`Kosovaren moeten af van haat Serviërs'

NAVO-chef Lord Robertson heeft gisteren de leiders van de Kosovo-Albanezen gewaarschuwd hun haat tegen de Serviërs terzijde te schuiven omdat zij anders de internationale steun dreigen te verliezen.

Robertson zei dit op een persconferentie ter gelegenheid van het eerste jubileum van de NAVO-luchtaanvallen tegen Joegoslavië komende vrijdag. ,,Vandaag roep ik alle Kosovaren op dit jubileum te gebruiken om afstand te nemen van de woede van het moment en zich te richten op het bouwen van die tolerante, multi-etnische samenleving'', zei hij. ,,Etnische haat heeft in het verleden rampen veroorzaakt, en hoe zwaar en bitter de herinneringen ook zijn, dit moet terzijde worden geschoven als de toekomst echt anders moet zijn.''

De negentien NAVO-ambassadeurs beslissen vandaag over voorstellen om KFOR krachtdadiger te laten optreden tegen Albanese rebellen die in de grensstreek van Zuid-Servië geweldsacties tegen veiligheidstroepen van Joegoslavië plegen, vooral in de Preševo-vallei. The Washington Post schrijft vandaag dat er een akkoord nabij is tussen functionarissen van de VS, wier KFOR-soldaten in de buurt gestationeerd zijn, en Albanese rebellen om een einde te maken aan deze aanvallen.

Robertson presenteerde gisteren een persoonlijk, 28 pagina's tellend rapport `Kosovo een jaar verder', waarin hij de balans opmaakt van de elf weken durende NAVO-luchtcampagne van vorig jaar en de opbouw van Kosovo. Hij noemde de luchtaanvallen ,,juist en nodig''. Het is ,,natuurlijk nog veel te vroeg om volledig succes op te eisen, maar het is evenzeer verkeerd om te concluderen dat we gefaald hebben'', zei hij gisteren.

,,Als de NAVO er niet in was geslaagd om te reageren op het beleid van etnische zuiveringen, dan had zij haar waarden verraden en permanente twijfel opgeroepen over de geloofwaardigheid van haar instituties'', zei Robertson. Volgens hem zullen de circa 37.000 KFOR-soldaten in Kosovo voorlopig moeten blijven. ,,De internationele gemeenschap kan Kosovo niet verlaten terwijl het werk maar half klaar is.''

In zijn rapport roept Robertson de internationale gemeenschap op meer geld en personeel naar Kosovo te sturen om de civiele VN-missie (UNMIK) te steunen, ,,of er bestaat een risico dat het moeizaam behaalde succes wegebt''. Hij wilde niet ingaan op de vraag of hij het recente verzoek van UNMIK-hoofd Kouchner aan de VN-Veiligheidsraad steunt om meer duidelijkheid te geven over het begrip ,,substantiële autonomie'' voor Kosovo, zoals VN-resolutie 1244 voorschrijft. De NAVO steunt Kouchner in al zijn werk, maar over dit vraagstuk moeten de VN beslissen, zei Robertson.