Albanezen Servië: `geen geweld'

De Albanezen in Zuid-Servië hebben gisteren beloofd geen geweld te gebruiken. Onder zware druk vormden ze gisteren een `politieke raad' die beloofde de grieven van de Albanezen in het zuiden van Servië alleen langs politieke weg aan te kaarten.

Zuid-Servië – het grensgebied tussen Servië en Kosovo – is al twee maanden onrustig. De Albanese minderheid zegt het doelwit te zijn van etnische zuivering door de Servische politie en het Joegoslavische leger. Om zich te verdedigen hebben ze een `Bevrijdingsleger voor Preševo, Medvedja en Bujanovac' gevormd, dat de belangen van de Albanezen gewapenderhand moet verdedigen. Belgrado rept van politieversterkingen in het gebied als reactie op `provocaties' van de Albanezen, die zouden worden gesteund door `terroristen' uit het naburige Kosovo. Zesduizend Albanese inwoners zijn inmiddels naar Kosovo gevlucht; anderzijds vluchten ook Serviërs weg. Bij confrontaties zijn sinds eind januari elf doden gevallen, tien Albanezen en één Servische agent.

Leiders van de Albanezen in het gebied spraken gisteren in Gnjilane in Kosovo acht uur lang met de Kosovaarse leider Hashim Thaçi en de Amerikaanse diplomaat Christopher Dell. Daarbij werd overeenstemming bereikt over de vorming van een `Politieke Raad voor Preševo, Medvedja en Bujanovac' (de drie steden in het gebied). Deze raad is ,,tegen elke gewapende confrontatie'' en voor ,,een politieke oplossing'' van de problemen van de Albanezen ,,in samenwerking met de internationale gemeenschap''. Die moet volgens de raad druk uitoefenen op Belgrado om de politie en het leger uit de regio terug te trekken, af te zien van ,,geweld, moord en verdrijving'' en de terugkeer van vluchtelingen toe te staan.

In Servië wordt de eerste verjaardag van het begin van de Kosovo-oorlog herdacht met een reeks festiviteiten. President Miloševic bezocht gisteren het graf van de Onbekende Soldaat en hekelde daarbij ,,het nieuwe fascisme'' (van de NAVO). Vandaag `viert' Servië het begin van de oorlog met onder andere een marathon in Belgrado langs alle in de oorlog getroffen gebouwen. Oppositieleider Zoran Djindjic veroordeelde de festiviteiten gisteren: ,,Al de feesten en het triomfalisme getuigen van slechte smaak, omdat er niets te vieren valt. Iedereen heeft verloren, Servië het meest.'' Een andere oppositieleider noemde de feesten van de regering ,,pervers''. (AP, AFP)