Pelgrimstocht van de paus volgt de bijbelse geschiedenis

Paus Johannes Paulus II maakt een reis door de Bijbel in het Heilige Land.

De pauselijke pelgrimage van dag tot dag.

Het bezoek van paus Johannes Paulus II gisteren aan de resten van een vierde-eeuws klooster op de berg Nebo in Jordanië was, in het licht van de bijbelse geschiedenis, een logisch vervolg op zijn eerdere pelgrimage enkele weken geleden naar de berg Horeb, in de Egyptische Sinaï-woestijn. Toen Mozes het volk uit Egypte leidde, trok hij eerst in zuidelijke richting naar de Horeb. Daar ontving het volk de Tien Geboden (Exodus 20). Toen het volk daarna naar het beloofde land trok, durfde het daar niet binnen uit vrees voor de inwoners. Als straf voor dat gebrek aan godsvertrouwen moest het veertig jaar rondzwerven door de woestijn (Numeri 14,22-23). Pas na veertig jaar nomadenbestaan stond het volk weer aan de oostgrens van het beloofde land. Toen mocht Mozes zelf het land niet in. Wel liet God hem vanaf de berg Nebo het hele land zien. Vervolgens stierf Mozes en hij werd door God zelf begraven (Deuteronomium 34,6).

Vandaag bezocht de paus Wadi al-Kharrar, ,,Bethanië over de Jordaan'' (Johannes 1,28), waar Jezus gedoopt werd door Johannes de Doper, althans volgens Jordanië. De doop van Jezus markeerde het begin van diens optreden.

Morgen bezoekt de paus in door Israel bezet gebied Qasr el-Yahud, de plaats waar het volk Israel door de Jordaan het beloofde land binnentrok (Jozua 3) en, volgens Israel, tevens de plaats waar Johannes Jezus doopte. Qasr el-Yahud ligt vlakbij Jericho, oostelijke grensstad van het land Kanaän die het volk Israel als eerste, zonder slag of stoot, in handen viel (Jozua 6).

Vervolgens gaat de paus naar Bethlehem, de geboorteplaats van Jezus. Daar zal hij een bezoek brengen aan de Geboortekerk, die gebouwd zou zijn over de grot waarin Jezus geboren werd, ,,omdat er voor hen geen plaats was in de herberg'' (Lucas 2,7).

Donderdag is de paus in Jeruzalem, waar Jezus door de toenmalige geestelijke en wereldlijke leiders ter dood gebracht werd na verraden te zijn door Judas, een van zijn twaalf leerlingen. De paus zal een bezoek brengen aan de plaats waar Jezus volgens de overlevering het laatste avondmaal vierde, enkele uren voor zijn proces.

Vrijdag reist Johannes Paulus II door naar Galilea in het noorden van Israel, waar hij een mis zal opdragen op de Berg der Zaligsprekingen, met uitzicht over het Meer van Tiberias. Daar sprak Jezus zijn `bergrede' uit, waarin hij een uiteenzetting gaf van zijn boodschap en uitlegde wat de relatie was tussen zijn evangelie en de joodse traditie (Mattheüs 5-7). Aansluitend brengt de paus een bezoek aan de kerk van de Broodvermenigvuldiging die wordt beheerd door Duitse benedictijner monniken. Die zou gebouwd zijn op de plaats waar Jezus de menigte die hem volgde op wonderbaarlijke manier voorzag van brood en vis (Mattheüs 14,13-21). Veelzeggend is het bezoek aan de kerk die gebouwd is op de plaats aan het Meer van Tiberias waar Jezus Petrus rehabiliteerde (Johannes 21,15-18) na diens drievoudige verloochening tijdens het proces dat tot zijn veroordeling leidde. Pausen lopen ,,in de schoenen van de visser'', ze beschouwen zich als de rechtstreekse opvolgers van Petrus, tegen wie Jezus eerder had gezegd: ,,Ik zal u de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen.'' (Mattheüs 16,19). Ook bezoekt de paus vrijdag ruïnes in Kapernaüm – die zouden de plaats aangeven waar het huis van Petrus stond, waar Jezus diens schoonmoeder genas (Marcus 1,29-31).

Zaterdag bezoekt Johannes Paulus in Nazareth, de woonplaats van Jozef en Maria, de Basiliek van de Annunciatie die gebouwd zou zijn op de plek waar Maria de boodschap van de engel ontving dat zij zwanger zou worden en een zoon baren die ze Jezus (God redt) moest noemen. Daarna keert de paus terug naar Jeruzalem, waar hij naar de hof van Getsemané gaat. Daar trok Jezus zich terug voor gebed na het laatste avondmaal, ter voorbereiding op zijn vonnis: de dood aan het kruis.

Zondag beëindigt de paus zijn reis met een bezoek aan de Tempelberg, de plaats waar Abraham zijn zoon aan God had geofferd, als dit niet door een engel was verhinderd (Genesis 22),waar de door Herodes gebouwde `tweede tempel' stond die door de Romeinen in 70 na Christus werd verwoest, zoals door Jezus was voorzegd (Mattheüs 24,2). Hier bevinden zich ook de Klaagmuur en Al-Aqsa moskee, een heilige plaats voor de islam. De paus besluit zijn bezoek met een mis in de Heilige-Grafkerk, die gebouwd heet te zijn op de plaats van het graf van Jozef van Arimathea waarin Jezus aan de vooravond van Pasen werd begraven. Een opmerkelijk einde van de reis in het licht van de woorden van de engel tot de vrouwen die het graf op de vroege paaszondag bezochten: ,,Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft.'' (Mattheüs 28,6)