Tribune koopt Times Mirror

Amerikaanse krantenuitgevers worden multimediabedrijven, met televisie-, radio- en Internet-activiteiten. Voorloper in deze ontwikkeling is de uitgever van de Chicago Tribune, die vorige week de overname aankondigde van de Times Mirror Company, uitgever van de Los Angeles Times.

Een gewone krantenuitgever was de Tribune Company, de moedermaatschappij van de Chicago Tribune, al een paar jaar niet meer. Als eigenaar van 22 televisiestations bereikte de onderneming ruim een derde van alle Amerikaanse huishoudens. En dan waren er nog de radiostations (drie), de honkbalclub (de Chicago Cubs) en de aanzienlijke belangen in nieuwe mediabedrijven als AOL en WB Television Network.

De toekomst ligt volgens het concern niet alleen in groei, maar ook in het combineren van verschillende soorten media. Dat is de achtergrond van de aangekondigde overname van het oude familiebedrijf Times Mirror, uitgever van grote kranten als de Los Angeles Times, de Baltimore Sun en Newsday (die op Long Island verschijnt). Met die transactie krijgt Tribune niet alleen meer kranten in meer grote steden, maar ook meer partners voor haar televisiestations en Internet-projecten.

De gedachte is dat de oude en de nieuwe media elkaar kunnen aanvullen en versterken. Televisiestations kunnen krantenjournalisten uit hun bedrijf voor de camera halen voor deskundig commentaar. Kranten kunnen bij hun zusterbedrijf televisiebeelden betrekken voor hun Internet-sites. Ook kunnen ze voor de camera meer bekendheid geven aan hun papieren product. En de adverteerders kunnen in één klap, en via één bedrijf, tv-kijkers, krantenlezers en Internet-gebruikers bereiken.

Met de overname van Times Mirror kan Tribune zo'n totaalpakket aanbieden in de drie grootste mediamarkten in de Verenigde Staten – New York, Los Angeles en Chicago. ,,We zijn het belangrijkste multimediaconcern in Amerika aan het opbouwen'', zei John Madigan, president van Tribune, zelfverzekerd in een toelichting op de overname.

Maar zijn grote aankoop (van 6,45 miljard dollar) roept ook vragen op. Het is een gewaagde gok, schrijft de Los Angeles Times, om ervan uit te gaan dat kranten in het tijdperk van het Internet op den duur nog veel waarde zullen hebben. Ze kunnen de nieuwe media (tv, Internet) weliswaar veel `content' leveren, maar zit de gebruiker van de nieuwe media daar wel op te wachten?

Op het Internet trekken de websites van kranten aanzienlijk minder bezoekers dan algemene sites als Yahoo. Adverteerders lopen er dan ook niet erg warm voor. Daardoor zijn nog maar heel weinig kranten in de VS er tot nu toe in geslaagd om op het Internet enige winst te maken (de Washington Post zou aan haar elektronische editie zwaar hebben verloren).

Maar op een kleinere schaal dan Tribune zijn ook andere krantenuitgevers begonnen om zich te verbreden. The New York Times en The Washington Post bezitten ook verschillende kranten, televisie- en radiostations, en werken hard aan hun Internet-edities. Op hun websites zijn politieke televisiebeelden te bekijken (die de Times betrekt van ABC en de Post van NBC). Steeds meer delen de kranten hun nieuws en hun talent met andere media. Hun journalisten verschijnen 's avonds regelmatig op de televisie om alvast in het kort te vertellen wat hun lezers de volgende ochtend in de krant kunnen aantreffen. De Washington Post heeft zelfs een televisiestudio op de redactiezaal gebouwd, zodat haar journalisten makkelijk even voor de camera kunnen verschijnen.

Maar de proeftuin voor de redactie van de toekomst staat in Chicago. Daar verschijnt een radiopresentator van WGN Radio (eigendom van Tribune) ook op WGN televisie (ook van Tribune), terwijl hij daarnaast artikelen schrijft voor de Chicago Tribune (van hetzelfde bedrijf). Hij is geen radio-, televisie- of krantenman meer, maar een multimediajournalist, een ,,content-provider'' voor de firma Tribune. Een groep speciale managers is aangesteld om samenwerking tussen de verschillende media van Tribune te bevorderen.

Zo'n multimediaconcern brengt het risico van belangenconflicten met zich mee, schreef een televisiecriticus van de Los Angeles Times de afgelopen week. Hij raadde zijn lezers aan om zijn column voortaan met meer scepsis te lezen. ,,Als ik een tv-station van Tribune prijs, komt dat dan voort uit oprechte waardering? Of uit het financiële belang dat ik heb bij een zusterbedrijf van de krant? En als ik concurrenten van Tribune-stations kritiseer?'' Het is het soort conflict van belangen dat maar al te bekend is in het tijdperk van de firma's CNN/TimeWarner/AOL en Disney/ABC, waarvan de verschillende onderdelen regelmatig over elkaar berichten.

Een belemmering voor de doorbraak van de grote multimediaconcerns in Amerika is een regel die het bedrijven verbiedt om in dezelfde stad zowel kranten als televisiestations te bezitten. Tribune heeft in Chicago een vrijstelling van dat verbod gekregen, en de belangenorganisatie van krantenuitgevers voert op Capitol Hill een intensieve lobby voor volledige afschaffing van de regel. Maar sommige Congresleden zien er een bescherming in tegen almachtige mediaconcerns en tegen een situatie waarin, zoals een Congreslid zegt, ,,twee of drie mensen bepalen wat iedereen denkt''.