De natuur als medicijn

Zwerfvuil vergaren en padden helpen oversteken.

Vele duizenden vrijwilligers helpen bij het onderhoud van natuurgebieden. En soms worden ze er zelfs beter van.

Aan de rand van een dichtbegroeid bosperceel bij Heerde staan vijftien auto's, een tafeltje met een reservoir koffie en een EHBO-trommel – bosinwaarts slaan vijftien heren met polsdikke stokken de onderste, dode takken van de bomen. ,,Hier een paar uur meppen scheelt een paar dagen Riagg'', zegt een man. Een ander meldt dat hij vut en nu twee dagen per week in het terrein bezig is. Een derde verklaart gedeeltelijk te zijn afgekeurd, maar dat hij dit werk goed volhoudt: ,,Bij een baas moet je wat klaarmaken. Als je hier even niet meer kan, doe je gewoon rustig aan.''

Toch wordt er hard gewerkt. In totaal heeft Het Geldersch Landschap 345 vrijwilligers die jaarlijks een besparing van bijna een miljoen gulden bij elkaar meppen, snoeien, zagen, maaien en knotten. Ze verzamelen zwerfvuil, bemensen een promotiewagen, trekken dennetjes uit heidevelden, plaatsen schrikdraad rond Schotse hooglanders, snoeien hoogstamboomgaarden, onderhouden kasteeltuinen. Hier, op landgoed de Dellen, prepareren ze een monocultuur van fijnsparren voor professionele zagers zodat er ruimte komt voor een bloemrijke wildweide en oude wallen weer in beeld komen. Vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Alle 110 GL-vrijwilligers van de afdeling Veluwe Noord hadden ter toetsing van hun motivatie eerst een uitgebreid gesprek met coördinator Ben van der Worp, tekenden een overeenkomst met wederzijdse verplichtingen, en volgden een korte cursus alvorens met een identiteitspas in het terrein te worden losgelaten. Een GL-vrijwilliger moet minimaal zes dagen per jaar volmaken en krijgt uiteraard geen geld. Van der Worp: ,,De honorering komt als je ziet wat je hebt gedaan.'' Niet te zien maar af en toe wel te horen is het Volkslied Gelders Landschap' (tekst: Toos van der Worp-Veltkamp). Waar je ook kijkt in de bo-men, op het mos, o-ver-al is le-ven, le-ven in het bos, zongen 600 schoolkinderen gisteren nog nabij Epe in verband met een boomfeestdag (organisatie: Ben van der Worp). ,,Mooi hè?!'' zegt hij over het natuurvrijwilligerswerk. Het kost hem tachtig uur per maand, naast een drukke baan als organisatie-adviseur, maar van een offer is geen sprake. 's Zo-mers in de warm-te, 's win-ters in de kou. Al-tijd wat te horen, te ruik-en en te zien: in het Gel-ders Land-schap ge-niet je echt voor tien.

Volgens Van der Worp hebben vrijwilligers, die geestelijk aan de grond zaten, zwaar aan de medicijnen waren, of net uit het ziekenhuizen kwamen, al werkend genezing gevonden. ,,Ik hoorde van artsen en psychiaters: hoe krijgen jullie dat voor elkaar? Binnen een half jaar loopt die vent weer en is hij weer vrolijk.''

De heilzaamheid van vrijwilligerswerk in de natuur is een bijproduct, en volgens sommigen geldt dat zelfs voor de gedane arbeid. `Vergroting van het draagvlak voor het natuurbehoud' is nóg belangrijker. Zo belangrijk, dat Staatbosbeheer het vrijwilligerswerk aanzienlijk beter wil gaan organiseren. Marloes Menne, die de leiding heeft van die operatie: ,,Om nieuwe groepen te bereiken is het belangrijk dat we natuurbeleving bieden, en dat gaat met zelf werken nog effectiever dan met bijvoorbeeld een wandeling met de boswachter.''

Bij een inventarisatie in 1998 ontdekte SBB 5.000 vrijwilligers in dienst te hebben. Dat was in het hoofdkwartier niet zo opgevallen doordat ze zich bij de plaatselijke boswachterijen van SBB hadden gemeld via de 178 afdelingen van de Vereniging voor natuur en milieueducatie (IVN), de 56 afdelingen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) en de provinciale afdelingen van Landschapsbeheer Nederland.

Het illustreert de massaliteit van het verschijnsel vrijwilligerswerk in de natuur. Veel van de 17.000 IVN-leden zijn druk met het geven van cursussen en rondleidingen, maar knotten ook wilgen, snoeien ook grienden en maaien ook gras waar machines niet kunnen komen. De Stichting Vrijwillig Onderhoud van Buitenplaatsen en Landschappen (Vobula) organiseert jaarlijks 10 tot 15 werkkampen in natuurterreinen waar het geld ontbreekt voor het verwijderen van prunussen, het opschonen van paden, het opkronen van bomen, het uitbaggeren van sloten. Via Landschapsbeheer zijn 9.000 landgenoten druk met vrijwillig weidevogelbeheer, zoals het plaatsen van veerekken boven kievits- en andere nesten. Via Vogelonderzoek Nederland (SOVON) tellen 4.000 vrijwilligers drie jaar lang alles wat vliegt en broedt, met als doel een nieuwe Atlas van de Nederlandse broedvogels in 2002.

