Een pluim voor de Berlijnse republiek

Veel dingen gaan in Duitsland de goede kant op, vindt topbankier Hilmar Kopper, toezichthouder van de grootste bank ter wereld. SPD en Groenen doorbreken de taboes die ze zelf in het leven hebben geroepen. ,,We waren een eiland, maar de economie wordt nu veel opener.''

Hilmar Kopper geldt in de grijze wereld van bankiers in Frankfurt als onconventioneel. Niet alleen liftte hij als jongeman in werktijd naar Mexico, dronk er whiskey met Hemingway en misleidde zijn bazen met verzonnen activiteiten. Ook neemt Kopper geen blad voor de mond. Toen hij als topman van Deutsche Bank de strop die de corrupte bouwer Jürgen Schneider de bank had berokkend, `peanuts' noemde, werd Kopper op slag beroemd.

In Duitsland achtervolgde zijn nonchalante uitlating hem jarenlang: een verbale uitglijer van een `arrogante bankier'. Peanuts werd zelfs tot Unwort van het jaar bestempeld. Zelf nam Kopper het niet zo nauw. Tijdens een bezoek aan het Amerikaanse Georgia, het land van `pindaboer' Jimmy Carter, liet hij zich voor een advertentie lezend op een wagonlading olienoten fotograferen.

Voor zulke uitstapjes heeft Kopper meer tijd sinds hij drie jaar geleden het roer van Deutsche Bank overdroeg aan Rolf Breuer. Maar als voorzitter van de raad van toezicht is hij nog steeds nauw bij de bank betrokken.

Nu Deutsche Bank onlangs bekendmaakte met de nummer drie in Duitsland, Dresdner Bank, te fuseren, is Kopper in één klap toezichthouder van de grootste bank ter wereld. Balanstotaal: 2,5 biljoen mark.

Think big, is altijd het motto van Kopper geweest, die zich graag door Amerika laat inspireren. Wordt Deutsche Bank niet te groot, vragen sommigen zich in Duitsland af. ,,Er heerst enige onzekerheid in Duitsland over dergelijke fusies'', zegt Kopper (65), die in de nok van de Deutsche Bank-toren in Frankfurt kantoor houdt. Hij is de zoon van een boer in het vroegere West-Pruisen (het huidige Polen) en kwam al op jonge leeftijd voor de bank in New York terecht, waar alleen `groot' werd gedacht.

Kopper: ,,Is het noodlot van de globalisering dat alles groter wordt? Niet altijd. Maar er zijn grote banken die fuseren en er zijn kleine banken die samengaan. Dat ìs globalisering'', stelt Kopper. ,,In de toekomst zullen niet alleen in Californië, New York, Londen of Amsterdam enkele heel grote bedrijven of banken staan, ook in Duitsland. Het kleine Nederland kent zelfs een aantal bijzonder grote spelers als Shell, Unilever, ING, ABN Amro. De Nederlandse banken hebben enorme marktaandelen, waar wij in Duitsland alleen maar van kunnen dromen.''

Kopper wijst erop dat Deutsche Bank ook na de fusie met Dresdner Bank niet meer dan 10 procent van de binnenlandse markt heeft. Samen zijn de drie grote banken (Deutsche/Dresdner, Commerzbank en Hypobank) goed voor 20 procent van de Duitse markt. Meer dan de helft is in handen van de Sparkassen, de Landesbanken en Genossenschaftsbanken; staatsbanken die niet primair op winst gericht zijn. ,,In Nederland heeft alleen al ABN Amro net zo'n groot marktaandeel als onze Sparkassen.''

Voor Deutsche Bank is de particuliere markt al jarenlang een duur zorgenkind. Het uitgebreide kantorennetwerk met veel personeel maakt het zogenaamde retailbanking, de massamarkt met de kleine particuliere klant, weinig lucratief. ,,De particuliere markt zal voor ons in Duitsland nooit zo sterk worden als die voor grote banken is in Groot-Brittannië, Nederland of Spanje omdat we niet met normale concurrentie te maken hebben. We verdienen er nauwelijks geld mee.''

Kopper, op zijn 19de als stagiair bij Deutsche Bank begonnen, is opgelucht dat de fusie met Dresdner Bank het afscheid betekent van de particuliere markt. De klassieke retailbanking wordt ondergebracht in Bank 24, waarin Deutsche en Dresdner nog wel een belang houden, maar feitelijk gaat verzekeraar Allianz in deze sector aan de slag.

