De laatste taboes

Te oordelen naar zijn gespannen lichaamstaal, zijn gekwelde oogopslag en zijn emotionele woorden kwam Henny Huisman zojuist van een wake voor wijlen Joop van den Ende. Uit de daaropvolgende beelden in het NOS Journaal van vorige week vrijdag bleek dat Joop van den Ende ,,slechts'' om gezondheidsredenen was teruggetreden uit de raad van bestuur van Endemol.

Met een knikje naar achteren maakte Van den Ende duidelijk wat hij in Aalsmeer (en in de huiskamers) achterlaat, maar de cameraman weigerde een shot te maken van het studiocomplex. Angst voor ongeoorloofde reclame en een boete van het Commissariaat voor de Media?

Endemols duo ,,Dzjon en Dzjoop'' is nu ontbonden. De Mol wordt chief creative officer bij Telefónica, de Spaanse telefoonmaatschappij die ook een Internet-dienstenleverancier bezit, die weer Internet-banken koopt. Telefónica heeft een bod ter waarde van ruim 12 miljard gulden gedaan op Endemol.

Chief creative officer (zeg maar: CCO) lijkt een nieuwe term in de internationale media-industrie, maar wel eentje die, gezien de fusie-, overname- en joint venture-razernij, nog wel navolging zal krijgen. Zo is het met andere Engelse titels in het Nederlandse bedrijfsleven ook gegaan.

Een Nederlandse bestuursvoorzitter was de eerste onder zijn gelijken, maar steeds meer gedragen ze zich als Amerikaanse chief executive officers (CEO's ), die de nummer één zijn. Het Belgisch-Nederlandse financiële conglomeraat Fortis zoekt er nu eentje. Naast de topman staat dan nog een chief operating officer (COO) en een chief financial officer (CFO).

Chief technology officers zitten inmiddels niet meer alleen bij Internet- of automatiseringsbedrijven. Ook een internationale uitgever van vakinformatie als Wolters Kluwer gaat zo'n persoon benoemen.

Al bestaat Endemol nog maar zeven jaar, de twee leidinggevenden vormden een zeldzaam, elkaar aanvullend duo van creativiteit en zakelijkheid. En van twee generaties: Van den Ende is 13 jaar ouder dan De Mol. Als zulke duo's al voorkomen, zijn of waren zij meestal broers in zaken: Philips, Heijn, Swinkels, Mersch (Versatel). Of een combinatie van uitbundig ondernemerschap en financiële beheersing. zoals A. Dreesmann en J. Verhoef bij Vendex.

Met zijn openheid over de reden van zijn vertrek heeft Van den Ende het bedrijfsleven een dienst bewezen. Openheid over bijvoorbeeld opties en salarissen wordt door wet- en regelgeving afgedwongen. Nu resteren twee grote taboes als het om (top)managers gaat: hun gezondheid en hun huwelijk.

Om met het laatste te beginnen. De doorsnee topmanager is een man en rust aan het thuisfront gold vroeger als vanzelfsprekende voorwaarde voor succes. Dat was traditioneel de opvatting van de keuzeheren in het bedrijfsleven, de commissarissen die de directeuren bij de meeste bedrijven benoemen.

Ook in de top van het bedrijfsleven wordt echter gescheiden en worden nieuwe (lat)relaties aangeknoopt. Informatie daarover blijft tot nu toe beperkt tot de gossip-pagina's, zoals het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf of Quote. Voor hetzelfde geld hoort het op de economiepagina's thuis.

Als de topman door een pijnlijke scheiding gaat, waarin zijn echtgenote bijvoorbeeld de helft van zijn aandelenopties claimt, kan dat zijn functioneren schaden als ondernemer. Philips-president C. Boonstra was na zijn taboedoorbrekende financiële openheid ook hier een uitzondering, toen hij en S. Tóth (ex-Content) na de ontvoering van mevrouw Boonstra met een persbericht bekendmaakten dat hun relatie was beëindigd.

Gezien de moeite die bedrijven hebben met de melding van reguliere koersgevoelige informatie, zoals een onverwachte winstdaling, en de privacy-gevoeligheid van een scheiding, zullen persberichten hierover niet snel door commissarissen of beurstoezichthouders worden afgedwongen.

De gezondheid van de topmanager is nog koersgevoeliger, maar daarover zijn bedrijven nog zwijgzamer. Terwijl je sommige mannen aan de top al voor hun pensioenleeftijd (60 of 62) echt ouder ziet worden. Of net na hun pensionering ziet overlijden. Burn out (Van den Ende's kwaal) of overspannenheid komen regelmatig voor, en niet alleen onder topmanagers.

Een extra complicatie voor openheid daarover is, naast privacy, dat ziek zijn in Nederland ook een eufisme is voor conflict. En voor conflicten heeft het bedrijfsleven weer eigen eufemismes, zoals mijnheer X heeft het bedrijf verlaten ,,om persoonlijke redenen''.

Op zijn best horen beleggers ernstiger gezondheidsproblemen van een topmanager pas als een opvolger aantreedt, of als er tegelijkertijd andere ernstige problemen zijn. Koninklijke Olie was een paar jaar geleden een uitzondering met een openlijke melding dat toenmalig directievoorzitter C. Herkströter onder het mes ging voor een operatie.

Gebruikelijker is de manier waarop Weweler te werk ging. Vorige maand meldde de fabrikant dat de bestuursvoorzitter zich twee maanden daarvoor ziek had gemeld. En dat hij inmiddels was vertrokken.