Een vrolijk spel met de taalkritiek

`Gun elkaar een romantisch ontspannen samenzijn.' `Spring jij maar eerst.' `Niks kunst of carrière, gewoon leven.' De tekstjes, bijeengesprokkeld uit krantenkoppen, hangen scheef op een filmscherm en uit de geluidsinstallatie komt een gewemel van stemmen, stappen, muziek, bedrijvigheid. Wat heeft dat te betekenen?

Dat clichétaal, want daaruit bestaan de tekstjes, een voortbrengsel is, want dat suggereert het geluid, van de huidige massamaatschappij? Wacht even, de film gaat verder. Heuvels en dalen strekken zich uit, monotoon, nietszeggend, bleek en behaard: een mensenhuid is door de camera in een huidlandschap veranderd. En wat heeft dit te betekenen? Dat huid en huidig meer met elkaar gemeen hebben dan alleen de klank? Dat huid iets onpersoonlijks is, net als de huidige taal?

Ontdaan van persoonlijkheid is in elk geval het Ik dat even later voor het filmdoek spreekt. Dit Ik vormt telkens zinnen die met Ik beginnen. `Ik heb een woordenschat verworven.' `Ik ben uit de natuur gestapt. Ik ben geworden. Ik ben onnatuurlijk geworden.' Allemaal zinnen met vaste grammaticale patronen: een logisch taalsysteem. Peter Handke schreef Selbstbezichtigung (Zelfbeschuldiging) in 1966, toen taalkritiek voor hem nog gelijk stond aan maatschappijkritiek. Zijn Sprechstück, zoals Handke de eenakter noemde, moest laten zien hoe de mens zichzelf africht, door taaldressuur en nog eens taaldressuur. Hoe hij zich onderwerpt aan regels en plichten en er niets anders van hem overblijft dan braafheid en bruikbaarheid. Maar aan het eind van het stuk legt de auteur de sprekende ikken ineens een reeks ontkennende zinnen in de mond, alsof er toch nog een restje ongehoorzaamheid is achtergebleven, een residu van individualiteit en eigenzinnigheid.

Die mogelijkheid tot eigenzinnigheid grijpen de acteurs van Dood Paard met beide handen aan. Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel en Manja Topper zijn niet de hele tijd automaten die mechanisch formules opdreunen. Ze zijn ook wel eens Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel en Manja Topper – en dan spelen zij met de formalistische conformismekritiek van Peter Handke een bijna vrolijk spel. Dan gooien ze net niet passende zinnen, van eigen fabrikaat of van anderen, door de basistekst; dan antwoorden ze ritmisch op de sounds uit de toverdoos van een DJ; dan geven ze elkaar raadseltjes op door hun buurvrouw of -man op de Bühne zinnen af te laten maken; en hun bevestigende zinnen hebben dan iets weerbarstigs terwijl de ontkennende juist barsten van bravigheid. `Ik heb niet naar de waarheid gezocht.' `Ik heb het doel van de geschiedenis niet ingezien.' `Ik ben niet opgestaan voor invaliden.' Vooral wanneer Gillis Biesheuvel, een acteur met flaporen een sip kindergezicht, zoiets zegt, klinkt dat onweerstaanbaar geestig.

Voorstelling: 40.000 sublime and beautiful thoughts....., door Dood Paard, naar `Selbstbezichtigung' van Peter Handke. Spel: Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel, Manja Topper. DJ: Steve Green; Gezien: 16/3 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 13 mei. Inl.: (020) 421 49 90.