Intertoto

Met een groepje wildvreemde Ajax-supporters belandde ik zondagavond op station Duivendrecht in de intercity van Utrecht naar Amsterdam Centraal. We hoorden dat de trein al een kwartiertje stilstond, omdat een zieke passagier per ambulance moest worden afgevoerd. Het oponthoud zou nog even duren.

De passagiers die al in de trein zaten, moeten even het ergste hebben gevreesd. Wat stond hun te wachten? Een kort, maar onvergetelijk inferno met een stelletje Hunnen die net ernstig teleurgesteld waren door hun favorieten? Elf Ajacieden waren in de Arena immers zelfs niet bij machte geweest om tien Twentenaren te kloppen. Veel dieper kon Ajax niet meer zinken, maar dat besef leek deze supporters juist enige troost te bieden. Ze waren nogal laconiek gestemd en gingen een vreemdzaam praatje aan met de gewone reizigers.

,,Ach, heren, het is maar een spelletje'', onderbrak een oudere dame het onderlinge gekanker van de supporters.

,,Mevrouw, dat horen we vaker'', zei de leider van het groepje, een man van een jaar of veertig in een leren jack en met een gouden halskettinkje. Hij praatte evenals zijn lotgenoten plat Amsterdams, wat bijzondere vermelding verdient omdat veel Ajax-supporters tegenwoordig uit de provincie komen. ,,Maar daar gaat het niet om. Mijn club is mijn leven. Als kleine jongen ging ik al met mijn vader naar Ajax. Wat is daar mis mee?''

,,Niks'', zei de dame, ,,als u het maar niet overdrijft.''

,,Nou, ik ga straks in ieder geval niet naar de Intertoto'', zei de man, en hij keek haar aan alsof ze plotseling in Michael van Praag was veranderd.

,,De Intertoto wat is dat?''

,,Dat is een soort internationale zomercompetitie voor alle zwakke ploegies die niet aan de belangrijke Europese bekertoernooien mogen deelnemen.''

,,Dat kan toch best gezellig zijn, zo'n toernooi?''

,,Nee mevrouw, de Intertoto is voor de echte Ajax-supporter een vernedering. Daar gaat hij niet heen. Mijn seizoenkaart hou ik, maar ik ga niet naar de Intertoto.''

Zijn besluit stond onwrikbaar vast, hier sprak een man die al te veel sportieve incompetentie over zijn kant had laten gaan.

,,Ik gaan ook niet'', viel een jongere supporter hem bij. Hij stond een joint te roken in deze eerste klas niet-roken coupé en hij had een gymschoen op een zitting geplant. Niemand zei er wat van en nu eens niet uit lafheid, maar juist omdat de sfeer zonder grimmigheid was. ,,Wil er nog iemand een hijs?'' vroeg de jongen terwijl hij zijn joint ophield, alsof hij de verbroedering symbolisch wilde bezegelen.

Maar onze aandacht werd afgeleid door een gebeurtenis op het perron. Een brandcard, omringd door verplegers, gleed voorbij. Er lag een oude man op, wiens lichaam gekoppeld was aan een infuusfles en andere macabare apparatuur. De supporter in het leren jack zei sceptisch: ,,Hij heeft ook net Ajax gezien.''