Willekeur troef

Grote sport- en culturele evenementen mogen niet achter de decoders van commerciële omroepen verdwijnen, zegt het kabinet. Die moeten via de `open' zenders te volgen blijven. Of de Tweede Kamer er ook zo over denkt, zal spoedig blijken. De vraag dringt zich uiteraard op of de overheid wel kan verhinderen dat sportwedstrijden via een decoder op het tv-scherm komen. Welk recht zou aan zo'n ingrijpende maatregel ten grondslag liggen? Het recht van de sterkste misschien?

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) heeft een hele lijst van gebeurtenissen op een rijtje gezet die naar zijn opvatting – en die van het kabinet – een aanzienlijk belang voor de samenleving hebben en dus niet uitgebaat mogen worden door een of andere listige koopman. Op de lijst staan grote sportmanifestaties zoals de Olympische Spelen, het WK voetbal, de Tour de France en de WK atletiek, maar ook nogal wat randzaken. Waarom bijvoorbeeld de halve finales van het KNVB-bekertoernooi `beschermd' zouden moeten worden, is niemand uit te leggen. Het toernooi heeft z'n laatste adem allang uitgeblazen.

De strijd tegen de decoder en het daarbij behorende abonnement dat de kijker volgens de staatssecretaris op te hoge kosten zou jagen, is zowel een staaltje van paniekvoetbal als een achterhoedegevecht. Paniekvoetbal, omdat van de veronderstelling wordt uitgegaan dat het volk reddeloos verloren is wanneer het niet zonder te betalen op de knop kan drukken om sportwedstrijden live of samengevat in de huiskamer te krijgen. Een achterhoedegevecht, omdat inmiddels al volop met betaalsystemen wordt gewerkt waarvoor slechts een beperkt aantal sport- en filmgekke lieden belangstelling blijkt te koesteren.

Het gaat misschien te ver om te beweren dat sporten die achter een decoder gaat, hun eigen doodvonnis tekenen, maar het is wel dé methode om bij een groot deel van de bevolking, zeg maar de grijze massa, uit de gratie te raken. Een tak van sport die haar uitzendrechten aan een commercieel station slijt dat met decoders of een pay-per-viewsyteem tracht te scoren, drukt zichzelf naar de achtergrond. Misschien niet onmiddellijk, maar wel op de lange duur.

Voetbal kan een stootje hebben, maar hoe lang nog? De doorsnee voetballiefhebber voelt er weinig voor een paar tientjes per maand neer te tellen om door Canal+ vrijwel dagelijks met wedstrijden uit binnen- en buitenland te worden verwend. Het verzadigingspunt wordt op die manier snel bereikt, ook al omdat de bal op alle mogelijke andere zenders rolt en blijft rollen. Er kan een moment komen waarop de kijker zijn interesse verliest, zeker wanneer hij zich nauwelijks meer met Nederlandse successen kan vereenzelvigen.

Hoe onzeker de overheid met de materie omgaat, blijkt niet alleen uit de lijst met beschermde sportmonumenten die een aanzienlijk belang voor de samenleving zouden hebben. Er worden ook culturele manifestaties genoemd die het kabinet uit de klauwen van een opdringerige decoder-aanbieder als de Amerikaanse kabelexploitant UPC wenst te houden. Willekeur lijkt troef. Het Kerstconcert, het Songfestival en het Prinsengrachtconcert behoren voor het `open' net gereserveerd te blijven, het Nieuwjaarsconcert, de Matthäus Passion en het Koninginnedagconcert daarentegen weer niet.

Wat voetbal betreft is het opvallend dat rechtstreekse uitzendingen van wedstrijden waarbij PSV, Feyenoord en Ajax betrokken zijn, bij Canal+ achter de decoder mogen blijven. Het kabinet was eerst van plan aan die gewoonte een eind te maken en de duels weer exclusief aan de publieke en commerciële omroepen toe te wijzen, maar zag daar weer van af. Er is, kortom, voor de Tweede Kamer genoeg aanleiding om de staatssecretaris een aantal vragen te stellen. Zoals: waarom treedt de staat als schutsengel op van zowel de publieke als commerciële omroepen? En deze: waarom zijn de Amstel Gold Race, de TT en het WK volleybal van belang voor de samenleving, terwijl het pijltjes werpen van Barney, het uitvallen van Verstappen en het golfen van Muntz achter de decoder een zachte dood mogen sterven?