Een eeuw Mexico

De Mexicaan Carlos Fuentes geldt als een van de belangrijkste schrijvers van het Latijns-Amerikaanse continent. Met een oeuvre van ruim tien romans, een handvol verhalenbundels, talrijke essays, historische studies, toneelwerk en filmscenario's behoort hij ook tot de productiefste. In 1987 kreeg hij voor zijn oeuvre de Cervantes-prijs, de belangrijkste literaire prijs in de Spaanstalige wereld, en vandaag is daar een eredoctoraat van de Universiteit van Gent bijgekomen. Vrijwel tegelijkertijd is de vertaling verschenen van zijn vorig jaar gepubliceerde roman, De jaren met Laura Díaz, die tegelijk een panorama vormt van één eeuw Mexicaanse geschiedenis.

Daarmee is Fuentes in zekere zin naar het begin van zijn schrijverscarrière teruggekeerd. In 1962 publiceerde hij op 34-jarige leeftijd de roman De dood van Artemio Cruz, die zijn doorbraak betekende. Het was het verhaal van een stervende autocraat die als jong opportunistisch soldaat de Mexicaanse burgeroorlog (1910-17) meemaakte en zich daarna bluffend en bedriegend opwerkte tot een van de belangrijkste en rijkste mensen van het land. Het was een verhaal van cynische macht, zelfingenomenheid en brutaliteit, en tegelijk van verloren idealen, van revolutionairen die de macht van kerk en oligarchen wilden breken en van het verlangen naar een sociale staat.

In De jaren met Laura Díaz lijkt Fuentes dat verhaal nog een keer te hebben willen vertellen, zij het dan vanuit het idealistische gezichtspunt. Laura Díaz is iets jonger dan Cruz (wiens naam in het boek een paar keer terloops valt), maar ook zij maakt in haar lange leven de hele twintigste-eeuwse geschiedenis van Mexico mee. Geboren uit een Duits-Spaanse immigrantenfamilie waarin het idealistische bloed nog stroomt, trouwt ze met een gemengdbloedige vakbondsleider, wiens vooruitstrevendheid zich beperkt tot de werkvloer, zonder door te dringen tot huis en haard. Ze raakt bevriend met Frieda Kahlo en Diego Rivera, gaat in de jaren dertig een liefdesrelatie aan met Jorge Maura, een losjes op Jorge Semprún (wiens tweede achternaam Maura is) geïnspireerde afgevaardigde van de Spaanse republikeinse regering, en in de jaren vijftig met Harry Jaffe, een scenarioschrijver die het werken door de anticommunistische hetze van McCarthy onmogelijk is gemaakt. Wanneer bijna al haar vrienden gestorven zijn, wordt ze na haar zestigste een fotografe met internationale naam, die voor het fotobureau Magnum reportages maakt over de harde sociale werkelijkheid van Mexico.

Deze vermenging van roman en geschiedschrijving (die soms een herschrijving van de geschiedenis kan worden) is in bijna alle grote romans van Fuentes terug te vinden. De campagne uit 1990 gaat over de onafhankelijkheidsstrijd van Zuid-Amerika tegen Spanje tijdens de Napoleontische oorlogen en over de verlichte ideeën van vrijheid, gelijkheid en broederschap die ook in de Nieuwe Wereld de burgerij begeesterden. En in zijn grootste, nog altijd onvertaalde roman Terra Nostra uit 1975 doorkruist hij zelfs de hele geschiedenis van de Spaanstalige wereld, tot aan haar wortels, de geboorte van Jezus Christus, toe. Soms experimenteert Fuentes met het verleden, als een virtual history, zoals in zijn recente verhalenbundel Apollo en de hoeren (1993): wat zou er gebeurd zijn als Columbus na de ontdekking van Amerika niet naar Europa had kunnen terugkeren? Wat als Zuidamerikaanse indianen de conquistadores hadden weerstaan? En soms bedrijft hij geschiedenis zonder opsmuk, zoals in de tv-serie over de vijf eeuwen waarin Spanje en Latijns-Amerika verbonden zijn geweest, in 1992 uitgezonden door Teleac.

