De hel

Schets een eigen, eenentwintigste-eeuws visioen van de hel. Dat had de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) gevraagd aan een aantal sprekers als onderdeel van een avond in de Balie over Dante. In zijn Goddelijke Komedie beschrijft Dante een reis door het hiernamaals, te beginnen in de Hel, vandaar naar de Louteringsberg om uit te komen in het Paradijs. Een reis van kwaad naar goed, of van zonde naar God, zoals Dante-vertaler Frans van Dooren in zijn inleiding stelde.

Van Dooren raadde mensen met literaire belangstelling dringend aan Dante te lezen. Hij was als 23-jarige in de Goddelijke Komedie begonnen, en het boek had hem overrompeld, zozeer zelfs dat hij maandenlang volledig van de kook was geweest. Alle kernthema's van het leven, zoals dood, liefde en verdriet, vind je in de Goddelijke Komedie terug, prees Van Dooren. Ik wilde het graag van hem aannemen, maar moest toch even huiveren van de cijfers die hij over de Italiaanse lezers van Dante verstrekte. Van de mensen die aan de Goddelijke Komedie waren begonnen, had maar twintig procent het einde gehaald.

Hoe zag voor de sprekers een hel op aarde eruit? Voor Kees Fens was het moderne vliegveld zo'n hel en het vliegtuig zelf een zijkamer van die hel. En dat vliegtuig verplaatste je weer naar `een andere hel'. Hij hekelde `winkels met nutteloze voorwerpen' en de `metalen stemmen' van `duivelinnen'. ,,Wie er met een gele tas loopt, is al veroordeeld.''

De persoonlijke hel van Rudy Kousbroek bestond uit `het tot in de eeuwigheid luisteren naar Harry Mulisch, terwijl die uit zijn verzameld werk voorleest, daarbij af en toe onderbroken door commentaar van Arnold Heumakers'.

Op de terugweg besefte ik hoe inspirerend die opdracht van de SLAA is: ontwerp uw eigen hel. Er zou een schitterende serie voor een krant inzitten. Laat de lezers maar eens het vuurtje van hun angsten, rancunes en afkeren oppoken. De beste inzender krijgt het verzamelde werk van een uitzonderlijk slechte schrijver cadeau, dat hij ook in het hiernamaals dagelijks moet herlezen op een door minister Netelenbos aan te wijzen vliegveld.

De beschrijving van mijn eigen hel zal ik u nog even besparen. Ik kom al woorden te kort voor de beschrijving van andermans hel, zoals die zich de afgelopen dagen aan ons opdrong. Twee voorbeelden. Je bent trainer van Ajax, een club waarvoor je je ook als speler jarenlang hebt ingezet, en op een zondagavond moet je een uur lang luisteren naar spreekkoren uit de kelen van zo'n tienduizend idioten: ,,Wou-ters rot op, Wou-ters rot op!'' Je vrouw zit misschien op de tribune, thuis kijken je kinderen naar de close-ups van je gezicht op de televisie.

Tweede voorbeeld. Je wordt als onschuldige burger in je Limburgse boerderij overvallen, mishandeld en gegijzeld door twee levensgevaarlijke schoften, en je komt tot de ontdekking dat je lot wel eens mede in handen zou kunnen liggen van een van de journalistieke maatjes van die schoften, Peter R. de Vries.