Verdachte moord op baby Appelscha in vrijheid gesteld

De dertigjarige van babymoord verdachte Angelique van E. uit Waskemeer is gisteren door de rechtbank in Leeuwarden met onmiddellijke ingang in vrijheid gesteld. Van E. zat zes maanden in voorlopige hechtenis op verdenking van moord of doodslag op de 1-jarige Risanne Tingen uit Appelscha in september vorig jaar.

Na drie uur beraadslagen oordeelde de rechtbank dat het voorarrest van Van E. niet hoefde te worden verlengd. Dit gezien de tijdsduur van de hechtenis en het feit dat er geen nieuw belastend materiaal tegen Van E. is. Een nieuw psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC), waarop het openbaar ministerie had aangedrongen, is evenmin nodig, aldus de rechtbank. Hiertoe kan eventueel op de zitting van de strafzaak worden besloten.

De rechtbank bepaalde op 19 januari nog dat Van E. moest blijven vastzitten. In november vorig jaar schorste het Leeuwarder gerechtshof Van E.'s voorlopige hechtenis, maar ze werd veertien dagen daarna opnieuw vastgezet. Van E. ontkent en weigert mee te werken aan een onderzoek in het PBC.

Het openbaar ministerie beschouwt Van E. nog steeds als enige verdachte in de moordzaak, aldus de Leeuwarder officier van justitie O. Brouwer. ,,De verdachte ontkent van meet af aan, er is een getuige op afstand en wat technisch bewijs.'' Niettemin meent het OM dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om Van E. voor moord of doodslag veroordeeld te krijgen.

De afgelopen twee maanden is er nieuw bewijsmateriaal vergaard. Zo zou zijn ontdekt dat Van E. al vóór de dood van de baby een condoleancekaart zou hebben gekocht. De bewuste kaart stuurde ze na Risannes dood naar de ouders. Behandelend officier van justitie W. ten Kate verklaarde gisteren op de zitting dat ,,het feit dat niemand de verdachte met Risanne heeft zien lopen, nog niet (wil) zeggen dat er geen wettig en overtuigend bewijs is in deze zaak.'' Van E. zou volgens een psychiater die haar dossier bestudeerde aan het syndroom van Von Münchhausen by proxy lijden. Hierbij verwondt of doodt een ouder zijn kind om zelf in het middelpunt van de belangstelling te komen. Forensisch psychiater Mol, die de verdachte onderzocht, oordeelde echter dat er niets met haar aan de hand was. Van E. en haar familie reageerden emotioneel op de invrijheidsstelling.