Voorjaar

De voorjaarszon legde een gouden floers over de Amsterdamse binnenstad. God keek er met diepe tevredenheid naar en betrapte zich tegen beter weten in op de gedachte, dat het vanaf nu een stuk beter zou gaan met de mensheid. Ik hielp het Hem hopen, als een brave employé die zijn initiatiefrijke, maar soms een tikkeltje naïeve patroon niet te veel wil ontmoedigen.

In een stil straatje van de Amsterdamse Jordaan, vlak achter de Haarlemmerdijk, passeerde mij een klein gezelschap, bestaande uit zo op het oog grootmoeder, dochter en een jongetje op een driewielertje dat op een meter achter hen volgde. Er was geen reden aandacht aan hen te besteden, totdat ik een mannenstem hoorde zeggen: ,,Ik zou een beetje op het kind letten.''

Het was een man van een jaar of dertig, gestoken in nette vrijetijdskleding. Zijn tongval was moeilijk thuis te brengen, maar het was duidelijk dat het geen volbloed Amsterdammmer was. De grootmoeder keek hem verbouwereerd aan en zei, nog een beetje lacherig: ,,We praten wel veel, maar we letten heus wel op.'' Over de plek waar zij geboren was, kon geen enkel misverstand bestaan: het moest hier niet ver vandaan zijn geweest.

De man vertraagde zijn pas. ,,Ik meen het'', zei hij ernstig, ,,het is gevaarlijk zo midden op straat.''

Waar slaat een goedbedoelde poging tot een advies in een onbeheersbaar conflict om? Ik zou bijna zeggen: vraag het uw partner of uw kinderen. De grootmoeder had in ieder geval besloten dat háár maat vol was. ,,Nou zeg'', snerpte ze, ,,laat dat maar aan ons over, wat denk jij wel.''

,,Ik zeg het voor zijn bestwil'', zei de man, en hij knikte naar het kind dat dromerig was doorgefietst.

,,Daar heb jij je helemaal niet mee te bemoeien'', meldde nu ook de moeder zich aan de frontlinie.

De man draaide zich om en ging een winkel binnen, terwijl hij één woord als een handgranaat over zijn schouder slingerde: ,,Kut!''

De grootmoeder en de dochter bleven als aan de grond genageld staan. Ook ik moest even diep ademhalen. Ik had het woord van deze man in dit stadium niet verwacht. Hij was op eigen gezag op het gebied van de verkeersveiligheid een soort beschavingsoffensief begonnen dat hij nu met terugwerkende kracht volledig ondermijnde.

,,Ik laat me door jou geen kut noemen'', gilde de grootmoeder, en ze zette een paar driftige passen naar de deur.

,,Ik wilde alleen maar zeggen...'', zei de man.

,,Jij hebt hier niets te zeggen.'' Toen riep de man het weer: ,,Kut!''

De grootmoeder bedacht zich. Ze voegde zich bij haar dochter en zei bitter: ,,Wat denken ze wel? Ze wonen hier net. Bekakte intellecten.''

Ook de klassenstrijd gaat deze nieuwe eeuw dus gewoon dóór het is maar dat God het weet.