Specialisatie is in de bankenwereld vereist en daarom zal de nieuwe Deutsche Bank zich uitsluitend toeleggen op investment banking (advies bij emissies, overnames en fusies) en advisering van vermogende klanten plus de middenstand. Dat vereist grootte want Deutsche Bank wil doorstoten naar de internationale topliga waar het tegen machtige Amerikaanse investment banks als Goldman Sachs en Morgan Stanley moet opboksen.

De fusie tussen Deutsche en Dresdner Bank is volgens Kopper tevens een signaal dat het proces van mondialisering nu ook in de Bondsrepubliek volop gaande is. ,,Ik ben er blij om. Daaruit blijkt dat Duitsland in staat is tot verandering van haar economische structuur. Dat is noodzakelijk, ook gezien de rol die we hebben als een van de leidende industrielanden.''

Volgens de Duitse bankier voltrekt zich een economische ommekeer in de Berlijnse republiek. De economische stagnatie is voorbij. Bovendien heeft de rood-groene regering van Gerhard Schröder (SPD) een aantal maatregelen genomen die de Duitse economie ingrijpend zal veranderen.

,,Zodra de nieuwe belastingwet wordt doorgevoerd zal een belangrijk deel van de belangen die banken, verzekeraars en bedrijven in elkaar hebben, zich oplossen. Dat is heel nuttig voor de economie. Het waren kapitaalverbindingen die al vele decennia bestaan en niet nuttig zijn. Het kapitaal kan nu opnieuw worden geïnvesteerd in kernactiviteiten.''

Het corporatische economische model ondergaat een metamorfose, constateert Kopper. ,,We waren een eiland, maar de economie wordt nu veel opener, angelsaksischer. Buitenlandse investeerders willen de markt kennen waarin ze werken. Ze willen het liefst dat die markt er net zo uitziet als thuis, want die kennen ze het beste. Dat leidt haast automatisch tot verspreiding van de angelsaksische spelregels. De Britten waren immers altijd de uitvinders van spelregels, dat was al het geval bij voetbal en bij golf.''

Maar niet alles gaat overboord. Aan de zogenaamde Mitbestimmung, een typisch kenmerk van het Duitse harmoniemodel, wordt nauwelijks getornd. Deze vorm van medezeggenschap, waarbij werknemers in de raden van toezicht zitten van grote bedrijven, is typisch voor het Rijnlandse kapitalisme. ,,Deze vorm van medezeggenschap is zeker geen exportmodel voor Europa'', vindt Kopper omdat besluitvorming erg lang kan duren. ,,Maar ik heb de medezeggenschap nooit ervaren als een rem voor de ontwikkeling van de vrije markt. Ook werknemers weten dat een democratie een markteconomie nodig heeft om succes te kunnen hebben. Bovendien hoeft niet iedereen het overal mee eens te zijn.''

Medezeggenschap kan ook leiden tot een verstandige begeleiding van overnames, zegt Kopper. Hij vindt de recente overname van Mannesmann door het Britse mobiele telefonieconcern Vodafone ,,een klassiek voorbeeld'' van een goed functionerende Mitbestimmung van het personeel.

Het economische klimaat in Duitsland is zichtbaar verbeterd, meent Kopper. En dat komt niet alleen omdat hij door de regering-Schröder is benoemd om Standort Deutschland te verkopen en investeerders aan te trekken, grijnst de ervaren bankier.

,,Enkele jaren geleden heerste in Duitsland volkomen stilstand. De laatste regering-Kohl kreeg niets meer voor elkaar: geen belastingverlaging, geen sociale hervormingen. Na vele jaren conservatief bewind heeft rood-groen begrepen dat het na de rampzalige eerste acht maanden, toch een paar wezenlijke kwesties moest aanpakken. Dat heeft ze geprobeerd. Niet altijd zo goed en zo snel als sommigen dat gewenst zouden hebben, maar toch gaan veel dingen nu de goede kant op.''

De rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) pakt problemen aan die vroeger taboe waren, meent Kopper. ,,Dat geldt voor defensiepolitiek – vroeger was meewerken van Duitsers in Kosovo onvoorstelbaar geweest – maar ook voor de belasting- en verkeerspolitiek. SPD-minister Klimmt (Verkeer) zegt openlijk dat er weer snelwegen gebouwd moeten worden. Dat heb ik in tien jaar niet meer gehoord. Het klinkt misschien vreemd, maar het geldt ook voor de energiepolitiek. Nu blijkt dat het afscheid van de atoompolitiek toch veel langzamer gaat dan menigeen in de regering zich had gewenst.''

