rotterdamse polderaanpak te zijn gered.

DE AANDACHT GAAT vooral uit naar Peper, de voormalige `zonnekoning' aan de Maas. Het debat in de Rotterdamse raad mag de nodige losse einden hebben, maar het bevestigt dat een minister met zo'n serieuze donderwolk boven zijn hoofd niet anders kon doen dan aftreden. Wat Peper in het bijzonder de das om heeft gedaan is zijn stelling dat hij vierentwintig uur per dag in de weer was voor de stad, zodat privé en zakelijk niet waren te scheiden.

Van zo'n ambtsopvatting kan niet alleen worden gezegd dat zij in geen rechtszaal veel kans heeft. Zij rechtvaardigt ook een dramatisch eind van een indrukwekkende publieke carrière.