Komedie van het wrange soort

De bar in het midden van de huiskamer tikt als een tijdbom. Elke fles gin die daarin staat weggeborgen, en elke slok die de personages daaruit nemen heeft gruwelijke gevolgen. Het is laat in de nacht, aan het eind van de jaren zeventig. Een huiskamerbar was mode, toen. Net als de eerste plateauschoenen, paarse kostuums voor de mannen, een loszittend gewaad als jurk voor de vrouwen. Filmregisseur Mike Leigh schreef over een laat avondje voor buren onderling het toneelstuk Abigails Party. De vergelijking met Who's Afraid of Virginia Woolf? dient zich aan; dezelfde dronkenschappen, verwijten over en weer, het sarren en treiteren.

Kun je bij Who's Afraid... nog spreken van enige liefde, in Abigails Party voert een intense leegte van de personages de boventoon. Leigh is niet de tekstschrijver in de strikte betekenis van het woord. Het stuk kwam tot stand op grond van improvisaties. Dat komt de wrange pijnlijkheid, het huiverende van deze zitkuilkomedie ten goede. Ieder personage zit tot aan zijn nek in de frustraties. Theatergroep Carrousel, in de regie van Matin van Veldhuizen, trekt Abigails Party geheel naar het Nederlands. Er zijn wat anachronismen ingeslopen in de vertaling, maar dat verhindert niet dat de dialogen razend effectief zijn.

De personages blinken uit in juist dat te zeggen wat niet gezegd had moeten worden; elke zin is fout, verkeerd. Neem Dic van Duin in de rol van de jachtige makelaar Laurens. Als een ongericht projectiel draaft hij heen en weer tussen de ginfles en de telefoon. Er kan altijd nog een huis verkocht worden. Zijn vrouw Beverly, hoofdrolspeelster Marlies Heuer, is een pur sang treiterkop. Met ijzige glimlach, geïnteresseerde blik in de ogen en sloom-laconieke gebaren die niets dan onverschilligheid uitdrukken, stelt ze zogenaamd de liefdevolste en persoonlijkste vragen. De onverwachte bezoekster op die op voorhand verziekte avond, buurvrouw Suzan (Maureen Teeuwen), schenkt ze zoveel gin bij tot die kotsend de deur uitloopt. Intussen is Suzan murw gebeukt door loos geklets. Leigh, die films regisseerde als Naked en vooral Secrets & Lies, beschikt over een fenomenaal gevoel ogenschijnlijk nietszeggende woorden een verpletterende werking te geven. Beverly is het toonbeeld van zo'n Leigh-personage; ingesnoerd als ze is in conventies weet ze niet wat eerlijkheid is. Dus is elk woord van haar een judaskus.

Wat betekent die mooie naam Abigail, en wie is dat? Strikt genomen de losgeslagen dochter van de buurvrouw. Zij geeft thuis een luidruchtig feestje, haar moeder verjagend. Toch praten ze aldoor over Abigail, hebben mannen erotische fantasieën bij haar; ze is jong, wild. Haar moeder een benepen zeurkous. We krijgen haar niet te zien, net zo min als Godot uit Wachten op Godot zich ooit laat zien. Dat zijn de mooie geheimen uit de toneelliteratuur. Met wie er zijn verveel je je dood; over wie er niet zijn koester je dromen.

Carrousel heeft de laatste jaren, met voorstellingen als Hedda Gabler en Tramlijn Begeerte, een stijlvorm gevonden die het midden houdt tussen hyperrealisme en klein sentiment. Spelers als Dic van Duin, Marlies Heuer, Maureen Teeuwen en de anderen hebben zich ontwikkeld tot komedianten van het wrange soort. Zij kunnen een glas gin (zonder tonic) inschenken of Love me Tender op de pick-up leggen, alsof ze een pistool gereed maken. Zo vormen het wandmeubel en de roodachtige zitbank wapens in de strijd tegen de nooit aflatende verveling. ,,Meesterlijk,'' zegt Heuer als Beverly met een kil-lieflijke glimlach. Ze bedoelt: ,,Red me van de kwelling van deze avond.'' Ze durft het niet te zeggen. Misschien bang dat dochter Abigail over haar gaat kletsen. Als zij al bestaat.

Voorstelling: Abigails Party door Theatergroep Carrousel. Vertaling en regie: Matin van Veldhuizen; spelers: Marlies Heuer, Maureen Teeuwen, Dic van Duin e.a. Gezien 17/3 Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m 20/5. Inl.: 0900-0191.