Een overvolle wand met familieportretten

Dat de Puertoricaanse Rosario Ferré goed kan vertellen, bewees ze al met Het huis aan de lagune dat in 1997 in Nederlandse vertaling verscheen. Het al even lijvige als prachtige Excentrieke kringen lijkt in veel opzichten op het voorgaande boek. Het bevat kleurrijke levensgeschiedenissen van (over)grootouders, ouders, ooms en tantes van de verteller, wier levens ruim een eeuw woelige geschiedenis van Puerto Rico beslaan. Dit Caraïbische eiland was door de koloniale historie op Spanje georiënteerd, maar valt sinds het eind van de vorige eeuw onder Amerikaanse invloedssfeer. Net als de andere Caraïbische eilanden oefende het in de negentiende eeuw grote aantrekkingskracht uit op avonturiers uit Europa. Zo is de overgrootvader van de Santillana-kant van de familie oorspronkelijk een koopman uit Corsica. Hij maakte aan het eind van de negentiende eeuw fortuin met het smokkelen van koopwaar vanaf St. Thomas en Curaçao, destijds beide Nederlandse eilanden met een lange traditie van illegale handel, naar Puerto Rico, waar een Spaans embargo gold. Zijn dochter trouwde met de trotse beheerder van suikerrietplantages, die tegen de stroom in weigerde ook maar een hectare van zijn grond te verkopen.

De overgrootvader van de Vernet-kant van de familie kwam van het Franse platteland. Hij kreeg overheidssteun om in Parijs voor ingenieur te studeren, omdat zijn vader in 1870 aan het eind van de Frans-Duitse oorlog was omgekomen. Toen hij klaar was met zijn studie, stond de terugkeer naar zijn ingeslapen geboortestad hem zo tegen dat hij de boot naar Cuba nam. Daar vertrok zijn zoon Chaguito na het uitbreken van de onafhankelijkheidsoorlog in 1895 naar Puerto Rico, waar drie jaar later de Amerikaanse invasie plaatsvond. Chaguito bewonderde de geweldloze, tolerante en moderne aanpak van de Amerikanen. Hij zwoer het katholicisme af en werd vrijmetselaar en fervent voorstander van aansluiting van Puerto Rico als zelfstandige staat bij de Verenigde Staten. Hij trouwde echter een aartskatholieke vrouw die een onafhankelijk Puerto Rico aanhing.

De verhalen over deze en talrijke andere leden van de familie Rivas de Santillana en van de familie Vernet beslaan met elkaar zo'n 400 pagina's. Dat is eigenlijk veel te weinig voor wat de schrijfster er allemaal in wil zeggen. Want in dit ene boek zijn de levensverhalen van maar liefst vier generaties familieleden als een parelketting aan elkaar geregen, van vaders- én moederskant van de verteller. Zowel de vader als de moeder komen uit een gezin van zes kinderen, dus dat tikt aan. In totaal 58 korte hoofdstukken passeren om beurten 42 familieleden de revue. Dat is per persoon dus nog geen tien pagina's. Het is of de verteller je meeneemt langs een wand familieportretjes, en voor elke foto even stilhoudt om iets te vertellen over die persoon. Ieder verhaal is een pareltje op zich. Ferré heeft een prachtige, poëtische stijl. Ze beschikt over een groot inlevingsvermogen en brengt de uiteenlopende karakters liefdevol tot leven. Keer op keer raakt ze de kern van hun persoonlijkheid en van hun leven.

Maar het bezwaar van de kettingstructuur is dat je steeds veel te snel alweer verder moet naar het volgende personage. Laat die andere personages maar zitten, zou je haar steeds willen smeken, vertel me eerst alles over deze man of vrouw. Maar zij neemt je onverbiddelijk aan de hand mee naar het volgende portret, want ze wil de hele familie nog langs, dus we mogen niet te lang bij één en dezelfde persoon blijven dralen. Uiteindelijk wil ze ook graag zelf nog aan de beurt komen, want uiteraard komen beide families in haar persoon samen.

Aan beide zijden van de familie zijn de vrouwen vrijgevochten, intelligent en ambitieus. Zij volgden universitaire studies (in de Verenigde Staten) in een tijd dat dit voor vrouwen absoluut geen vanzelfsprekendheid was. Maar uiteindelijk bleef het huwelijk óf een leven als non de enige mogelijke carrière voor een vrouw. De vertelster slaagt er als eerste in deze traditie doorbreken, van haar man te scheiden en een eigen carrière beginnen.

Maar het slot waarin ze over haar eigen leven vertelt, is beduidend minder mooi en indrukwekkend dan de fragmenten over de familieleden die verder van haar afstaan. Dat komt deels door het gebrek aan afstand, maar zeker ook doordat haar eigen leven als hedendaagse upper class Puertoricaanse voor ons wel erg herkenbaar is. De andere levensgeschiedenissen zijn vele malen interessanter, omdat ze een onbekende geschiedenis van een relatief onbekend eiland blootleggen.

Dit boek heeft een ernstige tekortkoming: het is te dun. Het had veel dikker gemoeten. Of nog beter: het hadden meer boeken moeten zijn. Deze personages leveren genoeg stof voor minstens twee, maar met gemak nog veel meer boeken. Ik zou ze allemaal graag willen lezen.

Rosario Ferré: Excentrieke kringen. Uit het Engels vertaald door May van Sligter.

De Geus, 400 blz. ƒ49,90 (geb.)