Tevredenheid over uitkomst tegoed joden

Ondanks een veel lager dan geëiste teruggave van joodse tegoeden, is er tevredenheid in de joodse gemeenschap. De verklaring zit achter de komma.

De joodse gemeenschap heeft volgens de Nederlandse regering recht op 399,4 miljoen gulden aan gelden die na de oorlog ten onrechte in de staatskas zijn gebleven. Voorzitter Naftaniel van het Centraal Joods Overleg (CJO), dat zich nu kan richten op de gesprekken met de banken en de beurs, constateerde het gisteren met enige ironie. De ironie schuilt in de komma van het bedrag.

Na de Tweede Wereldoorlog kregen joodse overlevenden vaak na jaren soebatten (een deel van) hun bezittingen terug, dan wel schadevergoedingen die soms niet groter waren dan 2,31 gulden. Deze bedragjes tot achter de komma, die waren overgebleven na aftrek van administratiekosten, zijn in de discussie over de de joodse tegoeden vaak aangehaald als een teken van ,,formalisme, bureaucratie en vooral kilte'', zoals premier Kok het rechtsherstel gisteren kwalificeerde. Nu stemt het bedrag achter de komma, dat is afgerond naar 400 miljoen gulden, de joodse gemeenschap juist tot tevredenheid. Hoe kan dat?

Nadat de discussie over de joodse tegoeden in 1996 was overgeslagen van Zwitserland naar Nederland hebben hier onderzoekscommissies spitwerk gedaan naar kunst (Ekkart), financiële instellingen (Scholten), overheid (Kordes), Indische tegoeden (Van Galen) en goud (Van Kemenade). De gepresenteerde rapporten, krantenartikelen en het boek `Roof' van de historicus Aalders wakkerden de discussie verder aan. De Nederlandse regering zweeg voortdurend en liet bij monde van minister Zalm (Financiën) weten dat een kabinetsbeslisisng pas zou komen na het laatste rapport.

Eind januari kwam de commissie-Van Kemenade met zijn rapport en gisteren stuurde het kabinet zijn standpunt naar de Tweede Kamer. Het kabinet keert als compensatie voor ,,fouten en tekortkomingen'' bij het rechtsherstel 680 miljoen gulden uit aan de joodse gemeenschap (400 miljoen), de Indische gemeenschap (250 miljoen) en roma en sinti (30 miljoen). Het kabinet wil volgens Kok ,,uitdrukkelijk finaal recht doen aan de kritiek op de bejegening van de vervolgingsslachtoffers'', die op dit moment geschiedkundig in kaart wordt gebracht door de onlangs opgerichte stichting SOTO.

De manier waarop het kabinet dit doet ten aanzien van de joodse gemeenschap is een staaltje van politieke evenwichtskunst. Van Kemenade had gepleit voor een ,,financiële tegemoetkoming'' van 250 miljoen gulden voor onder meer verzekeringsgelden, administratiekosten en belastingen die de overheid destijds ten onrechte zijn geïnd. Geen `schadevergoeding', want de schade is volgens Van Kemenade niet meer te berekenen.

De joodse gemeenschap, die inmiddels een akkoord had gesloten met de verzekeraars, eiste nu juist wel een schadevergoeding, of liever een ,,restitutie'' van gelden . De commissies hadden immers vastgesteld dat de overheid veel geld had gehouden dat eigenlijk aan de joden had moeten worden gegeven. Zoals in het geval van de kampen Vught en Westerbork, gebouwd en geëxploiteerd met van de joden geroofd geld dat na de oorlog door de regering maar zeer gedeeltelijk is teruggeven. De joodse gemeenschap had geen behoefte aan een ,,gebaar'', een term die in de discussie over het rapport-Van Kemenade ook veel werd gehoord.

Bij de onderhandelingen met het CJO slaagde het ministerie van Financiën er niet in het woord ,,restitutie'' in de mond te nemen. Wel verklaarde Financiën zich, nadat het CJO een claim van 750 miljoen tot 2,2 miljard gulden op tafel had gelegd, bereid de openstaande posten in kaart te brengen. ,,Men wilde geen gebaar, maar een berekening'', zei Zalm gisteren over de moeizame besprekingen. ,,Door te cijferen zijn we eruit gekomen'', zei Zalm over deze voor het kabinet niet ongebruikelijke werkwijze.

Afgezien van de verzekeringsgelden, die naar de huidige waarde zijn omgerekend op basis van beleggingen in staatsobligaties, vergoedt de staat alleen de inflatie. Ook zijn enkele door het CJO aangevoerde posten gesneuveld. Dat de meeste posten overeind zijn gebleven en zijn berekend, is voor de joodse gemeenschap voldoende ,,erkenning van de morele aanspraken van de Nederlandse joden op deze tegoeden''. Vandaar de tevredenheid bij het CJO over het bedrag achter de komma, dat deze erkenning symboliseert.