Het zijn maar voorbeelden. Er bestaan ook gedetailleerde atlassen van de verspreiding van alle inheemse sprinkhaansoorten en van de zweefvliegen. En zo nog een heleboel. Geert van Poelgeest, voorzitter van de KNNV Delft opent in zijn huis links en rechts wat uitpuilende kasten: atlassen, rapporten, inventarisaties van mossen, marters, libellen, varens waarvoor vrijwilligers de tellingen deden. Gederailleerd hobbyisme misschien, maar ook meer dan dat: bij een Milieu Effect Rapportage (MER) – die is vereist wanneer een natuurgebied een andere bestemming moet krijgen – liggen de feiten dankzij vrijwilligers in een oogwenk bij de beleidsmakers op tafel.

De kasten gaan weer dicht, want de zon is onder, het is maart, het is warmer dan zes graden, en dus trekken de padden. Met borden heeft de gemeente een tweebaansweg voor auto's afgesloten. Net als op vijf andere wegtracés door padrijke gebieden patrouilleren ook hier vrijwilligers met zaklantaarns langs bermen om padden over te zetten – bij elkaar 2.000 per jaar. Van Poelgeest pakt er een op en zet hem bij wijze van experiment een halve slag gedraaid aan de overkant van de weg weer neer. Als een slow motion kompasnaald hervindt het dier de richting naar zijn geboortegrond – want daar wil iedere pad in maart naartoe om te paren. Iets verder vinden we een overstekend wijfje met een man op haar rug, en nog een pad, en nog een pad, en ook een paar overstekende salamanders. Op deze weg haalt 95 procent de overkant, de rest wordt overreden door tweewielers en auto's die de borden negeren.

Joop van Buuren, coördinator van de 60 Delftse vrijwillige paddenoverzetters (en 40 avonden per voorjaar van 7 tot 11 in het terrein), vertelt over de avond tevoren op een veel drukkere weg: ,,Negenendertig padden hebben we overgezet, negenentachtig zijn er doodgereden. `Flats! Flats!' We konden het niet bijhouden, en je moet ook aan je eigen veiligheid denken.'' In verband met dat laatste heeft hij sinds kort een fietslicht aan zijn been. ,,Volgend jaar wil hij geheid zestig van die lampen voor zijn vrijwilligers hebben'', verwacht Van Poelgeest. Geld voor dergelijke uitgaven verdient de KNNV Regio Delft onder meer met de verkoop van plantenzaden die de leden in eigen tuin oogstten.

Vrijwilligers die iets simpels moeten verrichten zijn vrij makkelijk te vinden. Aan paddenoverzetters bestaat geen ernstig gebrek. Nestkasten ophangen gaat ook goed: SOVON- en Vogelbescherming vrijwilliger André van den Berg schat dat er alleen al in Almere voor ieder paartje koolmezen drie woningen zijn. Van Poelgeest verwacht veel respons op het KNNV-verzoek aan de Delftse bevolking om elke gesignaleerde vleermuis aan te geven (waarna de KNNV met bat detectors uitrukt naar de concentraties).

Schaarser, melden veel partijen, zijn vrijwilligers voor het gereedschapsonderhoud, de proviandering, het administreren van kilometervergoedingen, het maken van werkroosters, het bellen, het aanvragen van subsidies. Oud Haagsche Courant verslaggever Herman Leuvenink in Nootdorp heeft er bijna een dagtaak aan: als districtscoördinator van de nieuwe SOVON broedatlas, als lid van de raamplancommissie voor het nieuwe Bentwoud bij Hazerswoude, als tekstschrijver voor 70 educatieve borden in de natuur rond Pijnacker, en zo nog een functie of tien.

Voorbeeld: ,,Vorig jaar, twintig april, belt er een meneer uit Voorburg: Ze zijn bomen aan het rooien, de vogels vallen uit hun nesten!'' Vrijwilligers van Groenbeheer Nootdorp Leidschendam (GNL) waren snel ter plekke, alarmeerden de politie, en zorgden dat het in de krant kwam. Daarop liet de burgemeester het werk stilleggen. Vrijwilligers zijn de ogen en oren van de milieupolitie, zegt Leuvenink te midden van stapels plant- en diertellingen, bezwaarschriften, AROB-procedures, MERs. ,,We hebben ook mensen die bestemmingplannen lezen: alle bedreigingen voor natuur en milieu komen in een tweemaandelijkse nieuwsbrief aan de natuurvrijwilligersorganisaties rond Den Haag.''

In het natuur- en recreatieterrein Dobbeplas doet Leuvenink vast wat voorwerk voor de aanstaande broedvogeltellingen. Een paartje futen trekt zijn aandacht door rond te zwemmen waar ze dat een paar dagen geleden ook deden: grote kans dat daar over zes weken kleine futen peddelen. Iets verder patrouilleert een paartje kuifeenden. De meeste nesten moeten nog gebouwd, maar de vogelkijkhut is sinds een paar dagen klaar – na drie jaar lobbyen, praten en ontwerpen door vrijwilligers van de Vogelwacht Delft, de Natuur en Milieuvereniging Pijnacker en GNL. Open een kijkgat en je ziet vrijwilligerswerk in de vorm van een kersvers vogelvriendelijk waterlandschap. Kijk in de toekomst en je ziet hetzelfde: 500 uur vrijwillig terreinonderhoud per jaar is deel van het beheersplan.

Ook jaarlijks terugkerend werk: patrouilleren door de straten van Almere, de nesten van huiszwaluwen opsporen, aanbellen en aanbieden een plankje onder het nest te monteren zodat er geen uitwerpselen op terrassen vallen. Van den Berg: ,,Anders worden er veel nesten verwijderd met hogedrukspuiten.''