YO LA TENGO

`I want to wake up in a city that doesn't sleep,' zong Frank Sinatra in New York, New York.

Uit Sinatra's geboorteplaats Hoboken, New Jersey komt Yo La Tengo, een groep die op de cd And Then Nothing Turned Itself Inside-Out juist uitgesproken slaperig klinkt. Hoewel Yo La Tengo doorgaans tot de gitaar-underground wordt gerekend, is het trio ruimdenkend genoeg om ook een vibrafoon of een harmonium toe te laten in hun dromerige geluidsmix. De cd met hoesfoto's van serene Amerikaanse buitenwijken bevat bezwerende muziek die een uiterst serieus en soms droefgeestig gezelschap doet vermoeden, ware het niet dat gitarist Ira Kaplan, drumster Georgia Hubley en bassist James McNew graag flirten met het pulp-aspect van de popcultuur. In het walsje Last days of disco bezingt Kaplan het geluksgevoel dat uit een simpele poptekst kan spreken: `If the song said let's be happy, I was happy.' De sfeer wisselt van ironisch, in het bizarre Let's save Tony Orlando's house, tot sentimenteel in het country-achtige Tears are in your eyes. De melancholie die uit hun eigen nummers spreekt, wordt volgehouden in een cover van het discodeuntje You can have it all van George McRae. Yo La Tengo neemt de tijd om een nummer mooi rustig op te bouwen, met als apotheose het achttien minuten lange Night falls on Hoboken waarin natuurgeluiden en een aanzwellend orgel langzaam de overhand krijgen boven een rockband die wel hard kan spelen, maar die huiverig is voor herrie.

Yo La Tengo: And Then Nothing Turned Itself Inside-Out (Matador Ole 371-2)