`Strikt toezicht op beurzen bij fusie'

De toezichthouders van de te fuseren beurzen van Parijs, Amsterdam en Brussel moeten hun activiteiten strikt gaan coördineren. Uiteindelijk kan dit uitmonden in gezamenlijk toezicht. Dit hebben de ministers van Financiën van de drie betrokken landen gisteren aan de vooravond van de Europese top in Lissabon gezegd.

De bewindslieden bespraken gisteren voor het eerst de gevolgen van de beursfusie, die later dit jaar haar beslag moet krijgen. Volgens minister Zalm is het aan de toezichthoudende autoriteiten in de drie landen om met elkaar te overleggen. Ook de drie ministeries van Financiën, die direct of indirect bij het toezicht zijn betrokken, zullen volgens Zalm hun activiteiten moeten coördineren. ,,In Nederland is een vergunning voor de beurs nodig. Ik heb er vertrouwen in dat we toestemming kunnen geven'', zei Zalm.

Zijn Franse collega Sautter onderstreepte dat er geen ,,competitie van toezichthouders'' mag ontstaan, waarbij het toezicht in het ene land soepeler zou zijn dan in het andere. Dat zou volgens hem het gevaar met zich brengen dat bedrijven het gebied met het soepelste beurstoezicht zoeken. De Franse bewindsman zei voorlopig de voorkeur te geven aan een ,,pragmatische'' coördinatie van het toezicht in de drie landen. Bij verdere integratie van de Europese financiële markten kan het beurstoezicht ook verder op Europees niveau worden gecoördineerd. Sautter voorziet dat de Europese Commissie dan met een richtlijn komt.

De Belgische minister Reynders bepleitte gisteren de vorming van een werkgroep van vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de ministeries van Financiën en de marktautoriteiten van de drie landen. ,,Maak er een project van voor een Europese richtlijn'', aldus Reynders. Volgens Reynders is het niet nodig tot één toezicht op de financiële markten in de hele Europese Unie te komen. Hij meent dat een kleinere groep landen onderlinge afspraken kan maken en wees in dit verband op het voorbeeld van het Verdrag van Schengen over het opheffen van de onderlinge grenscontroles. Reynders bepleitte al eerder één toezichthouder, die zich bij voorkeur in Brussel zou moeten vestigen.