De Man 2

Elsbeth Etty's recensie van het boek van Gé Vaartjes over Herman de Man (Boeken 11.2.00) begint met een levensschets van De Man, op basis van gegevens uit het boek. Wat daarbij opvalt is haar nogal onzuivere taalgebruik. Eén voorbeeld. Eva de Man, evenals haar echtgenoot Herman van joodse origine, werd in 1942 op bevel van de Duitsers van huis weggevoerd. De burgemeester ter plaatse wist uren van tevoren dat dit zou gebeuren maar ondernam niets om het te verhinderen. Dit stilzitten kan men laken, maar men kan er niet uit concluderen dat hij, zoals Etty het verwoordt, met de deportatie `volledig instemde'. De verwerking door Vaartjes van zijn materiaal getuigt van weinig inlevingsvermogen en mist psychologische duiding, aldus Etty. Vaartjes heeft nauwgezet de levensfeiten van een minor poet geboekstaafd terwijl hij de biografie van een hoogst getalenteerde maar gefrustreerde met waanzin geslagene had moeten schrijven, zo is haar eindoordeel.

In zijn verantwoording noemt Vaartjes de vele facetten die hij aan de persoon De Man heeft ontdekt. Hij merkt ook op niet te menen dat hij diens karakter volledig doorgrondt. Ik vind het de grote prestatie van Vaartjes dat hij zo weinig mogelijk zijn eigen interpretatie tussen het door hem gevonden materiaal en de lezer heeft geschoven. Wat zou de biografie niet verarmd zijn indien Vaartjes De Man had gereduceerd tot de enkele, haast karikaturale etiketten die Etty aanreikt. De biografie – volgens Etty een zich voortslepend verhaal – heeft mij van a tot z geboeid.