Europese lidstaten NAVO trekken elk eigen lessen

Elke NAVO-partner trekt zijn eigen lessen uit de Kosovo-oorlog. Een rondgang door Europa.

Verenigd Koninkrijk

Voordat hij in de zomer van 1999 secretaris-generaal van de NAVO werd, gaf de Britse minister van Defensie George Robertson zijn departement opdracht voor een diepgravende studie naar de `lessen van Kosovo'. Volgens een woordvoerder van zijn ministerie is dat werk bijna klaar.

Robertson heeft intussen een `persoonlijk verslag' gepubliceerd. Daarin noemt hij Kosovo ,,een harde test'', maar ook ,,een succes''. Premier Blair heeft gezegd dat Kosovo de noodzaak aantoont van een versterkte Europese defensie-identiteit om toekomstige crises in NAVO-verband te kunnen aanpakken, ook als de Amerikanen niet rechtstreeks zijn betrokken. Volgens ex-minister Robertson betekent dat in de praktijk dat lidstaten hun bijdrage aan de NAVO ,,kwalitatief en kwantitatief moeten verhogen''. Prioriteit heeft volgens hem de aanschaf van `slimme' bommen, beveiligde verbindingsapparatuur en meer zware transportvliegtuigen.

Premier Blair rechtvaardigde de NAVO-operatie met het argument dat ,,genocide nooit een zuiver binnenlandse kwestie kan zijn''. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, heeft die zogeheten `doctrine van de humanitaire interventie' in januari omgezet in aanbevelingen voor de Verenigde Naties. De internationale gemeenschap mag als ,,laatste redmiddel'' ingrijpen in een soevereine staat als dat land verantwoordelijk is voor een ,,overweldigende humanitaire catastrofe''. Maar alleen als geweld proportioneel en collectief is, én kans van slagen heeft. Die laatste voorwaarde sluit NAVO-ingrijpen in Tsjetsjenië uit.

Frankrijk

Voor Frankrijk was de Kosovo-oorlog in zekere zin a blessing in disguise. Ondanks een heftig binnenlands debat over het militaire ingrijpen, ziet het land tevreden terug op de crisis. Aanvankelijk gekant tegen militair ingrijpen, hebben de Fransen `Rambouillet' georganiseerd, dat weliswaar niets aan het Servische beleid ten aanzien van Kosovo heeft kunnen veranderen, maar onderstreepte dat Frankrijk een eigen rol speelt in de diplomatie.

De Kosovo-crisis heeft Frankrijk - lid van de politieke structuur van de NAVO maar militair met een status aparte - bovendien op organische wijze teruggebracht in de Atlantische gelederen. De samenwerking met de NAVO en met name de Verenigde Staten is zo hecht geworden, dat Frankrijks lidmaatschap-op-afstand alleen nog maar een papieren realiteit is.

Een gunstig gevolg was ook dat het door Frankrijk gewenste ,,Europese leger'' de facto min of meer tot stand is gekomen. Europese legereenheden treden op de Balkan sinds de Kosovo-oorlog ook zonder de hulp van de VS op. Frankrijk verzet zich wel fel tegen het Amerikaans-Britse standpunt dat de NAVO in actie mag komen zonder toestemming van de VN.

Duitsland

Voor Duitsland was de Kosovo-crisis een emotioneel moment. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog nam het land deel aan een militaire operatie.

Bij monde van bondskanselier Schröder heeft Duitsland zich fel verzet tegen inzet van grondtroepen. De Duitse generaal Klaus Naumann, indertijd hoofd van het militair comité van de NAVO, stelt dat die houding Miloševic heeft gesterkt in zijn verzet. Minister van Defensie Scharping wees die kritiek onlangs van de hand: het zou onverstandig zijn met iets te dreigen dat je niet kan waarmaken.

Duitsland is vooral tevreden over de rol die het speelde in het diplomatieke circuit rond de oorlog. Duitsland was de brug tussen Oost en West en bracht de Verenigde Staten en Rusland bijeen inzake Kosovo. In de eerste maand van de oorlog reisden Duitse politici en diplomaten koortsachtig naar Rusland in een poging Moskou's standpunt te matigen. Duitsland kwam als eerste met een vredesplan, dat binnen de NAVO van tafel werd geveegd, maar wel de basis vormde voor een plan dat begin mei in Keulen door de G-7 plus Rusland werd geaccepteerd. Overeenstemming tussen de VS en Rusland werd eind mei bereikt in het Duitse gastenverblijf Petersberg.

Italië

Voor Italië is de balans van de Kosovo-oorlog gunstig. Voordien bestond er binnen de NAVO informeel overleg tussen de vier grootmachten: de zogeheten `Quad' van de VS, Engeland, Duitsland en Frankrijk. Tijdens de crisis mocht Italië aanschuiven: de Quad werd de Quint. Dat leidde tot afgunst onder Nederlandse NAVO-diplomaten, maar Italië stelde dat de luchtoperatie afhankelijk was van Italiaanse vliegvelden en logistieke ondersteuning.

Italiaanse beleidsmakers zijn vooral tevreden omdat ze de wereld rijpheid en verantwoordelijkheidsgevoel hebben getoond. D'Alema wist onder grote druk zijn centrum-linkse coalitie bijeen te houden. ,,We maakten een eind aan de zeurcultuur van voortdurend klagen over onze Italiaanse identiteit en onze geringe invloed op het wereldgebeuren'', zei de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Dini. Italië is trots op zijn matigende rol binnen de NAVO en zijn positie in de voorhoede van de humanitaire hulpverlening.

Turkije

,,Geef alles wat je kunt missen, zelfs een paar sokken.'' De emotionele oproep van de krant Sabah tijdens de Kosovo-crisis van vorig jaar bewees hoe diep de kwestie de Turkse publieke opinie beroerde. Kosovo maakte ooit deel uit van het Ottomaanse Rijk en daarom raakte het lijden van de mede-moslims een tere snaar. Daarbij kwam nog dat naar Turks inzicht veel Arabische landen, waar de bevolking toch ook moslim is, zich geen zier gelegen liet liggen aan het lijden van de Kosovaren. ,,Terwijl de christelijke krachten hun kinderen het vuur insturen om de moslim-minderheid te beschermen, doet de Arabische wereld niets'', schreef een Turkse krant woedend.

Een jaar na Kosovo is die houding van de 'christenen' in Turkije het meest blijven hangen. Turkije, en dan met name de elite, bemint 'Europa' maar vermoedt dat die liefde niet wederzijds is omdat Turkije een moslim-land is. Nadat in 1997 met name de Europese christen-democraten stelden dat Turkije cultureel niet tot Europa behoorde, bereikte dat gevoel van de afgewezen minnaar een hoogtepunt. De crisis in Kosovo bracht Turkije weer nader tot Europa.

Griekenland

De eerste verjaardag van het NAVO-ingrijpen in Joegoslavië gaat in Griekenland betrekkelijk onopgemerkt voorbij. Anti-NAVO betogingen trokken vorige week weinig publiek. Maar de socialistische regering Simitis zit nog steeds met het probleem hoe zij haar handtekening onder het ingrijpen van vorig jaar kon verenigen met het feit dat 98 procent van de bevolking daartegen was. De regering zal Kosovo niet snel als een succes bestempelen. Zij ontwijkt zo veel mogelijk het woord NAVO, maar prijst zich gelukkig dat een grote Griekse militaire macht in Kosovo nuttig werk verricht voor de VN.