Conquistador van de verwachting

Voor de één is hij een visionair, voor de ander een praatjesmaker. Maar over één ding zijn vriend en vijand het eens: saai is het niet geweest sinds Juan Villalonga als onbekend bankier Telefónica kwam leiden. De Spaanse veroveraar in het digitale tijdperk slokt nu ook Endemol op. Nederland is gewaarschuwd.

Het was Big Brother. Officieel zijn er geen mededelingen over gedaan en de bestuursvoorzitter Juan Villalonga hield het er in zijn toelichting vaagjes op dat hij onder de indruk was van de ,,creativiteit'' van de televisieprogramma's. Maar in de wandelgangen van het imposante hoofdgebouw van Telefónica in Madrid heette het dat vooral de lotgevallen van Ruud, Bart en de andere Big Brother-helden waren geweest die doorslaggevend waren voor de aankoop van de Nederlandse televisieproducent Endemol door de Spaanse mediareus Telefónica. En natuurlijk de 52 miljoen hits die werden genoteerd op de bijbehorende Internet-pagina van Big Brother en het succes om het concept vervolgens aan de man te brengen.

Typisch weer zo'n aankoop die alleen topman Juan Villalonga had kunnen doen, zo laat zich het commentaar op de koop van Endemol samenvatten. Endemol kan de programma-formats gaan leveren voor een aantal televisiekanalen die in het bezit van Telefónica zijn. Maar was dat een investering van 5,5 miljard euro waard? Het gaat vooral ook om formats voor Telefónica's Internet-divisie Terra Networks en de derde generatie mobiele telefoons, met hun supersnelle communicatiemogelijkheden, zo legde Villalonga uit op de videopersconferentie die gelijktijdig in Madrid en Amsterdam werd gehouden.

Sinds hij in 1996 door zijn oude schoolvriend, premier José María Aznar, werd benoemd als de topman die Telefónica moest privatiseren, houdt Juan Villalonga de gemoederen verdeeld in Spanje. Voor de één een visionaire ondernemer die het stof heeft afgeblazen van een behoudend staatsbedrijf, voor de ander een bedenkelijke praatjesmaker die door een ongelukkig toeval terechtgekomen is op een van de meest invloedrijke posities van het Spaanse bedrijfsleven. Maar over één ding zijn vriend en vijand het eens: saai is het niet geweest sinds Villalonga als onbekend bankier Banker's Trust verliet om Telefónica te komen leiden. Als een conquistador in het digitale tijdperk lijkt Telefónica onder Villalonga vast voornemens uit te groeien tot een van de wereldspelers die straks de communicatiemarkt bepalen.

Daar hebben vooral de aandeelhouders van Telefónica flink van geprofiteerd. In vier jaar tijd verzevenvoudigde de waarde van het aandeel. Euforisch is ook het management van Telefónica, dat het afgelopen jaar multimiljonair werd dankzij een aandelen-optieplan dat door Villalonga werd ingesteld. Ongeveer 400 miljoen gulden werd verdeeld onder honderd topmanagers van Telefónica en nog eens zestig miljoen gulden onder het management van Terra. Villalonga is in de vier jaar dat hij bij Telefónica de scepter zwaait, uitgegroeid tot een van de rijkste Spanjaarden.

Zelfs de katholieke kerk in Spanje, doorgaans weinig betrokken bij het bedrijfsleven, veroordeelde de aandelen-opties van Telefónica. En ook premier Aznar ontkwam er niet aan zijn schoolvriend te kapittelen. Het had er immers alles van dat Villalonga en de zijnen op ruime schaal profiteerden van de verborgen waarde van Telefónica die al die jaren van publiek eigendom zorgvuldig was opgebouwd. Villalonga is er niet de man naar de zaken terug te draaien. Integendeel: inmiddels is ook de 90.000 werknemers voor een bedrag van 6,6 miljard gulden aan opties in het vooruitzicht gesteld.

Wie in Spanje zijn oor te luisteren legt bij de gebruikers van de diensten van Telefónica hoort geluiden die ver weg staan van de koerseuforie. Abonnees wier telefoonlijnen plotseling dood zijn door geklungel van een serviceteam dat elders in de straat een nieuwe lijn aansluit. Geklaag over de hoge tarieven van de vaste lijnverbindingen voor computergebruik. Boetes wegens het blokkeren van de concurrentie. Overbelaste lijnen. Matige service.

