ORGANISATIES

Nederland telt duizenden migrantenorganisaties en kent daarmee een hoge organisatiegraad van allochtonen. De organisaties zijn zeer gevarieerd in samenstelling, doelstelling en grootte. Het is bijna niet mogelijk de groepen compleet in kaart te brengen, aangezien er ieder jaar weer vele migrantenorganisaties bij komen of verdwijnen.

Sommige groepen opereren op landelijk en provinciaal niveau. Dit zijn vaak de gesprekspartners van de landelijke dan wel provinciale overheid. Meestal worden deze instanties ook (deels) gefinancierd door rijk of provincie. In de meeste gevallen zijn dit koepelorganisaties die verscheidene (kleinere) migrantenorganisaties verenigen.

De belangrijkste overkoepelende organisatie is het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) in Utrecht. Deze organisatie, een directe gesprekspartner van de overheid zoals vastgelegd in de Wet Overleg Minderheden, vertegenwoordigt zeven inspraakorganen van verschillende groeperingen. De vertegenwoordigde groepen zijn Marokkanen, Turken, Zuid-Europeanen, Antillianen/Arubanen, vluchtelingen, Molukkers en Surinamers.

De kleinere migrantenorganisaties kennen een enorme diversiteit en opereren vaak op lokaal niveau. Doorgaans worden deze organisaties gefinancierd uit eigen middelen (zoals contributie) of subsidie. Sommige organisaties hebben een politieke achtergrond, andere een etnische of religieuze. Verder zijn er culturele organisaties of ligt de seksuele geaardheid ten grondslag aan de instelling. Ook zijn er `branche'-organisaties voor allochtone ondernemers.

Sommige organisaties bestaan al dertig jaar, hebben vele leden en eigen huisvesting. Andere instellingen zijn eerder `clubjes' op huiskamerniveau en leiden een marginaal bestaan. Sommige migrantenorganisaties kennen verscheidene doelstellingen en kunnen bijvoorbeeld zowel op politiek als sociaal-cultureel niveau opereren. Andere hebben louter ambities op hun eigen deelterrein.

Door het bestaan van de vele organisaties kunnen doelstellingen overeenkomen, overlappen of botsen. Uit Turkije bijvoorbeeld hebben zowel Allevieten, liberalen, conservatieven, Koerden als Armeniërs hun eigen organisaties. Binnen deze groeperingen zijn er aparte jongeren- en vrouwenorganisaties actief.