Vooral in het vroegere werk van Fuentes pakt de vermenging van geschiedenis en fictie goed uit. De dood van Artemio Cruz was een verbluffende roman met een groot stilistisch meesterschap, dat met zijn afwisseling van `stemmen' in de voorhoede stond van het literaire vernuft. Het was ook een roman met een krachtige visie en een sterk moreel appel, dat juist door het cynische en gedesillusioneerde relaas van Artemio Cruz heen hoorbaar werd. De jaren met Laura Díaz is het tegendeel van dat alles. Fuentes is erin (net als in De campagne) teruggekeerd naar een objectieve en chronologische vertelvorm. En hij omgeeft zijn heldin met een morele stralenkrans die elk streepje schaduw in haar karakter verjaagt. Het resultaat is een roman die zo plat is als een dubbeltje en waar aan alle kanten het staketsel doorheen steekt.

Dat je de geschiedenis van een land of een continent heel goed in een roman kunt beschrijven, heeft Fuentes in het verleden afdoende bewezen. Maar dat veronderstelt wel een literaire dichtheid en een psychologische verfijning die voorkomt dat de hoofdpersoon amechtig van het ene rendez-vous met de geschiedenis naar het andere lijkt te hollen. En dat is precies wat Fuentes zijn Laura Díaz in deze roman laat doen. Dat ze daarbij ook nog consequent de integere, en daarom meestal verliezende zijde van de geschiedenis ontmoet, maakt het verhaal alleen maar schematischer en voorspelbaarder.

Met De jaren met Laura Díaz lijkt Fuentes niet alleen de positieve, maar ook de vrouwelijke tegenhanger van De dood van Artemio Cruz te hebben willen schrijven, in de kennelijke veronderstelling dat die twee dingen op hetzelfde neerkomen. Daarmee is hij dicht in de buurt gekomen gekomen van een schrijfster als Isabel Allende, door wie dit boek geschreven had kunnen zijn. Het simplisme en de eendimensionaliteit van dat wereldbeeld hebben ook Fuentes' taal niet onberoerd gelaten. Futloos sjokken de zinnen achter elkaar aan, nauwelijks vooruitgeholpen door de blijmoedige rechtzinnigheid waarmee Laura Díaz de verschrikkingen van de geschiedenis pareert of de kleffe banaliteiten die Fuentes haar en haar minnaars in de mond legt.

Niet alles in deze roman is tenenkrommend. Soms weet Fuentes details van de geschiedenis onderhoudend en verrassend door zijn verhaal heen te weven. Het opkomen van de cocktail, de wisselende namen van filmsterren en literaire grootheden, de wederwaardigheden van de mode en het veranderende stadsbeeld van Mexico geven De jaren met Laura Díaz hier en daar de sprankeling die het boek verder zo mist. Maar ook daarbij verliest Fuentes zich nogal eens in pedanterie of cultureel-correcte voorspelbaarheid, die het opduiken van de schilder Egon Schiele (een must sinds Mario Vargas Llosa een hele roman aan hem ophing) even onvermijdelijk maakt als dat van Virginia Woolfs feministische klassieker A Room of One's Own.

Het moet mogelijk zijn de wereld en haar geschiedenis te beschrijven vanuit haar goedheid. Het is geen uitgemaakte zaak dat het kwaad het enige speelterrein van de literatuur vormt. Maar ze kan daarmee wel gemakkelijker overweg, misschien omdat de beschrijving ervan voor een wantrouwige tijd als de onze zoveel minder riskant is. Het goede is nu eenmaal snel oninteressant of ridicuul en vraagt dus om meer talent. Dat Fuentes daartoe het vermogen bezit, is met De dagen van Laura Díaz nog niet bewezen.

Carlos Fuentes: De jaren met Laura Díaz. Uit het Spaans vertaald door Arie van der Wal.

Meulenhoff, 512 blz. ƒ65,-