De eeuw van de kleinschaligheid

Op het Wereld Water Forum in Den Haag hield de Indiase schrijfster Arundhati Roy een gepassioneerd pleidooi tegen grote stuwdammen, zoals die in de Narmada-rivier in India.

Als de Indiase schrijfster Arundhati Roy iets aanpakt, doet ze dat grondig. Met haar debuutroman The God of Small Things won ze in 1997 de prestigieuze Engelse Booker-prijs. Sinds vorig jaar zet ze zich met hart en ziel in voor een geheel andere zaak: de campagne tegen een reusachtig stuwdammenproject in het westen van India. Dat dreigt tienduizenden mensen uit achtergestelde groepen van huis en haard te beroven zonder dat ze er iets noemenswaardigs voor terugkrijgen.

Zo belandde Roy vorige week in Den Haag. Eigenlijk had ze geen zin gehad naar het Tweede Wereld Water Forum te komen, omdat ze daarvan geen hoge verwachtingen koestert. Maar toen bleek dat de Indiase overheid het Narmada-project als een zegen voor de bevolking wilde aanprijzen, stapte ze alsnog in het vliegtuig. ,,Het was duidelijk dat er snel hulptroepen voor de tegenstanders moesten aanrukken'', grapt de tengere schrijfster, terwijl ze haar donkere krullen uit het gezicht veegt.

Waarom windt Roy, die ver weg woont in de hoofdstad New Delhi en uit Zuid-India afkomstig is, zich zo op over stuwdammen in het westen van het land? ,,Wat de zaak zo fascinerend maakt'', zegt ze, ,,is dat het verhaal van de dammen in het gebied van de rivier de Narmada eigenlijk neerkomt op het verhaal van het moderne India. Het gaat om een strijd tussen macht en onmacht, tussen rijk en arm, tussen stad en platteland, om de ontwikkeling van het land en de keuzes die daarbij worden gemaakt.''

En de keuze van de regering is volgens de schrijfster uitgelopen op een rampzalige mislukking. ,,Kijk naar de eerste dam van het project, die is voltooid'', zegt ze. ,,Dankzij die dam kan er nog maar een kleiner oppervlak worden geïrrigeerd dan er verloren ging door het vollopen van het stuwmeer achter de dam.''

Zoals ook elders heerste er in India lange tijd een onwrikbaar geloof in het vermogen van de mens de natuur te bedwingen. Stuwdammen speelden daarbij een hoofdrol. De vroegere premier Jawaharlal Nehru omschreef die zelfs eens als ,,de tempels van het moderne India''. Dank zij de dammen kwam er veel extra water beschikbaar, maar miljoenen mensen werden uit hun dorpen verdreven.

Het omstreden project in de Narmada, de vijfde rivier van India, behelst in totaal liefst 3.600 dammen, waarvan tientallen zeer grote. Als alles gereed is, zullen volgens de regering miljoenen mensen in drie deelstaten zich van water verzekerd weten terwijl ook boeren en industriële ondernemingen ervan profiteren.

Bij de plannenmakerij besteedde de Indiase centrale regering echter mondjesmaat aandacht aan het feit dat in totaal zo'n 140.000 mensen zouden moeten verhuizen. Het zouden er overigens ook veel meer kunnen zijn. Tot Roys verbijstering bleek de regering twintig jaar na het begin van het project nog altijd niet te weten hoeveel mensen er door het project moesten verhuizen. Helemaal toevallig is dat niet: het betreft immers mensen die tot achtergestelde stammen en lagere kasten behoorden. Ook nadat de bouw van de dammen al ruimschoots was begonnen, waren er voor hen nog geen voorzieningen elders getroffen.

Geleidelijk aan ontstond hiertegen een omvangrijke lokale protestbeweging. Die eiste niet alleen compensatie van de overheid maar probeerde die er toe te brengen het hele project te laten varen, omdat dit niet alleen het leven van honderdduizenden mensen zou ontwrichten, maar ook het milieu ernstige schade zou toebrengen.

Roy vraagt zich vaak af wat de Indiase regering bezielt. ,,Het heeft volgens mij met een instinct van machtswellust te maken, met de illusie dat je je bevolking kunt controleren, dat je met mensen kunt doen wat je wilt. De staat zal het wel even regelen en voor zijn onderdanen zorgen. Maar in het voorbijgaan breek je zo oeroude systemen af, waarmee mensen zichzelf konden redden. Je ontneemt hun bovendien alle initiatief. Op de een of andere manier heeft het menselijke ras de arrogantie in zich dat het voor anderen altijd een oplossing meent te kunnen bedenken.''

Volgens Roy is de aanleg van grote stuwdammen uitgesproken ondemocratisch. ,,Mensen ter plaatse wordt bij dergelijke projecten nooit gevraagd wat zij ervan vinden.'' Ze citeert een vriend die haar laatst zei: India is een land met een miljard mensen, maar eigenlijk telt het misschien maar twee miljoen inwoners. Die nemen de beslissingen, de rest wordt gewoon niet als volwaardige mensen behandeld. Roy: ,,Iedereen moet toch toegeven dat de aanleg van grote stuwdammen met problemen gepaard is gegaan. De voorstanders zeggen steeds: de volgende keer zullen we het beter aanpakken. Ik zeg: ruim eerst de puinhoop maar eens op die is ontstaan door de oude projecten.''

De schrijfster meent dat het hele concept van grootschalige dammen niet deugt. ,,Ik hoop dat dit de eeuw van de kleinschaligheid wordt. De mensen moeten ophouden te geloven dat er voor zeer uiteenlopende problemen grote oplossingen denkbaar zijn, die universeel toepasbaar zijn, zoals stuwdammen. Je moet je geest flexibel genoeg houden om de complexiteit van de wereld recht te doen. Geef in alle bescheidenheid toe dat je feilbaar bent. Als je dingen kleinschalig aanpakt en je vergist je, dan maak je tenminste kleine fouten.''

Zeer kritisch is Roy over de Wereldbank, die zich in 1993 terugtrok uit het Narmada-project. ,,De Wereldbank is door de mensen min of meer weggejaagd'', aldus Roy. ,,De verhouding tussen India en de Wereldbank boezemt me angst in. Die is als die tussen een landloze arbeider en een landheer. Je maakt steeds meer schuld om oude schulden te kunnen afbetalen. Je raakt er nooit van af.''

Vol spanning wacht Roy nu af of het Indiase Hooggerechtshof eind maart besluit of de bouw van de dammen mag doorgaan . Roy komt net uit de Narmada-vallei, waar een hoopvolle stemming heerst over de afloop. Maar de Indiase overheid betoogt ook in Den Haag dat het een uitstekend project is en dat er goede voorzieningen voor de gedupeerden zijn. Roy: ,,Je ziet hoe de functionarissen zich krampachtig aan hun macht vastklampen. Ik zweef dus een beetje tussen vreugdevolle verwachting en wanhoop.''