Krappe huizen, kleine tuinen

Makelaars hebben zware kritiek op de bouw van een half miljoen woningen op de zogenoemde Vinex-locaties. De bewoners zeggen dat ze tevreden zijn, maar ook architecten en de Vereniging Eigen Huis hebben bedenkingen. ,,Op den duur worden het getto's.'' Staatssecretaris Remkes neemt de kritiek ter harte.

Bewoners van Vinex-wijken zeggen in enquêtes tevreden te zijn over hun woning. Ze waarderen hun huis, gebouwd in de buurt van de grote steden, met het hoge cijfer 7,5.

Maar de Vinex-locaties liggen ook onder vuur. Zo trok de architect Carel Weeber een paar jaar geleden ten strijde tegen de Vinex-woningen, die doorgaans een variatie zijn op het oerdegelijke Nederlandse rijtjeshuis: halletje met wc, trap, keuken en eetkamer/woonkamer op de begane grond, twee of drie slaapkamers en een badkamer op de eerste verdieping en daarboven een zolder.

Evenals Weeber zijn bouwondernemers van oordeel dat de Vinex-woningen te klein en te krap zijn. ,,Als de meeste Nederlanders een vrijstaand huis willen, waarom krijgen ze dat dan niet?'', meende Weeber, een voorstander van het zogenoemde Wilde Wonen. Zwartkijkers beweren zelfs dat de Vinex-wijken wellicht de getto's van de toekomst zijn.

Makelaars van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) meldden in hun gisteren aan staatssecretaris J. Remkes (Volkshuisvesting) aangeboden rapport `Vinex in de praktijk' dat op veel locaties niet wordt gebouwd wat de consument vraagt.

De Vinex-wijken zijn voor de helft voltooid, maar vanaf dit jaar tot 2005 moeten er nog 227.700 woningen worden gebouwd. De Vinex-locaties stammen uit een concept in de jaren tachtig toen nog vooral in aantallen woningen ter bestrijding van de woningnood werd gedacht. Die achterstand in het aanbod blijkt echter veel sneller ingehaald dan gedacht.

Zware kritiek van de makelaars krijgen onder andere bekende grote Vinex-wijken als Ypenburg in Den Haag (,,slecht openbaar vervoer, winkels te ver, echt pionieren'') en Leidsche Rijn (,,te uniform, te dicht op elkaar''). In de Vinex-locatie Stadshagen in Zwolle wordt de zolder gemist, in de wijk Westerpark in Breda zijn de tuinen te klein, in de Vinex-locatie Land der Letteren in Almere ontbreken dure woningen. En zo gaat het maar door. ,,Er wordt te weinig gekeken naar de bevolkingsopbouw; er wordt niet marktconform gebouwd; de vraag van de ingeschrevenen dicteert en er wordt te weinig aandacht besteed aan toegenomen welvaart.''

Bovendien, vinden de makelaars, moeten de nieuwe bewoners te lang wachten voordat voorzieningen zoals scholen, winkels en openbaar vervoer daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

De kritiek van de makelaars wordt gedeeld door de Vereniging Eigen Huis. Woordvoerder A. Snijder: ,,We hebben al ettelijke keren gezegd dat alles te krap is. De Vinex-huizen zijn te smal en de parkeerruimte is onvoldoende. Akkoord, er zijn bewoners die zéggen dat ze tevreden zijn. Dat doen ze omdat hun huis betaalbaar is. Toch is de Vinex-locatie voor hen second best. Eigenlijk zijn ze niet content, maar ze hebben door de krapte van de markt geen andere keus. Bovendien, willen de mensen wel in zo'n nieuwe stad wonen die helemaal op zichzelf staat?''

Over de kwaliteit van de woningbouw op de Vinex-locaties bestaat al geruime tijd ontevredenheid. Zo vindt een meerderheid van de architecten die bij de bouw zijn betrokken dat zij `middelmatig werk' hebben afgeleverd.

Bijna tien procent van hen vindt het werken op deze locaties in het geheel niet interessant, maar ziet het enkel als `werken voor het brood op de plank', blijkt uit een onderzoek van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) vorig jaar.

Snijder van Eigen Huis hoopt dat het NVM-rapport ertoe leidt dat de nog bestaande plannen voor nieuwe Vinex-locaties worden opengebroken. ,,Het intitiatief daartoe moet worden genomen door de twee grootste betrokkenen, de projectontwikkelaars en de overheid. Gebeurt dat niet, dan kunnen Vinex-locaties op den duur veranderen in getto's. Zeker als de autoriteiten niets doen aan het verbeteren van de infrastructuur, met name het openbaar vervoer.''

Staatssecretaris Remkes beschouwt de kritiek op het Vinex-programma volgens zijn woordvoerder als een belangrijk signaal ter ondersteuning van zijn beleid de komende jaren niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van de nieuwbouw een impuls te geven. Hij praat binnenkort met verschillende regio's over eventuele aanpassing van Vinex-plannen.

Volgens de woordvoerder is de vraag naar de wensen van woonconsumenten pas nu actueel, omdat vraag en aanbod langzaam in evenwicht komen; lange tijd werd elk huis eenvoudigweg verkocht omdat er nu eenmaal woningnood was. ,,We moeten nu naar kwaliteit gaan kijken om te voorkomen dat het deze wijken net zo vergaat als veel naoorlogse wijken, die nu ook vaak als minder gewenst worden beschouwd. De wijken die in de jaren twintig in steden zijn gebouwd, zijn over het algemeen het meest geliefd. De Vinex-wijken moeten langer mee dan vijftig jaar'', aldus de woordvoerder.

Er zijn volgens VROM twee duidelijke behoeften van woonconsumenten te onderscheiden: enerzijds stedelijk wonen met een hoge kwaliteit, bijvoorbeeld dankzij een ruim huis en veel voorzieningen in de buurt; en anderzijds ruim en groen wonen buiten de centra van de steden.

Remkes vindt dat de bouw nu te veel is gericht op `gemiddelde plattegronden voor gemiddelde huishoudens'. Hij wenst meer differentiatie, er moet meer worden gezocht naar uitersten in woninggrootte, typen, dichtheid en functies.

Remkes kan overigens niet zelf ingrijpen in de ontwikkeling van de Vinex-locaties, dat is de autonomie van de gemeenten. Maar hij is al enige tijd met de betrokken wethouders in gesprek om ze tot een soepeler opstelling te bewegen om zo het aanbod van de woningen beter te laten aansluiten bij de vraag. Op een aantal locaties laten de gemeenten de ontwikkeling vrijwel geheel over aan projectontwikkelaars, op andere zijn ze zelf nog direct betrokken bij de ontwikkeling van de plannen.