`Als fotograaf doe ik wat ik wil'

Frank van der Salm exposeert in Buro Leeuwarden grote landschapsfoto's, die eruit zien alsof ze op een filmset gemaakt zijn. ,,In een stad als Amsterdam zou ik niets voor elkaar krijgen.''

Voor zijn eerste expositie in een Nederlands museum ging fotograaf Frank van der Salm zorgvuldig te werk. Anderhalve dag verbleef hij in Buro Leeuwarden, een kleine expositieruimte die door een voetgangerstunnel verbonden is met het Fries Museum, om er een selectie van dertien foto's op te hangen en weer te verhangen. Het licht deugde niet: in plaats van gele kwamen er helwitte tl-buizen. Daglicht, volgens Van der Salm. Hij noemde zijn tentoonstelling Not there but here. De boodschap: vergeet wat er op de foto's staat afgebeeld, hun `werkelijkheid' speelt zich af in het hier en nu.

Het oeuvre van Van der Salm draait om landschappen. Voordat hij in 1988 naar de Rotterdamse kunstacademie ging, studeerde hij landmeetkunde aan de TU in Delft. ,,Het voordeel van die studie was dat je lekker veel buiten werkte. Ik kan er nog steeds niet tegen om van negen tot vijf in een studio te moeten staan. Maar voor een baan als geodetisch ingenieur was ik uiteindelijk niet geschikt.'' Op de kunstacademie kreeg hij les van fotografen Wout Berger en Erik van Straaten, beiden uit de `landschapshoek'. Van der Salm: ,,Ze zullen me wel beïnvloed hebben, maar het klimaat op de academie was te vrij om van echte inhoudelijke sturing te spreken. Het voornaamste wat ik er geleerd heb, is dat een kunstenaar zijn eigen koers moet durven volgen.''

Voor Van der Salm is die koers sinds zijn afstuderen in 1992 het obsessief najagen van bepaalde plaatsen, die in zijn hoofd al bestaan voordat hij ze in werkelijkheid heeft gevonden. Hij reist ervoor door heel Europa – Spanje, Italië, Frankrijk, Zwitserland. ,,Ik ben het liefst in de buurt van steden met een gevarieerde natuurlijke omgeving, zoals Marseille, dat bij zee en bergen ligt. Om oude gebouwen geef ik niet veel – in een stad als Amsterdam zou ik niets voor elkaar krijgen.

,,Mijn techniek is simpel: een 4 bij 5 inch camera met statief, met een gewone filmsoort. Flitslicht gebruik ik nooit. Als ik ergens kom, rijd ik eerst het hele gebied af, op zoek naar goede locaties voor overdag en voor 's nachts. Daarna ga ik er staan – soms urenlang, soms maar tien minuten. Ik fotografeer alleen wat er al is. Ik voeg niets toe, zet niets in scène. De enige manipulatie zit in de kadrering en in het spelen met scherpte.''

De variaties in scherpte die Van der Salm binnen één beeld weet aan te brengen hebben soms een verbluffend effect. Zoals op Avenue, een foto van een stad op een heuvel in het avondlicht, met flatgebouwen als kleine grijze luciferdoosjes en ontelbare lichtjes. Het geheel doet wonderschoon, bijna kunstmatig aan, als op een filmset. De gebouwen zijn wazig, de lichtjes springen naar voren. Behalve op de Avenue uit de titel: daar is álles scherp, en kun je boompjes, autootjes en zelfs balkonnetjes onderscheiden. Van der Salm houdt van de verwarring die zo'n `herschikking van de werkelijkheid' teweegbrengt. ,,Mensen zoeken als houvast op een foto altijd meteen naar wat scherp is. Op onscherpe foto's krijg ik vaak verontwaardigde reacties, alsof ze niet zijn gelukt. Maar als fotograaf mag ik doen wat ik wil.''

Zijn voorbeelden waren Lewis Baltz, Robert Adams en andere fotografen uit de school van de `new topographers'. In de jaren zeventig werden zij bekend met sobere, kritisch bedoelde foto's van het door de mens aangelegde moderne `landschap' van nieuwbouwwijken en snelwegen. Van der Salm reisde in 1998 negen weken door het Zuid-Westen van de VS, om met eigen ogen het gebied te zien dat de new topographers tot inspiratie diende. ,,Ik kende het land alleen van hun beelden. De werkelijkheid ervoer ik als een schok: het was een totaal nietszeggende omgeving. Mijn respect voor het werk werd daar alleen maar groter door.'' Hij fotografeerde er ook de artificiële `landschappen' die huizen in Amerikaanse familie-attracties als planetaria en spoorwegmusea: ,,Landscape (1998) is een foto van een maquette, die zo monumentaal was dat het beeld voor een echt heuvellandschap kan doorgaan. Zelf vind ik het niet terzake doen wat de bron voor een foto is. Laat de mensen er maar naar gissen.''

In Los Angeles raakte hij toevalligerwijs in gesprek met Jan Kesner, een uit Chicago afkomstige galeriehoudster die zich al twintig jaar exclusief met fotografie bezighoudt. Toen hij op haar verzoek wat van zijn werk liet zien, was ze enthousiast. Afgelopen zomer exposeerde hij bij haar tijdens de LA Biënnale. ,,Kesner is iemand die van aanpakken weet. Op de Biënnale zorgde ze voor flink wat aandacht van de pers voor mijn werk, en liet ze me ontelbare handen schudden van mensen uit het kunstcircuit. Ik heb in die zeven weken tien foto's verkocht, voor aanzienlijk hogere bedragen dan mijn Rotterdamse galerie, MK Expositieruimte, ervoor kan vragen. Over MK ben ik tevreden, maar het Nederlandse kunstcircuit als geheel is soms zo klein, zo verstoft. De Amerikaanse professionaliteit was een openbaring en een opluchting voor mij. Kunstenaars krijgen daar het respect dat ze verdienen.''

Inmiddels wordt door zijn vertegenwoordigers hard gewerkt aan een expositie in het prestigieuze galeriecircuit van New York. Voor Van der Salm is dat echter geen doel op zichzelf. ,,Het moet klikken met een galeriehouder. Bij Françoise Knabe, in wiens Berlijnse galerie ik sinds twee jaar exposeer, voel ik me thuis omdat zij van monumentaal, stevig werk houdt, van kunstenaars als John Duncan en Paul Seawright. Hobbie-galeries van rijke mensen die geen idee van kunst hebben, interesseren me niet.''

Frank van der Salm: Not there but here t/m 9 april in Buro Leeuwarden, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Tel: (058) 212 30 01. Open di-zo 11-17 u.