Balans tussen democratie en rechtsstaat zoek

In ons staatsbestel moeten democratie en rechtsstaat hand in hand gaan. In de affaire-Peper zijn deze beide grootheden uit balans, meent Peter Hoefnagels.

Democratie en rechtsstaat zijn twee ongelijksoortige grootheden en dat gaan we nu merken in de affaire-Peper. Na de brede, aan de democratie ontleende stromen van persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het enquêterecht van de gemeenteraad van Rotterdam komen de voorwaarden en preciseringen van de rechtsstaat aan de orde. De brede rivieren van de democratie worden ingedamd door de oevers van de rechtsstaat. Het grote gevaar voor de rechtsstaat is dat zulke fundamentele voorwaarden en preciseringen als `juristerij' of `advocatentrucs' worden afgedaan.

De termen rechtsstaat en democratie worden nogal eens door elkaar gehaald. Dat is onjuist. In de rechtsstaat stelt de overheid zich onder het recht. Recht staat boven macht, boven de macht van de overheid, boven de macht van de sterkere, boven de macht van het geweld. In een democratie hebben mensen invloed op hun regering, kiezen deze en controleren via parlementen, vrije meningsuiting en media. Het begrip democratie is veel minder omlijnd dan het begrip rechtsstaat. In een democratie kan men een politicus naar huis sturen om allerlei redenen, bijvoorbeeld omdat hij te veel vijanden heeft of omdat hij niet aardig wordt gevonden. Al kan men natuurlijk een redelijker stok vinden om de hond te slaan. In een boekhoudersstaat kunnen dat `de bonnetjes' zijn.

De democratie heeft vele gezichten, ook lelijke. Ik hoorde een sociaal-democratisch gemeenteraadslid van Rotterdam een aantal jaren geleden zeggen: `De democratie heeft een lelijk gezicht'. Hij doelde toen op populisme en misbruik door politici van de pers. In de boekhoudersstaat van vandaag lijkt de democratie meer op een kasboek.

Als het juist is dat een anonieme verklikker de zaak-Peper heeft aangekaart bij een krant (voor de journalist heet de verklikker `een geheime bron'), waarna de persvrijheid de ruimte neemt, dan begint de democratie een lelijk gezicht te krijgen.

De rechtsstaat is geen meneer met vele gezichten, maar een dame die een weegschaal in balans probeert te houden. In het bijzonder de Rechten van de Mens, het strafrecht en het procesrecht geven richtlijnen en stellen grenzen aan de bevoegdheden van de macht. Peper of zijn advocaat, liet weten dat hij de media wegens smaad of laster kon vervolgen.

We hebben in parlementaire enquêtes en bij de raadscommissie van onderzoek in Rotterdam gezien hoe moeilijk het wordt voor democratische organen als zij hun stiel, de controle op het beleid, verlaten en gedragingen van personen gaan onderzoeken. In de Bijlmer-enquête vroeg de commissie aan de getuigen in alle ernst en onder ede naar hun `mening' en zelfs naar het `cijfer' dat de bewindsvrouw aan zichzelf zou geven (sic). Alles onder ede. Ik zou graag gehoord hebben dat mevrouw Borst had geantwoord: `Een tien met een griffel', want in de democratie mag je meer grappen maken dan in de rechtsstaat.

Natuurlijk is het de bedoeling van ons staatsbestel dat democratie en rechtsstaat hand in hand gaan en in balans zijn. De voorzitter van de Eerste Kamer, mr. Korthals Altes, heeft daar tijdens de democratische fase van de Peper-affaire nog een poging toe gedaan door onder meer te stellen dat het rechtens normaal is dat de oud-burgemeester vóór het verhoor inzage krijgt in de processtukken.

Als de raadscommissie de balans tussen rechtsstaat en democratie in de hand had gehouden, zou de commissie niet zevenentwintigduizend (27.000!) brieven aan ambtenaren en andere Rotterdammers (?) hebben gestuurd om een getuigenis te leveren. Mét de mededeling dat men ook anoniem kon getuigen. Alsof ze nooit gehoord hebben van NSB'ers en Deutschfreundlichen tijdens die vermaledijde oorlog en bezetting. Alsof ze zelf niet konden bedenken dat je met verklikkers, anonieme in het bijzonder, het schuim der natie (met wraak, jaloezie en eigenbelang) de procedure binnenhaalt. Als je van iemand onderzoekt of hij `hoofdzakelijk privé'-uitgaven ten laste van de overheid bracht, dan dien je er als commissie voor te waken dat je onderzoek niet met `hoofdzakelijk privé'-motieven wordt belast. (Wie de psychologie van de verklikker wil leren kennen, moet in het archief van onze belastingdiensten kijken. Dan zie je het enge deel der natie.)

Mede door de aandacht van de media krijgen de democratische commissies de geur en het odium van vervolgingsorganen. De burger onderscheidt geen democratische en rechtsprocessen en de media spelen daar, al of niet bewust, op in. `Les faits sociaux ne sont pas des choses' (sociale feiten zijn geen dingen) schreef de Franse socioloog Jules Monnereaux. Bonnetjes ook niet. Feiten krijgen altijd een waarde-oordeel mee. Bonnetjes ook. Je kunt nog zulke knappe accountants een bon laten beschrijven, in de massamedia beland krijgen die bonnen een andere geur en betekenis. Heel grote journalisten blijven daar boven staan. Middelmatige journalisten ruiken mee. De boulevardpers verergert de geuren.

De accountants van KPMG hadden zich vereenzelvigd met de verkeerde categorie en kenden hun deskundigen-rol niet meer toen zij in het concept-rapport voor de gemeenteraad, hun opdrachtgever, bij de posten schreven: `niet rechtmatig'. Daar ging de accountant buiten zijn boekje. Daar weet een accountant niets van. Dan heeft de accountant – ik denk aan de Rotterdamse rechter Enschedé – te veel kranten gelezen. Accountants bepalen niet wat recht is. Het is de raad die democratisch, niet in rechte, moet oordelen. Uit vrees voor een gerechtelijke vordering is het `niet rechtmatig' uit het rapport geschrapt. Zowel KPMG als de raadscommissie heeft daar goed aan gedaan. Niet omdat ik zou weten dat alle posten rechtmatig zijn. Dat zijn ze, totdat het tegendeel in een ordentelijke rechtsstatelijke procedure zou worden vastgesteld.

ZIE OOK: www.nrc.nl/DenHaag/