Boodschappen

Het toeval brengt me in een al jaren verlaten machinefabriek in een uithoek van Amsterdam: ijzeren pilaren, de vloer ongelijk en zwart van de ingedikte olie, drie pokdalige duiven op een dwarsbalk. Iets zegt me dat ergens in de roestige leegte een verrassing wacht.

En waarachtig. Van een elektriciteitskast vol grote stoppen hangt het plaatijzeren deurtje half open. Met zwarte stift heeft iemand er op geschreven: `een pot zure haring is een verwaarloosd aquarium'.

Een paar dagen later loop ik langs een Rotterdamse havenkade. Wonderlijke brikken en barken liggen aangemeerd: een stokoud stoombootje, een vervuild geval voor pleziertochtjes, een werkschip met wat bedrijvigheid aan boord. De trossen liggen om de paddestoelvormige ijzeren bolders die met vaste intervallen langs de kade staan, allemaal genummerd. Op de witte bovenkant van nummer 13 staat, weer met zwarte stift, een boodschap: `He gozer op de boot je bent zo lekker joh helaas heb ik al een vriend maar je bent echt lekker'.

Maar een boot ligt er niet meer.