Het leed is dit jaar herverdeeld

Een jaar na de oorlog is de Servische provincie Kosovo formeel nog altijd een Servische provincie. Maar de Serviërs zijn in meerderheid verdwenen, de agenten van Slobodan Miloševic en hun schrikbewind tegen de Albanezen, maar ook de gewone man. Vandaag de dag is Kosovo vooral Albanees.

Een jaar na dato is de hoofdstad Priština onherkenbaar. In de straten schalt het vroeger verboden Drenica-lied uit de luidsprekers, het lijflied van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. In de kramen kan men sleutelhangers met de Albanese vlag kopen of chocoladewikkels met plakplaatjes van Albanezen die door Servische oproerpolitie in elkaar geslagen worden. Voor de Albanezen van Kosovo heeft de oorlog gunstig uitgepakt, al heeft het wel eerst zwaar geleden, tijdens de oorlog, als vergelding voor die bommen. ,,Maar we hebben onze droom werkelijkheid zien worden'', zegt een Albanese verkeersagente.

Voor de Serviërs van Kosovo is de oorlog slechter afgelopen. Na de komst van de vredesmacht KFOR zijn de meesten hardhandig Kosovo uitgejaagd, zijn hun huizen verbrand en hun kerken vernield. Slechts vijf procent van de Kosovaarse bevolking is, volgens schattingen van het internationale bestuur, vandaag de dag nog van Servische afkomst. Betrouwbare cijfers van voor de oorlog bestaan niet omdat er al tien jaar geen volkstelling is geweest.

De Albanezen hebben de opbouw van hun verwoeste bezit voortvarend aangepakt. De VN hadden deze winter gerekend op noodonderdak voor rond twintigduizend Kosovaren; slechts zesduizend daklozen hebben daarvan gebruikgemaakt. De meeste mensen hebben een of meer kamers bewoonbaar gemaakt of zijn bij familie ingetrokken.

De economie maakt een grote sprong voorwaarts. Het gaat weliswaar om kleine bedrijven, zoals cafés, pizzeria's en winkels met (illegaal gekopieerde) cd's. De VN schatten dat er momenteel 40.000 van zulke bedrijfjes zijn. De (weder)opbouw van grotere productie-eenheden verloopt aanzienlijk minder voorspoedig. De meeste fabrieken zijn oud en slecht onderhouden, of de VN en de Servische autoriteiten ruziën over het eigendomsrecht.

Bovendien hebben de Kosovo-Albanezen nauwelijks verstand van het werk in de fabrieken. In de afgelopen tien jaar zijn ze massaal ontslagen uit de Joegoslavische staatsbedrijven en aan bijscholing hebben ze niet gedaan. Veel Albanezen staan te trappelen om aan het werk te gaan in hun oude banen, maar, aldus de EU, ,,ze hebben geen ervaring met computers en geen accurate kennis van het Engels of een andere taal''.

De komst van de internationale gemeenschap heeft Kosovo een ander aanzien gegeven en het leven van sommigen flink veranderd. Voormalig medicijn-student Jeton werkt als tolk bij een hulporganisatie en verdient twaalfhonderd mark per maand, een enorm bedrag voor Kosovaarse begrippen. Huisvrouw Ferzane geeft opeens Engelse les aan middelbare scholieren. Er is een groot tekort aan leraren Engels, want de meesten die het machtig zijn, zijn voor het internationale bestuur gaan werken. Ferzane heeft overigens nog drie maanden loon tegoed van het VN-bestuur, dat constant met geldgebrek kampt.

Voor anderen is het leven drastisch veranderd. De leider van het formeel ontbonden UÇK, Hashim Thaçi, is politicus geworden; hij zit tegenwoordig bij de groten der aarde aan tafel en zijn partij maakt grote kans de lokale verkiezingen, deze herfst, te winnen.

De Kosovaren staat een smerige verkiezingscampagne te wachten. De voornaamste rivalen, Thaçi en de pacifist Ibrahim Rugova, kunnen elkaar niet luchten of zien en er is al melding gemaakt van intimidatie door UÇK-leden. Binnen het UÇK is al ruzie ontstaan over de te varen koers en veel ex-UÇK-leiders hebben zich van Thaçi afgewend.

KFOR maakt zich zorgen over het toenemende geweld tussen Albanezen onderling. Steeds vaker circuleren geruchten over infiltratie van de mafia uit buurland Albanië, gespecialiseerd in drugs, prostitutie en sigarettensmokkel. Albanese criminelen eisen beschermingsgeld van de nieuwe winkeliers. Het zijn de minste zorgen van de meeste inwoners van Kosovo. En de Servische provincie lijkt daarmee hard op weg een doorsnee Balkan-staat te worden.