VVD schuift op naar D66 en PvdA

De VVD wil een verplichte basisverzekering voor onder meer huisarts, ziekenhuis, medicijnen en thuiszorg. Dit blijkt uit een plan van de liberalen voor de volgende kabinetsperiode. Eerder zeiden de coalitiegenoten D66 en PvdA voorstander te zijn van zo'n basisverzekering.

De verzekeringspremie wordt in het voorstel van de VVD deels door de hoogte van het inkomen bepaald, maar kent ook een fors nominaal deel. Het verzekerde pakket omvat alleen de echt noodzakelijke zorg. Verzekeraars krijgen een centrale rol, inrichtingen kunnen er niet langer op rekenen dat zij automatisch geld krijgen en nieuwe hulpverleners moeten gemakkelijker aan de bak kunnen komen.

Dit zijn enkele elementen uit het zorgstelsel dat volgens een werkgroep uit de VVD door het volgende kabinet zou moeten worden ingevoerd. De partij wil dat de nota Kiezen voor Keuze, waarover nog een interne discussie volgt, bij de komende kabinetsformatie wordt betrokken.

Volgens het regeerakkoord moet in de lopende regeerperiode een studie worden gedaan naar een nieuwe opzet van het zorgstelsel.

In de nota handhaaft de VVD een belangrijke rol voor de overheid als bewaker van de kwaliteit, toegankelijkheid en solidariteit in de zorg. De VVD vindt wel dat die rol, net als de gevraagde solidariteit, het grootst moet zijn bij de meest noodzakelijke zorg. Naarmate de gevraagde hulp minder nodig is om adequaat te kunnen functioneren kan meer aan de consument (of verzekeraar) zelfworden overgelaten. Dit uitgangspunt vormt de basis voor het voorstel om de huidige indeling van de zorg in drie `compartimenten' te handhaven.

De VVD wil dan ook dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten overeind blijft. Wel moet uit de AWBZ alleen de echt `zware' zorg (zoals de gehandicaptenzorg) betaald worden. De partij stelt voor om de hulp die niet aan die voorwaarde voldoet (zoals relatief korte behandelingen bij de Riagg) onder te brengen bij het tweede of derde compartiment. In het tweede compartiment moet alleen de echt noodzakelijke zorg worden ondergebracht (waarvoor iedereen zich verplicht moet verzekeren), de overige hulp kan naar het (vergrote) derde compartiment. Het staat de consument vrij die hulp uit eigen zak te betalen of zich aanvullend te verzekeren.

De overheid moet zich in deze visie niet langer met de dagelijkse gang van zaken in de gezondheidszorg bemoeien. De verzekeraars krijgen een centrale rol voor de hele zorgsector. De vraag naar hulp dient bepalend te worden voor wat wordt aangeboden. De verzekeraars dienen onderling te concurreren om de gunst van de verzekerde. De Mededingsautoriteit moet hier scherp op toezien.