Overlaten

In NRC Handelsblad van 7 maart constateert drs. Egbert H.J. Boerstra dat het gebruik van `overlaten' eeuwenoud is en hij vraagt zich af of iemand dat nog weet.

Overlaten waren inderdaad reeds eeuwen in gebruik als een systeem van gereguleerde overstromingen, waarmee getracht werd overstromingen elders te voorkomen. Het probleem was dat de desbetreffende gebieden vrij van verbouwing, bewoning en begroeiing moesten worden gehouden, en er van oktober tot mei geen vee in mocht weiden. Dat ging niet altijd goed, de plaatselijke bevolking had immer andere belangen. Vandaar dat de Rivierenwet van 1908 deze gebieden in artikel 3, paragraaf 2, als `[...] terreinen, dienende tot zijdelingsche afleiding van hoog opperwater [...]' tot het winterbed van de rivier stempelde, zodat de gewenste toestand van deze gebieden met de wet in de hand kon worden afgedwongen en gehandhaafd.

Het systeem kende natuurlijk vele bezwaren in verband met de gebruiksbeperkingen van de desbetreffende gebieden, en het was niet afdoende, zodat in de jaren twintig van de zojuist voorbije eeuw toch nog enkele grote niet bedoelde overstromingen voorkwamen. Door rivierregulatie, dijkverhogingen en diverse andere verbeteringen werden deze overstromingen echter langzamerhand bedwongen en werden de overlaten overbodig. Als laatste werd de Beerse Overlaat, als ik het goed heb, in de jaren vijftig, gesloten door de dijk ter plaatse te verhogen.

Door diverse onverstandige maatregelen in de bovenstroom van de rivieren in Duitsland en Frankrijk ontstonden echter in de eerste helft van de jaren negentig enorme piekafvoeren die inderdaad met dijkverhogingen niet goed in toom lijken te kunnen worden gehouden. (Die huizen in het winterbed van de Maas in Limburg doen daar helemaal niet toe, al hebben ze er wel last van, maar het voert in dit bestek te ver om dat uit te leggen.) Bij de hoofddirectie van Waterstaat werd het idee om sommige overlaten weer in gebruik te nemen snel verworpen. Naast dijkverhoging moest gezocht worden naar structurele maatregelen bovenstrooms, in het buitenland dus, om die piekafvoeren te voorkómen. Men krijgt de indruk dat dat niet helemaal is meegevallen, zodat het idee van de overlaten weer is opgepakt. Het lijkt mij nog steeds een goed idee, want wat bovenstrooms is misgegaan, kan niet zomaar worden teruggedraaid. Maar men moet zich realiseren dat het blijvende gebruiksbeperkingen met zich brengt waarvoor gecompenseerd moet worden. Men dient zich voorts terdege af te vragen hoe groot de retentiebekkens moeten zijn om deze keer wél afdoende te zijn, en vooral, hoe men een halt moet toeroepen aan de voortgaande verslechtering bovenstrooms. Want ook retentiebekkens kan men niet blijven uitbreiden.