Dit is de barbecue die we gisteren hadden

Een lynchpartij was niets om je voor te schamen, zo is te zien op de tentoonstelling van `lynchfoto's' in New York. Twaalfde aflevering van een serie over de cultuur van Amerika.

Er is één plaats op Manhattan waar het stil is, doodstil. Amerika kijkt er zijn verleden in de ogen. Geschrokken, verontwaardigd, beschaamd misschien. Huiverig en nieuwsgierig tegelijk. Honderden mensen per dag schuifelen door een kleine zaal van de New York Historical Society. Aandachtig bekijken ze de foto's die aan de muur hangen – bij elkaar nog geen honderd, sommige niet groter dan een briefkaart. Een enkeling loopt spuugmisselijk weg, om buiten op een bankje even bij te komen.

Het zijn foto's van lynchpartijen, die tot de jaren dertig regelmatig plaatsvonden. De foto's tonen de gruwelijk mishandelde slachtoffers – voor het merendeel zwart. Maar ze laten ook de meute zien, blank, die uitgelaten en tevreden samendromt onder de zojuist gehangene. Mannen met de handen op de buik en een stevige sigaar in de mond. Triomfantelijk kijken ze in de camera. Soms poseren ze in een kring rond de verkoolde resten van hun slachtoffer, als jagers rond een pas geschoten hert. Soms staan er jongetjes bij met grote ogen, of meisjes in zomerjurkjes. Met een stok geven twee spottend kijkende mannen een lichaam met een geknakte nek een por in z'n zij. Twee anderen houden de geboeide benen van een bungelend lijk stil, wellicht om de fotograaf behulpzaam te zijn.

De foto's laten zien dat dit soort volksgerichten letterlijk schaamteloos was. Niemand kijkt betrapt. Er lijkt eerder een feestelijke stemming te heersen. De bloeddorst is bevredigd, maar de opwinding hangt nog in de lucht. Alsof iedereen heeft deelgenomen aan een spectaculair avondje theater en nog geen zin heeft om naar huis te gaan.

De tentoonstelling heet Without Sanctuary (zonder toevluchtsoord). De ondertitel, Lynching Photography in America, suggereert dat dit soort fotografie een bepaald genre was, net zoiets als bruilofts- en schoolfotografie.

En dat was het ook. Er was een markt voor dit soort foto's, en na afloop van een lynchpartij deden fotografen goede zaken. Vaak maakten ze briefkaarten. Een lynching was immers een grote gebeurtenis, waar mensen in speciale treinen op af kwamen en de kinderen vrij voor kregen van school. De kranten berichtten erover. Relikwieën-jagers probeerden lichaamsdelen of stukjes haar van de slachtoffers te bemachtigen. Een briefkaart was een voor de hand liggend souvenir.

,,Dit is de barbecue die we gisteren hadden'', staat op de achterkant van één zo'n kaart. Op de voorkant staat de foto van een verminkt en verkoold lichaam dat aan een paal hangt, boven een groepje zwijgend toekijkende mannen. ,,Ik sta linksonder, met een kruisje boven mijn hoofd. Uw zoon, Joe.''

De foto's zijn bijeengebracht door James Allen, een antiekhandelaar in Atlanta, en John Littlefield, eigenaar van een computerzaak. Bij toeval trof Allen eens een foto van een gelynchte man aan in de la van een eikenhouten tafel die hij had gekocht. Later stuitte hij op een foto van een vrouw die met haar zoon aan een brug was opgehangen. Die foto kocht hij. ,,In Amerika is alles te koop'', schrijft hij in de catalogus bij de tentoonstelling, ,,zelfs een nationale schande.'' Toen begon hij, samen met Littlefield, te verzamelen, overtuigd van het historische belang van dit soort foto's. Ze stroopten vlooienmarkten af, zetten advertenties in kranten en bezochten zelfs vuurwapenshows. Ze kwamen erachter dat mensen de foto's vaak bewaarden in familie-albums, tussen de kiekjes van dierbaren en van grote gebeurtenissen in het leven.

En nu hebben de foto's, en daarmee de lynchpartijen, een nieuw publiek gevonden.

Begin dit jaar waren ze te zien in een kleine galerie, waar de belangstelling al zo groot was dat men buiten in lange rijen stond te wachten om toegelaten te worden. In de ruimere behuizing van de Historical Society (tot 9 juli) blijft het publiek komen. En op het internet kan iedereen meekijken (www.journale.com/withoutsanctuary).

,,We zijn een menigte die kijkt naar een menigte die kijkt naar een lynching'', schreef The New York Times. ,,En we kijken óók naar de lynching.'' En al kijk je nu met een heel andere blik dan de lynch-mob van destijds, al walg je van de beelden en het onrecht, toch dringt zich een bezwaard gevoel op. Dat er in Amerika veel mensen gelyncht zijn (meer dan 4.700 tussen 1882 en 1944) is niets nieuws. Waarom komen er dan toch zoveel mensen kijken naar de beelden bij die algemeen bekende feiten? Waarom kopen mensen voor zestig dollar een fraaie, gesigneerde catalogus met harde kaft over zoiets afstotelijks? Waarom is Without Sanctuary zo aangrijpend? Is het sensatiezucht, is het de rauwe gruwelijkheid van het lynchen?

Misschien, maar het is zeker ook de schok om de lynchers en de toeschouwers van die tijd te zien, vrij van enig schuldbesef. Daar staan ze naast hun slachtoffers, die ze verminkt en vermoord hebben. En ze geloven dat ze niets te verbergen hebben, dat ze niets hebben misdaan. Ze hebben immers zèlf net recht gedaan?

,,Sinds ik deze foto's heb bestudeerd'', schrijft Allen, ,,ben ik meer op mijn hoede voor blanken, voor de meerderheid, voor jongeren, voor het geloof, voor algemeen aanvaarde opvattingen.'' Twee foto's steken af bij de rest: de lynching van een zekere Frank Embree, in 1899, van voor en van achteren gezien. De man leeft nog, hij staat recht overeind op een kar, naakt, geboeid en zijn lichaam toegetakeld door harde zweepslagen. Hij gaat ongetwijfeld zijn dood tegemoet. Maar hij kijkt trots voor zich uit, alsof hij de mannen om zich heen, zijn beulen, diep minacht.