Minder afval kost bergen geld

De provincie Zuid-Holland moet haar afvalverwerker Proav financieel te hulp schieten. Als gevolg van overheidsmaatregelen wordt er veel te weinig afval aangeboden.

Asbestochtend op het stortfront. Vrachtwagens kieperen hun lading asbest op de grond van de afvalverwerkingsinrichting Merwedehaven, aan de rand van de Biesbosch in Dordrecht. Op aanwijzingen van een stortbaas verdichten zogenoemde compactors het afval en verspreiden het over de grond, rokerig door het stof.

Binnen, in het naast de stortlocatie gelegen hoofdkantoor, zit de directie van Proav in alle vroegte te vergaderen over de strategie van de komende maanden. Het nutsbedrijf verwerkt sinds tien jaar het afval in de provincie Zuid-Holland voor zover het niet in verbrandingsinstallaties wordt verbrand. Het bedrijf exploiteert de stortplaats aan de derde Merwedehaven, het composteert gft-afval, het haalt brandstof uit afval en het handelt in afval en transporteert afval, voornamelijk over water.

De provinciale afvalverwerker verkeert sinds kort in liquiditeitsproblemen en kreeg gisteren van Provinciale Staten van Zuid-Holland de garantie voor een lening van vijftien miljoen gulden, om Proav de komende zes maanden overeind te houden. Daarna wil de provincie het bedrijf verkocht hebben. Alleen de infrastructuur van de stortplaats aan de Merwedehaven blijft als nutsvoorziening in handen van de provincie.

Proav heeft acuut geld nodig, omdat het aanbod van afval voor de stortplaats aan de Merwedehaven dramatisch is gedaald, sinds begin dit jaar met enkele tientallen procenten. In 1998 werd er nog 800.000 ton afval gestort en in 1999 670.000 ton. Dit jaar is het vermoedelijk niet meer dan 300.000 ton.

Oorzaak van het inzakkende aanbod is een afspraak die de provincie zelf met de afvalverwerker gemaakt heeft, namelijk om vanaf dit jaar geen bedrijfsafval meer te storten dat ook verbrand of hergebruikt kan worden. De provincie wilde een daad stellen na klachten van omwonenden over stank, vooral in de gemeente Sliedrecht.

Eigenlijk ten onrechte, meent algemeen directeur Leo de Jong van Proav. ,,De provincie heeft geredeneerd dat er in dat verbrandbare bedrijfsafval organische componenten zitten die gaan stinken, en dat met een verbod het probleem uit de wereld is. Dat is een verkeerde redenering.''

Volgens Proav heeft de ellende met de stank niet zozeer te maken met de aard van het gestorte afval, als wel met een calamiteit in 1998. Toen kwam de ringleiding van het zogenoemde stortgasonttrekkingssysteem onder water te staan. Het systeem waarmee gassen zoals methaan aan de afvalberg kunnen worden onttrokken, begaf het en lag enkele weken stil. Gedurende enkele maanden volgden werkzaamheden die de geur ook geen goed deden.

De afspraak om geen verbrandbaar bedrijfsafval meer te storten zou volgens Proav niet zulke dramatische gevolgen hebben gehad, als niet tegelijkertijd ook de landelijke fiscale heffingen op het storten van afval zouden zijn verhoogd. Die heffingen moeten worden opgebracht door de sorteerders die het afval ter verwerking aanbieden. De milieuheffingen zijn bedoeld om het storten te ontmoedigen. Storten wordt beschouwd als de minst gewenste manier van afvalverwijdering. Het neemt ruimte in beslag, het vereist eeuwigdurende nazorg, het betekent verlies van grondstoffen en het draagt door het vrijkomen van stortgassen bij aan het broeikaseffect.

Zie ook de zogenoemde ladder van Lansink, genoemd naar het toenmalige Tweede-Kamerlid Ad Lansink (CDA) die bedacht dat de volgorde van gewenste verwijdering van afval moet zijn: eerst preventie van het ontstaan van afval, vervolgens hergebruik, daarna verbranden in een van de elf afvalverbrandingsinstallaties, en als het echt niet anders kan storten.

Niet alleen kost het sinds dit jaar fors meer om bedrijfsafval te storten, maar ook voor bouw- en sloopafval moet ineens veel meer betaald worden.

Het effect is volgens Proav geweest dat de sorteerders niet langer de moeite nemen om hun bouw- en sloopafval netjes volgens de regels aan te leveren, maar het simpelweg aanbieden als verbrandbaar bedrijfsafval, waarvoor minder stringente normen gelden. De Jong: ,,En laat dat nu net het afval zijn dat wij niet meer van de provincie mogen verwerken!''

Ziedaar het drama-Proav. De provincie Zuid-Holland moet bloeden voor een gebaar naar de bevolking van Sliedrecht dat volgens Proav nooit gemaakt had hoeven te worden. Tot vier keer toe vocht Proav vorig jaar een verbod op het storten van verbrandbaar bedrijfsafval aan bij de Raad van State, en met succes. Ook heeft het bedrijf gedreigd miljoenenclaims bij de provincie in te dienen als er geen overbruggingskrediet zou komen. Met de toezegging van gisteren van de vijftien miljoen gulden zijn die claims van de baan, zegt Proav.

En nu maar duimen dat Proav een geschikte partner vindt. Eerder ketsten fusieplannen af met Afvalzorg Noord-Holland en met Eneco. Directeur De Jong van Proav mikt op een overname door Essent of Delta Nuts, bedrijven die passen bij de strategie van Proav voor de komende jaren. Proav wil zich vooral richten op het winnen van energie uit afval, een van de speerpunten in het afvalbeleid van minister Pronk (VROM). Directeur De Jong snakt naar privatisering, los van alle Zuid-Hollandse politiek die vooral de laatste tijd de problemen bij Proav onder een vergrootglas legt om met de lening van vijftien miljoen vooral niet een tweede Ceteco-affaire te ontketenen. De Jong: ,,Het is niet leuk als je als bedrijf in het openbaar zo over de tong gaat.''