Geobsedeerd door Nederland

In 1788 moest de kunstenaar en amateur-wetenschapper Shiba Kôkan (1747-1818) zich als koopman vermommen om stiekem de zwaarbewaakte Nederlandse enclave in de stad Nagasaki binnen te dringen. De Nederlanders bevonden zich sinds 1639 als enige westerlingen in Japan, op het kunstmatig eilandje Deshima in de baai van Nagasaki. Kôkan, toen 41 jaar, was al jaren een verstokte `hollandofiel'. Van alles wat uit Nederland in Japan terecht kwam, bewonderde hij vooral de schilderkunst en wetenschap.

Over die Kôkan is nu, voor het eerst in Nederland en met steun van het Kobe City Museum, in het Amsterdams Historisch Museum een overzichtstentoonstelling te zien. De tentoonstelling is thematisch gegroepeerd rondom stukken die bijna al Kokans facetten aan bod laten komen, zodat boeken gecombineerd worden met schilderingen, instrumenten of aardewerk.

Kôkans obsessieve nieuwsgierigheid naar westerse technieken en inzichten deed hem destijds van de ene naar de andere kant van het land reizen om het verboden contact te zoeken met de Nederlanders. Eenmaal op Deshima stond Kôkan oog in oog met de VOC-arts Stutzer, wiens Nederlands te moeilijk was om goed te begrijpen, op een enkel woord na: `tekenen'. Dat is geen toeval, want Kôkans leven stond in het teken van het penseel. Al op vijftienjarige leeftijd ging hij in de leer bij de beroemde ukiyo-e kunstenaar Suzuki Harunobu, wiens prenten van mooie vrouwen nog steeds een gewild verzamelobject zijn. En een enkele van die Harunobu-prenten blijkt van Kôkan te zijn.

Later bekwaamde hij zich in de Chinese schilderstijl bij een al even beroemde schilder, SÔ Shiseki, die zijn vak in Nagasaki had geleerd. Kôkan ontwikkelde al vroeg een haast maniakale overtuiging dat realisme het hoogste in de schilderkunst was. Toen hij Nederlandse prenten en schilderijen onder ogen kreeg was dat een grote schok: hier was dan het realisme waarvan hij al die tijd droomde.

Met de ijver van een bekeerling stortte Kôkan zich op de studie van Hollandse teken- en schildertechnieken en op Het groot schilderboek van Gerard de Lairesse. Perspectiefwerking en schaduwpartijen, etstechnieken, exotisch westerse landschappen en nog exotischer kostuums en architectuur, hij kon er geen genoeg van krijgen. Zijn nieuwsgierigheid leidde van schildersatelier naar laboratorium.

Behalve als innovatief schilder is Kôkan in Japan ook bekend geworden als popularisator van de natuurwetenschappen. In Amsterdam is te zien hoe hij het westerse inzicht illustreerde dat de aarde om de zon draait of dat je met de microscoop rare beestjes kunt ontdekken. Een van zijn gaven was het vermogen om de kennis van de relatief wereldvreemde `hollandologen' uit zijn kennissenkring toe te passen. Anderen hielpen hem de principes van het koperetsen te ontcijferen, maar Kôkan was de eerste in Japan die ook echt zo'n ets maakte. Overal ging hij het rondbazuinen. En daarmee werd hij beroemder, maar bij vrienden minder bemind.

De tentoonstelling geeft de ruimte aan de veelheid van Kôkans talenten, maar het mooie is – en dat zou hij zelf gewaardeerd hebben – dat hij vooral als nieuwsgierig kunstenaar wordt gepresenteerd. Zijn bewerkingen van prenten uit het embleemboek Het menselijk bedrijf van Jan en Caspar Luyken zijn, zoals Oka Yasumasa in de catalogus suggereert, te vergelijken met de manier waarop later de impressionisten Japanse prenten zouden gebruiken als inspiratiebron voor hun eigen werk.

Voor Kôkan werd Amsterdam zo'n inspiratiebron. In het museum hangt bijvoorbeeld Amsterdam Dijk: een ommuurde, middeleeuws aandoende stad, aan de oevers van een traag stromende rivier die in een Hollands landschap van lieflijke heuvels ligt ingebed. Het is van de landschappen van Kôkans geest, vergezichten op streken die alleen in de fantasie bezocht konden worden.

Kôkan kon ook net zo goed vastleggen wat hij in werkelijkheid zag. `Ik beschrijf alles in detail, tot het laatste kopje thee of sake dat ik dronk,' schreef hij aan een vriend. En voor zo'n kopje thee nodigden de Nederlanders op Deshima hem uit in een taal die hij begreep: `Mijnheer, kom kamer, kom kamer.' Kôkan volgde hen de trap op en dankzij zijn geïllustreerde reisverslag weten we nu hoe de Nederlanders hun vertrekken op Deshima inrichtten.

Pal naast diezelfde tekening is een unieke, zeven meter lange schets van zijn verschillende reizen door Japan te zien, een eindeloos panorama van herinnerde landschapjes. Bij elk vitrinestuk is telkens de onvermoeibare honger van zijn ogen te voelen. Die drang heeft nog niets aan kracht ingeboet. Eindelijk is Shiba Kôkan dan zelf in Nederland aangekomen. Zoek hem op voordat hij weer vertrekt.

Tentoonstelling: Japanse verwondering. Shiba Kôkan 1747-1818. Kunstenaar in de ban van het Westen. T/m 4 juni, Amsterdams Historisch Museum. Ma t/m vr 10-17u, za. en zo. 11-17u. Catalogus: ƒ29,95.