PvdA herstelt met stoelendans weeffout

Het vertrek van minister Peper biedt de PvdA de gelegenheid haar positie in Paars-II te versterken.

De PvdA heeft van de nood een deugd gemaakt. Het verlies van minister Peper is benut voor een reshuffle die de PvdA in het kabinet sterker kan maken. En tegelijk is ook een `weeffout' van de kabinetsformatie enigszins gerepareerd.

Zwaargewicht Peper wordt op Binnenlandse Zaken vervangen door zwaargewicht De Vries. Maar De Vries is een zwaargewicht die met zijn ervaring op Sociale Zaken inmiddels nog meer ervaring meebrengt dan zijn voorganger. Met Vermeend treedt op Sociale Zaken een minister aan die het gewicht van de PvdA in het informele kernkabinet – de sociaal-economische `zeshoek'– aanzienlijk doet toenemen. VVD-minister Zalm krijgt een creatieve minister van Sociale Zaken tegenover zich, die met zijn achtergrond op Financiën weet waar hij het geld moet halen.

Met Bos als nieuwe staatssecretaris op Financiën doet de PvdA daarnaast iets aan de onbalans tussen de generaties die het PvdA-smaldeel in het tweede kabinet-Kok kenmerkte. Bij het aantreden van het kabinet kregen partijleider Kok en fractieleider Melkert forse kritiek, omdat het merendeel van de bewindslieden te oud, te veel bestuurder en te weinig vernieuwend was. ,,We krijgen bewindslieden die in de twintigste eeuw hun sporen hebben verdiend, terwijl we op het keerpunt naar de eenentwintigste eeuw staan'', zei toenmalig partijvoorzitter Adelmund. ,,De samenleving verandert, maar de PvdA niet. Dit kan ons opbreken'', voegde oud-partijvoorzitter Vreeman eraan toe.

De schuifoperatie tussen drie posities die de PvdA toepast om één vertrokken minister te vervangen, is in zekere zin uit nood geboren. Het moment waarop Peper vertrok, midden in de kabinetsperiode, en de zware kwesties die spelen op het terrein van Binnenlandse Zaken, maakten buitenstaanders als invaller minder bruikbaar. De optie om staatssecretaris Cohen door te schuiven – een keuze die Melkert wel wilde maken – werd door Kok geblokkeerd. Hij vreesde dat het vreemdelingenbeleid – voor de PvdA een gevoelig en tegelijk belangrijk terrein – er de dupe van zou worden als tussentijds een nieuwe staatssecretaris zou aantreden. Cohen moet de Vreemdelingenwet, het pièce de résistance van zijn beleid, nog door het parlement loodsen.

Zelf wilde De Vries niet van portefeuille wisselen, maar hij zwichtte voor het beroep dat zijn partijleider op hem deed. ,,Als je wordt gevraagd, moet je verder niet zeuren'', zei hij gisteren na zijn gesprek met de premier. Als concessie moest Kok toestaan dat De Vries deze week de herziening van de uitvoering van de sociale zekerheid nog in de Tweede Kamer verdedigt. Zo ontstond de enigszins gewrongen situatie dat Kok op maandag een ministerskandidaat aanzocht en deze pas vrijdag bij de koningin voordraagt.

Zelf erkende Kok dat deze gang van zaken ,,niet gebruikelijk'' is, maar hij beriep zich gisteren op een situatie die in zijn ogen eveneens ongebruikelijk is. Kok overtrad geen staatsrechtelijke regels, maar de irritatie bij oppositiepartij CDA is groot. Het CDA wil niet meer met een `oude minister' praten over `nieuw beleid'.

De stoelendans van PvdA-bewindslieden heeft ook consequenties voor de coalitiepartners. De VVD moet bij het aantreden van Vermeend rekening houden met een scherper profiel van de PvdA op financieel en sociaal-economisch terrein. Fractieleider Melkert zei gisteren al te verwachten dat Vermeend de agenda van de PvdA om te `investeren in de kwaliteit van de samenleving' met verve zal uitvoeren. Zeker is dat Vermeend, inventiever dan zijn bestuurlijk georiënteerde voorganger, met het sociale-premiestelsel aan de slag gaat. Tussen De Vries en de PvdA-fractie in de Tweede Kamer tekende zich een geschil af over het bestrijden van de `armoedeval' (inkomensdaling voor wie na een uitkering weer gaat werken, door het wegvallen van subsidies). De Vries wilde hiervoor veel meer geld uittrekken dan de PvdA-fractie wenselijk zou vinden. Vermeend is dol op het oplossen van dergelijke financiële vraagstukken.

Voor D66 geldt dat de partij op staatkundig terrein een geestverwant is kwijtgeraakt. Minister Peper kon, met zijn engagement voor bestuurlijk vernieuwing, in zekere zin worden gezien als de vierde D66-minister. Zijn opvolger De Vries is op dit terrein veel terughoudender en bovendien is deze sociaal-democraat minder gecharmeerd van sociaal-liberalen.

De tussentijdse wisseling pakt voor PvdA-leider Kok en fractieleider Melkert per saldo goed uit. Kok houdt na de wisselingen een stevige kabinetsploeg en investeert in zekere zin ook in de toekomst van de partij. De oud-staatssecretaris Vermeend kan als minister groeien en het talentvolle Kamerlid Bos kan als staatssecretaris bestuurlijke ervaring opdoen.

Melkert heeft na zijn kortstondige rol aan het slot van de kabinetsformatie inmiddels duidelijker zijn stempel op het tweede-kabinet Kok kunnen zetten. Zeker tegenover een nieuwe minister als Vermeend en een onervaren staatssecretaris als Bos kan hij zijn invloed als fractieleider sterker laten gelden. Zo bezien mogen PvdA-leider Kok en zijn kroonprins Melkert dankbaar zijn voor het vertrek van Bram Peper.