Hulpverlener moet zich aanpassen aan migrant

De geestelijke gezondheidszorg biedt geen adequate hulp aan allochtonen, vinden Rob van Dijk en Joop de Jong.

De discussie over Paul Scheffers analyse van de multiculturele samenleving is tot nu toe erg toegespitst op taalachterstand. Scheffers artikel bevat echter ook veel behartigenswaardigs over de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).

Grote groepen allochtonen, migranten en vluchtelingen, vinden nog steeds geen aansluiting bij de in Nederland geboden psychische zorg. Ze zijn korter in behandeling, komen minder vaak aan bod voor psychotherapie, krijgen vaker medicatie en worden vaker gedwongen opgenomen. In verhouding tot het geconstateerde psychisch leed onder vluchtelingen, vindt slechts een enkeling de weg naar de GGZ. Scheffer wijst er terecht op dat over vijftien jaar één miljoen vaak ernstig getraumatiseerde vluchtelingen een gigantische belasting zullen vormen voor de GGZ in Nederland. Het lijkt erop dat we weinig geleerd hebben van onze ervaringen met degenen die terugkeerden uit de Duitse concentratiekampen en de `Jappenkampen' in Nederlands Indië.

Biedt verregaande integratie of assimilatie van allochtonen de oplossing voor de problemen van minderheden in de psychische zorg? Natuurlijk kunnen allochtonen die de taal spreken, bekend zijn met de zorgvoorzieningen en vaardig onderhandelen met hulpverleners, meer profiteren van de bestaande zorg. Het kan evenmin kwaad als de geestelijke gezondheidszorg zich meer bewust wordt van haar geworteldheid in de dominante normen en waarden in Nederland. Maar toch zou de GGZ met deze aanpak een verkeerde weg in slaan. De zorg kan niet voorbijgaan aan een koerswijziging in de richting van verdere `interculturalisatie'.

De kern van de psychiatrie is het interpreteren van interpretaties. Therapie vraagt daarom kennis van achtergronden van een cliënt. Het gaat daarbij ook om het meevoelen met de belevingswereld van de cliënt, om de aanpassing van de therapeut aan de cliënt en niet omgekeerd.

Daarnaast is de aanpassing van migranten geen rechtlijnig verlopend proces. Ziekte, psychische stoornissen, maar ook veroudering en sociale marginalisatie kunnen het proces omkeren. Hierin komen oudere Nederlandse migranten in Australië en Turkse en Marokkaanse migranten in Nederland overeen. In beide gevallen is de belevingswereld sterk nostalgisch en de gemeenschap sterk naar binnen gericht. Belangrijk is het besef dat migratie een soort veenbrand is. Het woedt voortdurend door het leven van migranten, nu eens smeulend, dan weer oplaaiend. In de problemen van mensen die door psychisch disfunctioneren sociaal uitgesloten raken, klinken bovendien spanningen door die niet los te zien zijn van de maatschappelijke context.

Inspanningen om tot interculturele geestelijke gezondheidszorg te komen zijn tot nu toe tekortgeschoten. Minister Borst heeft eind 1998 voor de geestelijke gezondheidszorg de lijnen voor de toekomst uitgezet. De nota bevat een `kleurloze' visie. Het antwoord op de toenemende verscheidenheid in zorgbehoefte is rationalisatie, standaardisatie en schaalvergroting. Het gebrek aan een inhoudelijke visie op de zorg bij de politieke elite blijkt uit een vloed van organisatievoorstellen.

De zorg moet meer `klantgericht' zijn, maar de klant is eendimensionaal en ontdaan van culturele en sociale kenmerken. Met de keuze voor een anonieme consument als uitgangspunt van beleid is het zicht op de mens verloren gegaan. Daarnaast verdringen bezuinigingen, fusies en reorganisaties `interculturalisatie' uit de aandacht van beleidsmakers en zorgmanagement.

Beleidsmakers gaan er kennelijk van uit dat adequate zorg voor allochtonen voortvloeit uit algemeen kwaliteitsbeleid en marktwerking. Allochtone hulpvragers zijn echter geen partij met een noemenswaardig gewicht op de markt. Hun politiek-economische macht en culturele zeggenschap zijn gering en hun stem dringt dan ook nauwelijks door tot de onderhandelingstafel.

Verbetering van de geestelijke gezondheidszorg aan allochtonen is een tweezijdig proces: bruggen bouwen vanaf beide oevers. Het is noodzakelijk om de competentie en zeggenschap van allochtone cliënten te vergroten. Maar het is evenzeer noodzakelijk om de culturele sensitiviteit en het grensverleggend professioneel handelen van hulpverleners te versterken.

De GGZ moet gevoelig worden voor de beleving, presentatie en behandeling van psychische problemen, die variëren met de cultuur. Het gaat nadrukkelijk om het aanpassen van de gezondheidszorg aan een multiculturele omgeving en niet het inpassen van allochtone cliënten binnen de bestaande zorg. Hulpverleners en beleidsmakers zoeken verklaringen voor het tekortschieten van de hulpverlening vaak in de culturele kenmerken of etnische eigenschappen van allochtonen. Hier is sprake van `blaming the victim'.

Overheid, management en zorgverzekeraars moeten de voorwaarden voor een adequate zorg aan migranten verwezenlijken. Het is de taak en plicht van de overheid om een gelijkwaardige toegang tot, en gebruik van, de gezondheidszorg te garanderen, desnoods met wettelijke middelen. Zorgverzekeraars dienen de zorgaanbieders te motiveren hun allochtone verzekerden de zorg te bieden die hun toekomt.

De financieringsstructuur mag groepen allochtone hulpvragers niet tot `onaantrekkelijke' investering maken. Het zorgmanagement heeft de taak om daadkrachtig gestalte te geven aan het interculturalisatie-beleid.

DISCUSSIEwww.nrc.nl