Hoewel de vaste lijnverbindingen op de Spaanse thuismarkt toch nog altijd goed zijn voor zo'n zestig procent van de omzet, zette vooral de internationale expansie en de diversificatie naar het veelbelovende Internet-bedrijf de toon. Op het Zuid-Amerikaanse halfrond heeft Telefónica de afgelopen tien jaar een dominante positie weten op te bouwen. Begin dit jaar verraste Villalonga door het nog op de beurs genoteerde minderheidsaandeel van vier van zijn Zuid-Amerikaanse dochters op te kopen. De inkoop verliep volgens vast stramien: een dikke premie (veertig procent) op de laatste koersen, een totaalbedrag van 21,5 miljard dollar, uitbetaald in 922 miljoen nieuwe aandelen Telefónica. De operatie past in de strategie van Telefónica om lokale dochterbedrijven in te voegen in de horizontale divisies van het bedrijf. Beter één centrale divisie die de producten levert aan alle lokale dochters, dan een zee aan dochterondernemingen met hun eigen managementstructuur en productontwikkeling, zo is de gedachte.

Telefónica begon al vanaf 1990 zich in te kopen in Latijns Amerika, het achterland voor veel van Spanjes internationale bedrijven. Een uiterst lucratieve zaak, aangezien het hier doorgaans staatsmonopolies betrof die werkten tegen vaste tarieven. De agressieve expansie op de Zuid-Amerikaanse markt kent ook haar keerzijde. Zo is de aanvankelijke vreugde over de aankoop van de Braziliaanse staatstelefoonmaatschappij Telesp reeds omgeslagen in klachten over vermeend conquistador-gedrag dat Telefónica tentoonspreidt. Zo viel het ontslag van duizenden werknemers bij het voormalige staatsbedrijf allerminst in goede aarde. Met de nieuwe concurrentie op de markt wordt de druk om de lokale Telefónica-divisies verder uit te wringen er alleen maar groter.

Telefónica wijst er evenwel op dat er vanuit Madrid wordt geïnvesteerd in het Zuid-Amerikaanse continent als nooit te voren. Het concern stopte ruim 10 miljard dollar in zijn overzeese dochters. En stapte bovendien in een markt die zeker in de jaren negentig nog als uiterst riskant werd beschouwd. Door drastisch in het personeel te snijden, bereikte Telefónica een ongekende stijging van de arbeidsproductiviteit, uitgedrukt in lijnen per werknemer. Maar achter deze cijfers, zo menen de critici, gaat een hele andere realiteit schuil van verslechtering van de dienstverlening en het weglekken van onvervangbare kennis.

Met allianties op de snel veranderende telecommunicatiemarkt wil het minder vlotten. Tot groot ongenoegen van zijn Europese partners zette Villalonga niet lang na zijn aantreden een punt achter de aanwezigheid in Unisource, het samenwerkingsverband van Telefónica met KPN Telecom, Swiss Telecom en het Zweedse Telia. Het idee was dat Unisource samen met AT&T overeenkomsten zou sluiten voor transatlantische samenwerking. Voor Telefónica was vooral de toegang tot de Amerikaanse markt via AT&T van belang. Maar de opzet spatte begin 1997 uiteen nadat Telefónica samen met British Telecom en het Amerikaanse MCI een belang had genomen in Portugal Telecom. BT-MCI leek een interessantere partner dan het relatief kleine Unisource-verband.

Veel plezier beleefde Telefónica evenwel niet aan zijn nieuwe partners. De samenwerking met BT-MCI liep in minder dan een half jaar op de klippen, na de fusie tussen MCI en Worldcom. BT verkocht zijn aandeel in MCI. Met MCI-Worldcom heeft Telefónica volgens een zegsman nog wel een aantal contacten lopen, maar van het project om de spaantalige markt in de VS te veroveren is recentelijk weinig meer vernomen. En ook allianties om de positie op de Europese markt te versterken blijven uit.

