`Molukse moslims moeten leren leven met de feiten'

Op Ambon bestaan na een jaar burgeroorlog alleen nog `witte' (islamitische) en `rode' (christelijke) waarheden. De witte versie: een complot van de RMS, de kerk en de nationalisten.

De tijdschriftverkoper voor het kantoor van de gouverneur diept uit een plastic zak een exemplaar op. Hij incasseert de 50.000 rupiah graag, maar loopt niet met het boek te koop, want op Ambon is het inzet van een rel. De titel van het boek: `De politieke samenzwering van RMS en christenen vernietigt de islamitische gemeenschap in Ambon en de Molukken – Feiten en analyse'. De auteur ervan, Rustam Kastor, was aan het begin van de jaren negentig militaire commandant van de Molukken. Volgens zijn uitgever is hij ,,een van de vele Molukse moslims die alles hebben verloren. Zijn huis, de minibusjes en de speedboten waarmee hij in zijn levensonderhoud voorzag. Zijn vrouw en kinderen zijn naar Java gevlucht.'' De auteur is zelf slachtoffer en wil de ,,christelijke verdraaiingen van de feiten rechtzetten.''

De Molukse `godsdienstoorlog', schrijft Rustam, begon niet met een donderslag bij heldere hemel, op 19 januari 1999, maar kende een voorspel. Tijdens een studentendemonstratie op 18 november tegen de almacht van de militairen zou `Leve de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS)' zijn geroepen. Op 13 december brak de pleuris uit in het gehucht Wailete. Dat werd bewoond door migranten uit Sulawesi – Boeginezen, Boetonezen en Makassaren (in de volksmond `BBM-ers') – en grenst aan de overwegend christelijke kampong Hative Besar. Daar werd die avond een bruiloft gevierd en flink gedronken. Een militair van een naburige basis danste mee, in uniform. Een officier wees hem terecht en toen brak een vechtpartij uit, waarop de dronken gasten Wailete volledig in de as legden.

Onder Molukse moslims ging daarop het verhaal dat aan het einde van de vasten (19 januari) alle moslimimmigranten zouden worden verdreven. En zie: kort na vasteneinde werd de door BBM-ers beheerste markt van Ambon-stad platgebrand en namen bijna alle migranten uit Sulawesi de benen. Volgens Rustam Kastor waren de verdrijving van de economisch succesvolle BBM-ers ('geloofsgenoten') en de verkiezingsnederlaag van de moslimpartijen op 7 juni tevoren gepland door de RMS, de Molukse Protestantse Kerk (GPM) en de PDI-P. Een verenigd christelijk front dat in het offensief ging tegen de verdeelde en zwak geleide moslims in de Molukken.

Onderschrijft islamitisch Ambon deze complottheorie?

Chauffeur Max rijdt onder geen beding de `witte' wijk in en parkeert zijn auto bij de militaire grenspost. Ik ga te voet naar Al-Fatah, de op één na grootste moskee van oostelijk Indonesië. Haji Abdullah Soulisa (79) – `Oom Dullah' – lijkt in niets op de moslimmilitant van wie de `rooien' reppen. Hij begon zijn bestuursloopbaan in 1940. In april 1950 benoemde het parlement van de deelstaat Oost-Indonesie hem tot secretaris voor de Zuidelijke Molukken. Toen hij op 25 april op Ambon arriveerde, was net de RMS uitgeroepen. ,,Ik wilde toen doorvaren naar Makassar'', vertelt Soulisa, ,,maar mijn zwangere vrouw bezwoer me haar en de kinderen niet in de steek te laten.'' Toen de rebelse republiek werd geliquideerd, sprak de eerste Indonesische gouverneur, J. Latuharhary, zijn vertrouwen uit in Soulisa en hij bracht het tot regent van Ambon.