Misschien is het zo dat de heilige koeien alleen maar geslacht mogen worden door degenen die ze hebben grootgebracht, zegt Kopper. ,,SPD en Groenen doorbreken taboes, die ze zelf in het leven hebben geroepen. Daar ligt momenteel een van de verborgen krachten van de moderne sociaal-democratie. De SPD wordt steeds moediger met zichzelf.''

Ook het feit dat de kanselier snel heeft beslist een zogenaamde `green card' toe te staan opdat gekwalificeerde informatici en software-specialisten uit het buitenland naar Duitsland kunnen worden gehaald, rekent hij daartoe.

Schröder werpt zich op als de `Internet-kanselier', maar hij heeft gelijk, vindt Kopper. ,,We komen vele tienduizenden informatie-experts tekort omdat vraag en aanbod op de universiteit niet op elkaar zijn afgestemd. Zolang wij deze specialisten zelf niet kunnen opleiden, is het toch prima ze uit het buitenland te halen.'' Eigenlijk heeft de vakbeweging opvallend weinig weerstand geleverd, meent de bankier. ,,Waarom zou ze ook. We praten slechts over 20.000 informatie-specialisten. Amerika importeert deze experts al vele jaren. Zelf haalden we in de jaren zestig en zeventig miljoenen Turken, Spanjaarden en Italianen naar Duitsland om hier te werken. Het is ons zeer goed bevallen.''

Nee, als Hilmar Kopper bij buitenlandse investeerders Duitsland als vestigingsplaats `verkoopt', kan hij nu een aantal positieve ontwikkelingen noemen die hij een jaar geleden niet had kunnen bedenken. ,,Ik kan niet beweren dat alles nu in orde is. Maar de regering is op de goede weg.''

Toch ziet hij een New Economy, een periode van economische groei en lage inflatie, in Duitsland of Europa nog niet ontstaan. ,,Sommige delen van de Verenigde Staten kennen inderdaad al vele jaren forse economische groei, een positieve conjunctuur, die desondanks met weinig inflatie is verbonden hoewel er vrijwel volledige werkgelegenheid is. Het lijkt erop dat bepaalde paradigma's van vroeger over economische golfbewegingen niet meer opgaan. Maar in Europa is van zo'n situatie, van zo'n Aufbruchstimmung nog geen sprake. Er is te weinig markteconomie. Vooral de arbeidsmarkt kent teveel regulering, om nog maar te zwijgen van het kostbare sociale stelsel dat nodig hervormd moet worden. Overal staat de staat nog met haar neus vooraan.''

In Duitsland zijn volgens Kopper begrippen als kapitaal, winst en risico nog altijd extreem negatief belast. Terwijl juist deze drie elementen naar zijn mening de voedingsbodem zijn voor economisch succes. ,,Waar die argwaan tegen winst en risico in Duitsland mee te maken heeft? Het ging ons lang erg goed. We hebben verleerd dat je iets moet riskeren wil je wat bereiken en dat je hard moet werken. Het gevolg is dat er angst bestaat om risico's te nemen. Alleen het woord Angst wordt in Duitsland zo vaak gebruikt, dat ik er van huiver.''

Gelukkig, ziet de bankier uit Frankfurt bij jonge mensen verandering. Dat blijkt alleen al uit de duizenden startende ondernemers. ,,Veel jongeren willen iets riskeren'', stelt Kopper vast en wijst op de grote hoeveelheid nieuwe technologische bedrijven die aan de Neuer Markt in Frankfurt genoteerd zijn; meer dan 200 zijn het er al.

,,Jongeren zetten liever zelf een klein Internet-bedrijf op, dan dat ze bij de Deutsche Bank een carrière beginnen. Dat vind ik een goede ontwikkeling. In Berlijn is zelfs een duidelijke hausse bespeurbaar van jonge ondernemers.'' Bovendien worden steeds meer Duitsers kleine aandeelhouders, stelt Kopper tevreden vast. De beursgang van Deutsche Telekom heeft ook in Duitsland het volkskapitalisme een impuls gegeven. ,,Daardoor zal het taboe dat rust op `kapitaal' en `winst' langzaamaan verminderen'', verwacht hij.

Wat zijn beroemde uitspraak over peanuts betreft, wil de bankier nog wel iets kwijt. Hij heeft net gehoord dat de advertentie met hem op een berg pinda's tot de tien beste duitstalige advertenties van de eeuw is gekozen. ,,Ik ben heel trots'', zegt hij met een brede lach.