Meer spektakel bood de chaotische beursintroductie van Terra Networks, Telefónica's Internet-divisie. De introductie van dertig procent van de aandelen Terra brak alle records. De dag van de introductie verdrievoudigde de koers van het aandeel, waarmee de totale beurswaarde van Terra de 10 miljard euro ruimschoots overtrof. In één klap had Madrid er een beursfonds bij dat zich kon meten met de grootste banken en industriële fondsen.

Dat is veel voor een netwerk dat zelf claimt rond de 550.000 gebruikers te bedienen, maar voornamelijk bestaat uit een web-pagina met de Spaanstalige zoekmachine en Internet-portal Olé. Ervaren gebruikers maken gehakt van de Terra-pagina. ,,Ik heb met de zoekmachine van Terra nog nooit iets gevonden'', klaagt een ervaren Madrileense net-surfer. De Spaanstalige sectie van Altavista heeft verreweg zijn voorkeur. ,,Iedereen klaagt over Terra. Het enige dat snel werkt zijn de servers voor de webpagina's waar Terra host voor is. Voor het overige heb ik nooit begrepen hoe Terra nu zoveel geld waard kan zijn.''

Het enthousiasme voor het aandeel Terra bestaat – zoals bij de meeste Internetfondsen – vooral uit hooggespannen verwachtingen. In Terra heeft Telefónica een groot aantal Zuid-Amerikaanse online bedrijven en Internet-aanbieders ondergebracht. Het bedrijf is verder van plan een omvangrijk glasvezelnetwerk aan te leggen dat de belangrijkste Latijns-Amerikaanse steden moet verbinden. Dat de Zuid-Amerikaanse markt met circa 8 miljoen Internet-gebruikers tot een van de kleinste in de wereld gerekend moet worden, is minder een bezwaar dan een aanbeveling voor het marktpotentieel van Terra.

De spectaculaire beursintroductie van Terra bracht niet overal blije gezichten. In Chili wordt zelfs ronduit van plundering gesproken, nadat Telefónica zich voor 40 miljoen dollar meester had gemaakt van de lokale Internet-aanbieder, die volgens de beleggers zeker het dubbele waard is gebleken. Telefónica brengt hier tegen in dat juist de integratie in Terra heeft gezorgd voor een waarde die de afzonderlijke Internet-bedrijven nooit hadden bereikt.

De wind van de stijgende koersen vol in de zeilen geeft Telefónica ruim de mogelijkheid nieuwe overnemingen te financieren met zijn eigen aandelen, zoals in het geval van Endemol. Voor de komende aandeelhoudersvergadering van begin april staat dan ook de goedkeuring op de agenda voor een nieuwe uitbreiding van het aandelenkaptiaal voor een nog onbekend bedrag en bestemming.

Sombere geesten hebben al hun zorg uitgesproken over wat er precies gaat gebeuren als de markt op een goede dag besluit dat het welletjes is geweest met de algehele euforie van almaar stijgende aandelenkoersen. Met de winstmarges van de vaste lijnverbindingen in Spanje onder druk en ook de Latijns-Amerikaanse inkomsten die terugvallen als gevolg van de lokale recessie, de devaluaties en de toegenomen concurrentie is een harde landing niet uitgesloten. In het geval van de Madrileense beurs is Telefónica met ongeveer een kwart van de totale beurswaarde verreweg het grootste fonds, wat de impact er alleen maar groter op maakt.

Maar vooralsnog zijn het de nieuwe initiatieven die de vaart erin houden. Zoals het pact tussen Telefónica en Spanjes superbank BBVA eind februari, om gezamenlijk op te trekken in de Internet-markt. De eerste vrucht van de samenwerking heet Unofirst Group en moet uitgroeien tot de grootste Internet-bank. Niet uitgesloten is dat ook Nederland nog nader zal horen van Telefónica. Topman Villalonga liet afgelopen vrijdag blijken dat hij het prettig zakendoen vond in het noorden. Dat had hij met Unisource al gemerkt, zo merkte de topman droogjes op. ,,Dit is zeker niet het laatste dat we hier doen. I like this country very much.'' Nederland is gewaarschuwd.