De droom

Max en Vera werden middenin de nacht wakker. Ze wisten niet wie de eerste was. Het was ontzettend stil in huis. Op zolder kraakte iets. Buiten waaide het. De volle maan scheen door een kier in de gordijnen.

,,Ben je ook wakker?'' vroeg Vera voorzichtig aan Max.

,,Ja, jij ook?'' fluisterde Max terug.

Vera knikte, maar dat kon Max natuurlijk niet zien in het donker en dat hoefde ook niet, want hij wist al dat Vera wakker was.

,,Ik droomde,'' ging Max zachtjes verder.

,,Ik ook,'' zei Vera.

Ze zwegen, want dat doe je nou eenmaal als je net gezegd hebt dat je een droom had. In die stilte denk je dan aan je droom. Je voelt hem nog helemaal, maar als je gaat proberen te vertellen wat je ook alweer droomde, is hij weg.

,,Wat droomde jij?'' vroeg Max.

,,Dat weet ik niet meer,'' antwoordde Vera met een zucht.

Ze sliepen allebei aan een andere kant van de kamer, Max bij de deur en het lichtknopje, Vera naast het raam. Zij kon de gordijnen open en dicht doen.

,,En jij? Wat droomde jij?'' vroeg Vera nu.

,,Iets raars,'' begon Max langzaam. Hij zat rechtop in bed. ,,Er was een grote hond en...''

,,Was het een poedel?'' vroeg Vera meteen. Ze dacht aan de witte poedels van de vrouw van de burgemeester. Soms liep die mevrouw daarmee door het dorp. Acht witte poedels had ze. Alsof ze ze spaarde, heel raar.

,,Nee,'' zei Max, ,,een poedel is toch ook niet groot...''

,,Dat weet ik, maar in je droom kan een poedel wel heel groot zijn,'' wierp Vera tegen. Ook zij zat inmiddels rechtop in bed. Het licht van de maan dat door de kier in de gordijnen viel, streek precies langs haar gezicht.

,,Dat is waar,'' mompelde Max, ,,in een droom kunnen poedels heel groot zijn.'' Hij huiverde. Hij keek naar Vera. Het maanlicht maakte haar gezicht wit en spookachtig.

,,En muggen en kakkerlakken en mieren ook,'' ging Vera verder, ,,ik heb wel eens gedroomd dat ze groter waren dan ik.'' Ze giechelde.

,,Echt waar?"

,,Ja echt.'' Vera spreidde haar armen om te laten zien hoe groot de mieren en de kakkerlakken en de muggen in haar droom waren geweest.

Max werd er helemaal stil van. Dat betekende ook dat hij weer aan zijn eigen droom dacht. ,,Het was een grote hond, geen poedel, en hij had een hele lange tong die uit zijn bek hing,'' herinnerde hij zich wat hij gedroomd had.

,,Brrr,'' deed Vera. Zij hield niet van grote honden, niet in het echt en niet in een droom. Een poedel ging nog wel, maar een hond met een lange tong had ook meestal scherpe tanden. Daar moest ze niets van hebben.

,,Hij heette Fred,'' riep Max ineens.

,,Fred?'' Vera sloeg de gordijnen open. Het licht van de maan stroomde slaapkamer binnen. ,,Een hond heet toch geen Fred!''

,,Hij heette Fred, echt waar!'' riep Max opgewonden uit, ,,en hij kon praten.''

,,Goh,'' mummelde Vera, ,,wat zei Fred dan?''

Max dacht na. Als hij maar genoeg stilte liet vallen, zou de droom vanzelf terugkomen. Maar dat gebeurde niet. ,,Ik weet het niet,'' antwoordde hij dus.

,,Stomme Fred,'' lachte Vera.

,,Stomme droom,'' lachte Max en hij schudde de herinnering eraan van zich af. ,,Doe nou de gordijnen maar weer dicht. Ik wil slapen.''

Vera sloot de gordijnen. Even later lagen ze allebei weer te knorren.