Dwars geweten

De journalist Johan Anthierens, in België gezien als een notoir dwarsligger en in Nederland als de scherpzinnigste aller Vlamingen, is gisterochtend op 62-jarige leeftijd overleden. Hij leed aan lymfeklierkanker. Anthierens schreef bevlogen boeken over zijn idolen Willem Elsschot en Jacques Brel, maar was vooral bekend als de man die in radio- en tv-programma's en in pamflettistische columns en essays trachtte zijn landgenoten een geweten te schoppen. ,,Voor bochel geboren en als voetnoot gewiegd'', schreef hij in Het Belgische Domdenken, ,,leert de Belg verlegen gedrag en valse bescheidenheid als nationale deugden te omhelzen.''

Anthierens belandde via zijn broer in de journalistiek en vond daarin al snel zijn stiel: niet als objectief en dienstbaar verslaggever, maar als een bloemrijk kroniekschrijver die geen kans voorbij liet gaan om de macht van kerk en koningshuis te hekelen. Tegenover de Belgische gehoorzaamheid jegens het gezag stelde hij zijn eigen opstandigheid: ,,Met de fopspeen gesnoerd en met talk in de ogen worden wij in roomse doeken gedaan.'' Omdat hij zelden in staat was zijn toon te matigen, maakte hij zichzelf vaak onmogelijk bij de bladen waarvoor hij werkte.

Anthierens schreef dan ook voor alle weldenkende kranten en tijdschriften die er in Vlaanderen bestaan, maar geen enkel dienstverband duurde lang. Ook zijn carrière bij radio en televisie verliep stormachtig. Zo maakte de BRT eind jaren zeventig snel een eind aan De Noord-Zuidshow, die hij samen met Mies Bouwman presenteerde, toen Anthierens een gesprek met Pierre Kartner aangreep voor een sardonische aanval op diens Smurfen-lied. Wel bleef hij op de radio programma's maken over chansonniers die hij bewonderde.

In januari 1982 begon Johan Anthierens zijn eigen satirische blad De Zwijger, waarbij hij ook jonge talenten als Herman Brusselmans en Tom Lanoye betrok. Dat dit blad het niet langer dan twee jaar kon volhouden, droeg hij mee als de grootste mislukking uit zijn leven. Een tweede initiatief, een wekelijks pamflet van eigen hand onder de titel Gaandeweg, ging al na een jaar wegens geldnood ten onder.

Intussen schreef hij ook elke zaterdag een taalbarokke kroniek in de Volkskrant, waarin niet alleen zijn hang naar het Nederlandse vrijdenkersklimaat naar voren kwam, maar ook zijn hartstochtelijke haat-liefde-verhouding met België. Op de kritiek dat hij zich in Nederland manifesteerde als bevuiler van het eigen nest, zei Anthierens dat niet hij de schuld had aan het vuil; hij constateerde het slechts en klaagde het aan.,,Ergernis is mijn eerste natuur'', luidde zijn devies.