Wolters sterft....

Onder deze wat al te melodramatische en hartkloppingen veroorzakende kop meldt de financiële redactie op 10 maart dat de Nederlandse kwaliteitsuitgever Wolters Kluwer, een bedrijf met een historie van zo'n anderhalve eeuw en een hoge intrinsieke waarde aan `content' in de lege doppenwereld van de Internethype in de komende twee jaar een pas op de plaats gaat maken om zich onder een nieuwe voorzitter voor te bereiden op de noodzakelijke investeringen in nieuwe netwerktechnologie.

Uiteraard is hier geen sprake van stervensbegeleiding maar kennelijk wel van een dringend noodzakelijke inhaalslag in achterstallig onderhoud en men mag zich afvragen, waarom dit drama nu pas, bij de presentatie van de nog bevredigende jaarcijfers over 1999, op zo'n ongelukkige wijze wordt gepresenteerd. Als er inderdaad sprake is van een ernstig intern beleidsconflict over de inzet van nieuwe elektronische media dan kan men slechts constateren, dat het ondernemingsbestuur minstens anderhalf jaar lang heeft zitten slapen of zijn mond heeft gehouden. Wellicht al veel langer. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de – na een halfjarige zittingsperiode weggezonden – nieuwe voorzitter, maar bij allen die niet tijdig gewaarschuwd hebben c.q. onvoldoende toezicht hebben gehouden op de investeringen die de laatste jaren vooral gericht waren op het overnemen van een groot aantal bedrijven uit de `oude economie'. Het is algemeen bekend, dat de grote Nederlandse uitgevers al sinds de jaren '80 een leidende rol meenden te kunnen gaan spelen bij de verspreiding van informatie (`content') via netwerken en het is daarom verbazingwekkend dat zij zich nu door de Internet `have-not's' zo dramatisch op achterstand laten rijden en daarmee een gemakkelijke prooi worden voor de nieuwe rijken die juist de essentiële inhoudelijke vulling van hun netwerken en logistieke systemen ontberen. De recente overname van de uitgeversgigant Time Warner door America OnLine laat zien wat er ook met Wolters Kluwer (en Reed Elsevier) dreigt te gebeuren. Laten wij hopen dat deze bedrijven voor de Nederlandse economie behouden kunnen blijven.