Nu is oom Dullah voorzitter van de Stichting Grote Moskee Al-Fatah, die scholen en een ziekenhuis bestiert. In de kliniek worden nog slachtoffers verpleegd van de jongste geweldsgolf. Als Oom Dullah de klamboes optilt, zie ik gruwelijke schot- en brandwonden.

Soulisa kent het boek van Kastor – ,,hij heeft het hier, op de eerste etage, geschreven'' – maar deelt diens conclusies niet. ,,Hij is fanatiek, heeft een groot ego en zijn theorie is te eng. Als oud-bestuursambtenaar zie ik de achtergronden anders.'' Soulisa vertelt hoe de Nederlanders Ambon niet alleen bestuurden, maar er ook onderwijs gaven aan de christenen. ,,Islamieten die geen christen wilden worden, werden beschouwd als dwarsliggers. De moslims gingen niet naar christelijke scholen. Zo kregen ze een enorme onderwijsachterstand. Ik mocht als zoon van een raja – dorpshoofd – naar een Nederlandse school. Maar ik was een uitzondering. De christenen werden in de watten gelegd en kregen alle posten.''

Nadat de RMS was opgerold, kregen de moslims een kans, vertelt Soulisa. ,,Er kwamen islamitische scholen en bij het openbaar onderwijs werd godsdienstonderwijs verplicht. Bij benoemingen werd een inhaalmanoeuvre uitgevoerd, die de christenen in het nauw bracht. De sociale stijging ging wel heel snel. De vorige gouverneur was de zoon van een havenarbeider. Het academische vernislaagje was dun. Veel moslims raakten geobsedeerd door materieel gewin. De publieke zaak heeft daaronder geleden. De schuld van alles ligt bij het wanbestuur onder Soeharto. Nu is het zelfverrijking en materialisme wat de klok slaat.''

Na Soeharto's val kwam `onafhankelijkheid' op de agenda: eerst in Oost-Timor, daarna in Atjeh. Soulisa: ,,Dit was voor menige christen in de Molukken een signaal: er kwam weer ruimte voor het oude vrijheidsideaal. Toen verkiezingen werden aangekondigd, rezen er spanningen. De eerste geweldsgolf leidde tot een uittocht van BBM-immigranten en het verkiezingsresultaat was navenant. Voor de onlusten waren de islamieten in de – toen nog intacte – provincie Molukken met 58 procent in de meerderheid. Daarna heeft president Habibie ingestemd met afsplitsing van de provincie Noord-Molukken, waarschijnlijk omdat islamieten daar nog in de meerderheid waren. Maar in de rompprovincie daalde het aantal moslims tot nog geen 40 procent. De PDI-P (van vice-president Megawati) won ruimschoots.''

Soulisa is toe aan zijn conclusie: ,,Nu de Molukken vergaande autonomie krijgen, is controle over het provinciebestuur voor christenen het op een na mooiste resultaat, na het oude RMS-ideaal. De gouverneur is nu nog een islamiet, maar u kunt op uw vingers natellen dat de volgende een christen is. Zo liggen de verhoudingen nu.''

Terwijl de moslims landelijk verre in de meerderheid zijn, moeten de Molukse islamieten leren leven met de positie van regionale minderheid, vindt Soulisa. ,,Zo werkt de democratie, en de islam is democratisch. Ik kan me niet voorstellen dat de BBM-ers hier straks weer welkom zijn. Maar, zeg ik tegen mijn mensen: jullie moeten niet bij de pakken neerzitten, maar leren, je technische kennis eigen maken, zodat je kunt concurreren. Ik blijf herhalen tegen de gemeenschap: accepteer de feiten, anders wordt het nooit vrede.''

Maar optimistisch is Soulisa niet. ,,Na de RMS waren er twee generaties nodig; dit vergt drie generaties. Ik had boven, in Kusu Kusu, een huis. Daar is het lekker koel en heb je een prachtig uitzicht Maar het is nu afgebrand en ik doe de grond maar in de verkoop.''