THOMAS QUASTHOFF

Zelden ritselden zoveel zakdoekjes in de Grote Zaal van het Concertgebouw als op de avond dat bariton Thomas Quasthoff een aantal seizoenen terug Schuberts Die Winterreise vertolkte. Als Quasthoff zingt van leven en liefde, ontstaat meer dan alleen een weloverwogen interpretatie van tekst en notenbeeld. Quasthoff zingt naakt, zonder reserve, en roept daardoor eenzelfde weerstandsloze eerlijkheid op bij de luisteraar. Ook zijn recent verschenen opname met liederen van Brahms en Liszt onderscheidt zich door de manier waarop Quasthoff de ziel van muziek en tekst ontbloot. Als hij zijn rijpe, donker-gloedvolle bariton voor Brahms lied Verzagen vult met wanhoop, stemt dat wanhopig. En waar hij in Liszts technisch bijzonder lastige Petrarca-zetting Benedetto sia 'l giorno met moeiteloze, hemelsbrede uithalen de dag zegent, dwingt hij zijn toehoorder als vanzelf tot een verzaligde blik op de wereld achter het raamkozijn.

De negentien liederen en gezangen van Brahms (op. 32, 72 en 94) en vijf liederen van Liszt bieden een met zorg samengestelde dwarsdoorsnede van de zo verschillende aard van beider liedkunst, maar schetsen bovendien een volledig en veelzijdig beeld van Quasthoffs meesterschap, dat hier ingehouden en warm wordt ondersteund door pianist Justus Zeyen.

Thomas Quasthoff, liederen van Brahms en Liszt. (DG 463 183-2)